Bron: Ton van Mastrigt | Schrijnenhuis Westgevel

Oog voor detail: Schip in het Aambos

Op oude foto’s lijkt het Retraitehuis een groot wit schip dat tussen de jonge aanplant van het nieuwe Aambos aan de grond is gelopen. Waarom wordt dit gebouw vergeleken met een schip?

Bron: Ton van Mastrigt
Bron: Ton van Mastrigt

De indrukwekkende verschijning van nieuwe passagiersschepen had grote invloed op de moderne architectuur in het begin van de vorige eeuw. Gebogen lijnen, ronde ramen (als patrijspoorten), lichte tinten en de stalen balustrades doen denken aan scheepsbouw en zijn hier toegepast. Bovendien is in de plattegrond van het Retraitehuis, voor een goede beschouwer, het middenschip, de absis (het uiteinde van het middenschip) en het dwarsschip van een kerk te herkennen. Tenslotte is het bouwjaar 1933 bekend van de muiterij op het Nederlandse oorlogsschip “De Zeven Provinciën”. Het ontwerp kan worden gezien als een actie tegen de bestaande gevestigde (architectonische) orde.

Bron: Ton van Mastrigt | Schrijnenhuis achterkant
Bron: Ton van Mastrigt | Schrijnenhuis achterkant

De bouw
Eind jaren twintig kwam bisschop Mgr. L.Schrijnen met het plan om in de mijnstreek een diocesaan retraitehuis voor jonge vrouwen en meisjes te stichten. In een retraitehuis kon men zich enkele dagen terugtrekken voor bezinning op vraagstukken rond mens, maatschappij en kerk. Het zou worden bestierd door de zusters van de Franse congregatie van de “ Filles De La Sainte Vierge De La Retraite” (1). Mede door toedoen van de Heerlense pastoor-deken Nicolaye ging de opdracht voor het “ Mgr. Laurentius Schrijnenhuis” naar architect Frits Peutz (1896-1974).

Het “Mgr. Schrijnenhuis” is in 1 jaar tijd gebouwd en kwam gereed in juni 1933. In dit retraitehuis logeerden tot 1959 meer dan 60.000 katholieke meisjes. Het gebouw diende daarna als Filosoficum, Hogeschool voor Theologie en Pastoraat (HTP), vervolgens kortstondig met universitaire status (UTP) en werd na een grondige restauratie in 2003 in gebruik genomen als multifunctioneel kantoorgebouw. Het gebouw is een zogenaamd jong rijksmonument waarvan de architectuur aansluit bij de stijl van het “Nieuwe Bouwen”. Het gebouw behoort samen met het Stadhuis en het Glaspaleis (waarin Schunck* gevestigd is) tot de drie meest bekende werken van Peutz. Het Retraitehuis was in 1932 voor Peutz niet alleen van functionalistische betekenis maar was tevens een schitterend ingenieurswerk. Het was de heldere affirmatie van een architectuurvorm die voor het katholieke zuiden een radicale doorbraak betekende.” (2)

Bron: Ton van Mastrigt
Bron: Ton van Mastrigt

Opvallend is de langgerekte witte vormentaal, de terrasvormige opzet met vloeiende beweging en het ronde torentje. Het gebouw wordt gekenmerkt door een geheel van abstracte delen zonder ornamentiek. Het was een conglomeraat van activiteiten voor de retraitantes, de retraiteleiders, de zusters, de rector en ook de tuinman. Functies zoals de gastenverblijven, de kapel, een conferentiezaal, de keuken moesten afzonderlijk herkenbaar blijven maar ook opgaan in het grote geheel.

Bron: Rijckheyt.nl | Retraitehuis staalcontructie
Bron: Rijckheyt.nl | Retraitehuis staalcontructie

Bijzonder is het staalskelet dat voor een belangrijk deel schuil gaat onder de gevelbepleistering. In verband met mogelijke verzakkingen als gevolg van de mijnontginning werd een ijzeren constructie bedacht. Deze werd bekleed met zogenaamde “steeltex-vellen” (Amerikaans systeem van verzinkt staalgaas bekleed met asfaltpapier) waartegen de gevelbepleistering werd aangebracht. Mogelijke verzakkingen konden zodoende eenvoudig worden verholpen en gevolgschade bleef in theorie gering. Mede ook met het oog op mogelijke verzakkingen is het gehele gebouw verder op ultralichte wijze gebouwd en alle bouwkundige details zodanig uitgevoerd dat bij onverhoopte bewegingen er zo min mogelijk schade zou optreden.

Bron: Ton van Mastrigt | Schrijnenhuis Westgevel
Bron: Ton van Mastrigt | Schrijnenhuis Westgevel

Het werk van Peutz laat tegenstellingen zien tussen het traditionalisme (waarbij gebouwen werden samengesteld uit natuurlijke materialen zoals hout en baksteen) en de nieuwe architectuurstroming die vooral moderne materialen zoals glas en beton gebruikte. Tegenstanders vonden het katholieke Retraitehuis maar een heidens gebouw. Mgr. Schrijnen schijnt eens gezegd te hebben “als dit heidentje klaar is zullen wij het ook dopen”.(3) Opvallend zijn de technische vernieuwingen: natuurlijke ventilatiesystemen, een grijswatercircuit, glazen vloervelden voor daglicht en vouwwanden voor flexibel ruimtegebruik.

