De Schandelermolen

In het verhaal over de eerste twintig jaren van mijn leven in Heerlen heb ik geschreven dat ik van 1948 tot voorjaar 1951 voor mijn lager onderwijs de Nutsschool aan de Oliemolenstraat heb bezocht. Via verschillende routes liep(!) ik terug naar huis in Meezenbroek.

Een van die routes ging over de Groene Boord die vroeger uitkwam uit op de Gasthuisstraat. Vandaar liep een sintelpad langs de Caumerbeek tot aan de spoortunnel in de Klompstraat, die daar eindigde. Rechtsaf begon de Schaesbergerweg, linksaf bestond de Spoorsingel nog niet en ook de vier witte flatgebouwen waren er nog niet. Rechtdoor was een zandpad en vaag herinner ik me dat daar twee takken van de Caumerbeek liepen.

Bron: Rijckheyt.nl | Schandelermolenweg (april 1943). De Schandelermolen.
Bron: Rijckheyt.nl | Schandelermolenweg (april 1943). De Schandelermolen.

Aan dat zandpad stonden enkele woonwagens en ik vond het best eng als ik daar langs liep. De twee beektakken kwamen bij elkaar en stroomden uit in de links van het pad gelegen molenvijver. Zo’n vijver wordt ook wel een wijer genoemd en werd aangelegd om altijd over voldoende water te beschikken voor een watermolen.

In dit geval de Schandelermolen, een korenmolen waarvan de eerste vermelding uit 1563 dateert. Door de aanleg van het Schandelerboord, waardoor de omgeving van deze bovenslag-watermolen drastisch veranderde, kwam de molenvijver droog te staan waardoor de molen watergebrek kreeg.

Bron: Rijkcheyt.nl | Schandelermolenweg. Schandelermolen met vijver
Bron: Rijkcheyt.nl | Schandelermolenweg. Schandelermolen met vijver

In 1956 werd het maalbedrijf stopgezet en in 1957 werd het ijzeren molenrad gesloopt waarna de molen in verval raakte. Gelukkig heeft men kunnen verhoeden dat het eeuwenoude gebouw werd afgebroken, maar werd gerestaureerd. Het heeft echter geen molenfunctie meer.

Bert

Bert

Bert Nijkamp werd in 1941 in Heerlen geboren. Twintig jaar woonde Bert in Meezenbroek. Deze tijd was voor hem onvergetelijk. Na een (mislukte) start in de horeca diende hij zijn militaire dienstplicht te vervullen en in die periode was zijn gezin in 1961 naar Apeldoorn verhuisd. Na te zijn afgezwaaid, had hij een paar jaar een adm. functie bij een constructiefabriek om daarna als burger-ambtenaar in verschillende technisch/ administratieve functies bij een TD-eenheid van Defensie zijn brood te verdienen. Al sinds zijn jonge jaren schreef hij graag en was hij geïnteresseerd in historie. Zowel voor die constructiefabriek, als voor zijn militaire werkgever heeft hij verschillende artikelen geschreven. In 2010 schreef Bert samen met een oud-collega een boek over over “150 jaar Kamp Nieuw Milligen”, een militair complex midden op de Veluwe. Ze hebben er twee jaar aan gewerkt. En in 1991 kwam een door Bert geschreven boek uit over 75 Jaar Apeld. Chr. Mannenkoor (zie www.acm-apeldoorn.nl) waarvan hij al jaren lid was (de basis voor zijn liefhebberij voor mannenkoorzang was n.b. bij het K.H.M. St. Pancratius gelegd!). Bert is op 10 oktober 2012 in Apeldoorn overleden.

6 thoughts to “De Schandelermolen”

  1. Dat sintelpad van de Gasthuisstraat naar het spoorwegtunneltje kan ik me nog wel herinneren. We liepen er vanaf de Molenberg op woensdagmiddag wel vaker over. We waren dan op weg naar het magazijn van V&D op de Klompstraat.
    Als je voor 10 gulden kassabonnen had van V&D kon je daar film kijken. (Dikke en Dunne, Charlie Chaplin enz.)
    Langs dat pad liep de beek en aan de overzijde van die beek stonden ook wat oude huisjes. Uit elk huisje kwam een gresbuis waardoor de riool zo de beek in liep. Dat ging toen zo.
    Na de filmvoorstelling liepen we meestal naar de Stationstrraat en gingen op de spoorbrug staan en maar hopen dat een stoomtrein langs kwam. Meestal wel.
    Onder aan die spoorbrug was een openbaar urinoir. Groen dacht ik.
    Kan me nog de geur herinneren…………..
    Langs de Schandelermolen kom ik tegenwoordig wel vaak omdat mijn schoonvader in de Molenwei woont.
    De molen is prachtig opgeknapt met een schapenwei er om heen..

    1. Behalve de huizen langs de beek, loosde ook het slachthuis aan de Voskuilenweg op de Caumerbeek. Regelmatig was het water rood gekleurd. Ik ben eens in de beek gevallen toen ik vanaf dat sintelpad een steen in het water wilde gooien en mijn evenwicht verloor. Vaag herinner ik me dat er bij het begin van dat pad, aan de Gastrhuisstraat, een transformatorgebouw van de PLEM was waar het altijd zoemde.

  2. leuk bert, met die kleine details. Nu ik ze lees zie ik het ook weer voor me. Grappig dat uitroepteken achter “liep ik naar huis”. een eigen fiets was toen nog niet zo vanzelfsprekend he. Wat was dat toch met bang zijn voor woonwagenbewoners? Ik denk dat ik het antwoord weet. Op molenberg (op het dr.schaepmanplein onder de bomen) was ’s zomers kermis. Mijn moeder zei altijd dat ik moest oppassen, want “kiek oet vuur die luuj want die numme dich mit”. Waarheen vertelde ze er niet bij maar ik twijfelde niet aan haar woorden. Immers: moeders wil is wet!

  3. Ja, die spoorbrug was ook voor mij onweerstaanbaar. Als de spoorbomen dicht waren en er een stoomlocomotief vanaf de stationskant naderde, dan wist ik niet hoe snel ik boven moest komen om daar lekker in de rook- en stoomwolken te gaan staan.
    Een urinoir, onderaan die brug, herinner ik me echter niet (meer). In Amsterdam noemden ze zo’n pisbak een “krul”. Meestal waren ze van metaal en donkergroen of grijs van kleur. Later waren er ook betonnen urinoirs. Sommige viezerikken lieten er ook hun grote boodschap achter. Als je dan de hoge nood dacht te lenigen in zo’n afgeschermde plek, dan verliet je die schielijk om een boom of hek op te zoeken. Openbare urinoirs zijn er niet meer en piesen tegen een boom of hek heet wildplassen waarvoor je bekeurd kunt worden.

Laat een reactie achter op Bert Nijkamp Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.