Na beëindiging van de onderwijsfunctie in 1999 dreigde leegstand en verloedering. De gevels waren sterk vervuild, de technische installaties waren verouderd en het geheel was overdadig dichtgegroeid. Het witte schip van weleer was onzichtbaar geworden.

Renovatie
Peutz Architecten B.V. wilde dit bijzondere gebouw voor de toekomst veilig stellen en een grotere nieuwe werklocatie voor het bureau zelf realiseren. Flexibel ruimtegebruik met uniforme plaatsing van standaard werkplekken met toerusting was een van de belangrijkste eisen. Verder was de verbetering van onder andere akoestiek, isolatie, ventilatie en zonwering noodzakelijk. Het restaureren van dit lichte gebouw vergde diverse moeilijke oplossingen zoals het aanbrengen van dubbelglas in oude stalen kozijnen en het herstel van de witte gevels waarin men de veldspaatsplinters kon zien glinsteren. In souterrain is de oude keuken inclusief gebruiksvoorwerpen intact gebleven en op de derde verdieping zijn ook de kleine slaapvertrekken weer gedeeltelijk origineel ingericht. (4) Dit mede dankzij de hulp van twee vriendelijke oude dames die vanaf 1933 in het retraitehuis gewerkt hadden en die zich ongelooflijk veel details van het oorspronkelijke gebouw en zijn geschiedenis herinnerden. Rond het gebouw ligt een 2,5 hectare groot park. De omgeving accentueert de geweldige verschijningsvorm die het gebouw ondanks zijn datering nog steeds heeft. In de Monumentenbeschrijving worden gebouw en park speciaal vermeld vanwege de “ensemblewaarde”.

In 2003 won Peutz Architecten B.V. de publieksprijs van de Nationale Renovatie Prijs met de renovatie van dit voormalige retraitehuis. Het oorspronkelijke gebouw is een voorbeeld van de wijze waarop een zuinig budget in crisistijd, een gecompliceerd programma van eisen en tegenstellingen tussen architectuurstromingen toch kan leiden tot bouwkunst met ongekende allure.

Ton van Mastrigt

Ton van Mastrigt

Ing. A.E.F. van Mastrigt, (Valkenburg-Houthem,1944) studeerde architectuur aan de Limburgse Academie van Bouwkunst te Maastricht. Hij is stedenbouwkundige en was werkzaam als hoofd ruimtelijke ordening en stadsbouwmeester te Heerlen. Momenteel is hij verbonden aan SCHUNCK* een multidisciplinaire culturele instelling, gespecialiseerd in Moderniteit en Urban-Culture in de internationale hedendaagse kunst en cultuur. Ton van Mastrigt is lid van welstandscommissie in het district Midden-Limburg en woont in Heerlen.

4 thoughts to “Oog voor detail: Schip in het Aambos”

  1. Het zal ongeveer in het jaar 1946 geweest zijn. De Mulo St. Pancratius stuurde klassen “op retraite”. Ik herinner me daar voor een dag of 3 geweest te zijn.
    Dus ook jongens!

    Ivins Utah, USA.

  2. Kan mij nog herinneren dat er na de oorlog ook Tbc. zieken hebben gelegen dat kon je van de voorkant van de ,,steile berg”goed zien meestal stonden de vensters open voor frisse lucht toen stonden tegenover nog geen huizen er waren daar tuintjes voor het Aambos, waar bewoners van de Molenberg een stukje grond gepacht hadden.H.S.

  3. Mede of vooral dankzij de Stichting tot Behoud van Monumenten Laurentius en Petronella is het gebouw tot op heden in uitmuntende staat gebleven, en dat wordt volledig gefrustreerd door de bouwwoede van gemeente onder andere in het Maankwartier, wat in tegenstelling tot dit pand dat een Rijksmonument is met interessante technische details, een door een kunstenaar bedacht vakantieparkjes architectuur bebouwing is, en een kopie van deze architectuur, die dan maar een kunstwerk wordt genoemd, maar door al het overaanbod dreigt ook dit pand leeg te komen te staan.

  4. De foto’s tonen het prachtige gebouw in het ‘Aambos’. Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig studeerde ik hier pastoraal theologie aan de H.T.P./U.T.P. Het gebouw is mij dan ook van binnen, van buiten en rondom heel vertrouwd en zeer dierbaar. Een belangrijke periode in mijn leven heb ik hier doorgebracht. Ik herinner mij deze plek als een bruisend instituut waar op een eigentijdse wijze theologie werd bedreven. Ik herinner mij het bord bij de oprit: Bisschoppelijk Studiecentrum Molenberg, alsook, en niet in de laatste plaats, alle mensen die hier hebben gestudeerd, gedoceerd en gewerkt hebben. Heel bijzonder!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *