Het WK wielrennen in Heerlen ’67 anders bekeken

Het deed en doet ons nog goed terug te kijken op de ruime aandacht, die indertijd – en in latere jaren – aan dit evenement werd besteed. De Heerlense Stichting voor Lichamelijke Opvoeding en Sport kwam door deze gebeurtenis danig in de belangstelling te staan.

Het bestuur, de directeur en het verdere personeel van deze instantie lieten – in nauwe samenwerking met velen – de gemeente Heerlen, zeker achteraf gezien, een bijzonder goede beurt maken.

Anders bekeken: ‘herinneringen vanuit de organisatie’

  • Door Otto Vandeberg

We sloegen aanvankelijk minder acht op de complimentjes, die ons omtrent dit gebeuren bereikten. We beschouwden de organisatie ervan als een van de onderdelen van onze vele activiteiten op het gebied van de sport, de recreatie en niet te vergeten het speeltuinwerk in de gemeente Heerlen. Het bevorderen van de beweging in velerlei vormen stond ons helder voor de geest. Het dienen van de psycho-sommatische mens was onze hoofdtaak. Niet voor niets voerden we – toen al – op onze PTT-poststempel de slogan “Leef meer …beweeg meer.

De verteller van dit verhaal met affiche WK 1967 in Bureau Klompstraat 18.

Dat betekende in de praktijk het voortdurend scheppen van mogelijkheden om de beweging – de sportbeoefening – op gang te brengen en aan de gang te houden. Na de Tweede Wereldoorlog moesten so wie so grote achterstanden worden ingehaald en vele ontstane hiaten worden opgevuld. Maar er waren ook nieuwe mogelijkheden en inzichten ontstaan, waaraan kon en moest worden tegemoet gekomen.

In de praktijk betekende deze ontwikkelingen, dat sportaccommodaties moesten worden uit de grond gestampt in de vorm van sportvelden, tennisbanen, gymnastiekzalen, zwembaden en sporthallen. Subsidieregelingen moesten worden samengesteld om de sportbeoefening aanvullend mogelijk te maken. En hetgeen tot stand werd gebracht moest onderhouden en aangevuld worden. De organisatie van sportevenementen paste als stimulatie van de sportbeoefening in dit beeld. Hierbij werd naar aanmoediging in allerlei takken van sport gezocht, hetgeen ook mocht lukken (zie hiervoor bijvoorbeeld het indertijd al door de Heerlense Sportstichting goed verzorgde voorlichtingblad de SLOS-Post. In die tijd bestonden nog geen verdere gemeentelijke voorlichtingsbladen).

De uitslag van de voornaamste wedstrijd van het WK 1967, het kampioenschap voorprofs, hielp mee het succes van de organisatie te bekronen: Eddy Merx (B) 1, JanJanssen (NL) 2, Ramon Saéz (Sp) 3, Gianni Motta (It) 4, na een uiterst spannende race.

Terugblikken op deze gebeurtenis maakten voor menige publicist de verleiding groot het verloop van de wedstrijdonderdelen weer te geven. Natuurlijk ging het om de spanningen en de inspanningen rond de wereldtitels voor professionals, amateurs, dames en ploegen. Historisch zijn echter vooral voor de omgeving de achtergronden en de technische en allesomvattende organisatie van minstens even groot belang. Hierna zijn weergegeven de herinneringen van iemand, die in het middelpunt van de omvangrijke organisatie heeft mogen gestaan.

 Vóór Kasteel Cortenraedt: de leden van de Nederlandse Sportpersvereniging met o.a. Jan Cottaar, Henk Gruwel, Jean Nelissen, burgemeester Sjra Frencken, wethouder Jan Knot.

Het was niet zo maar toevallig, dat het WK 1967 aan Heerlen werd toegewezen. Vanuit de Heerlense Sportstichting (HSLOS) was in de vijftiger en zestiger jaren van de twintigste eeuw een sfeer van vertrouwen geschapen met de lokale, Limburgse, vaderlandse en internationale wielergemeenschap.

Zo had Heerlen al een aantal aankomsten en vertrekken van Olympia’s Tour (voor amateurs) en de Profronde van Nederland achter de rug. Het werden voor eerstgenoemde ronde uiteindelijk 11 achtereenvolgende jaren en voor de tweede 5 jaren van Heerlense deelneming. Ook was Heerlen eerder aangedaan door de vanuit België georganiseerde Drielandentrofee. Verder in het verleden lagen de eertijds vermaarde Duivelsritten (met als middelpunt de Oliemolenberg). En actueel waren de presentaties van o.a. De Pijl van Heerlerheide (rondom het huidige Sportpark Varenbeuk) met als organisatorisch middelpunt de Heerlerheidenaar Sjeng Ramekers.

Joop Middelink (bondscoach) en Bram Koopmans (voorzitter TWC Olympia Amsterdam) voelden zich thuis in de geest, die in Heerlen rond de sport en in het bijzonder rond het wielrennen waarde. Zij zetten de KNWU op het Heerlense pad, waarbij niet onbelangrijk was, dat Jo Förster (consul en lid van de Sportcommissie KNWU) in Heerlen woonachtig was. Ook hij was overtuigd van het goede gevoel bij de Heerlense Sportstichting. Van groot belang was, dat de wethouder voor o.a. sportzaken, toen tevens voorzitter van de Sportstichting, enthousiast inspeelde op de aanwezige mogelijkheden. Uiteindelijk had hij ook niet voor niets in 1962 de stoot gegeven tot alvast een zekere verzelfstandiging van de Sportstichting door de totstandkoming van een eigen bureau, dat gehuisvest was in het pand Klompstraat 18 (men deelde de kamers voorlopig met de langzaam in opheffing zijnde Bescherming Burgerbevolking. Het voormalige riante woonhuis

was eerder door de gemeente overgenomen van de Heerlense familie Hochstenbach en, laatstelijk bewoond door het gezin van leraar Boonekamp, die gehuwd was met een dochter daarvan. De heer Boonekamp was mij trouwens eerder bekend als voorzitter van de indertijd wettelijk verplichte plaatselijke Bioscoopcommisie, waarvan ik als toenmalig ambtenaar van de afdeling Onderwijs en Cultuur het secretariaat verzorgde. Een ander toeval vormde het gegeven, dat het Hoofd van de BB, Mathieu Grootjans, en ondergetekende klasgenoten waren op het Bisschoppelijk College in Sittard).

Toen de kandidaatstelling voor het WK aan de orde was, werd een alliantie aangegaan met het gemeentebestuur van Voerendaal. Met opneming van de Bergse Weg in het geplande parcours vonden we een aantrekkelijk aanbod aan de wielerorganisaties te kunnen doen. Deze keuze leidde tot succes, hoewel enkele al dan niet deskundigen wel eens meenden, dat deze langzaam opgaande, vals platte, lange weg voor het wielerpeloton niet voldoende selectief zou zijn.

Het in eigen kring en het met de KNWU plaats gevonden overleg en het door de Sportstichting en Voerendaal beschikbaar gestelde garantiesubsidie ad f.100.000,- (verhouding 9:1) leidde tot de kandidaatstelling van de KNWU voor het WK Wielrennen 1966. De in Heerlen op eigen kosten vervaardigde wervingsfolders , ook zelfs voor Amsterdam (baanrennen), vormden mede de ondergrond voor de kandidaatstelling (beamers met uitgebreide presentaties waren nog niet in zwang). KNWU-voorzitter dokter Piet van Dijk keerde met lege handen van het UCI-Congres terug. De Wereld Kampioenschappen 1966 werden buiten verwachting aan West Duitsland (Nürnburgring) toegewezen (even opmerkelijk werd er Rudi Altig bij de profs wereldkampioen).

Er werd een aangepaste folder gemaakt voor de kandidatuur 1967. Deze keer met succes. De verdere voorbereidingen konden een aanvang nemen.

Een sluitende begroting vormde de basis van het toekomstige WK. Hoewel her en der hierin nog wijzigingen plaatsvonden bleef zij sluitend tot aan het einde toe. De organisatie kon definitief ter hand worden genomen. Het Hoofd van de Sportstichting werd voor de keuze gesteld óf de organisatie aan een bureau uit te geven óf deze in eigen hand te houden.

Met zijn nog in bescheiden getal opererende medewerkers koos hij voor de tweede mogelijkheid (Harrie Gijsen, Marlies Kleine (opvolgster van Angelien Janssen), Jo Leunissen). Er was één voorwaarde aan verbonden: de toevoeging van één extra kracht aan het secretariaat van de organisatie. Aldus geschiedde (Na een geplaatste advertentie werd Ans Verdonck voor twee jaren in dienst genomen).

Er werd een doeltreffend organisatieschema ontworpen en vastgesteld. Kenmerkend was het gegeven, dat er in de communicatie tussen de centrale en de commissies, ook onderling, geen hyaten zouden kunnen ontstaan. De vergaderingverslagen lagen in één hand en onderlinge controle op de uitvoering was gezekerd. Het ontworpen en gekozen systeem bleek perfect te werken, hetgeen na afloop alom kon worden bevestigd.

Pech onderweg met adequate hulp tijdens proefrit.

Heerlen en Voerendaal wilden de wielerwijsheid niet in pacht hebben. Aangeklopt werd bij kenners uit de omgeving teneinde deze in de commissies te kunnen inschakelen, waardoor ook kritiek op eigen Heerlense wijsheid kon worden voorkomen. Wielerminnend Zuid Limburg was goed vertegenwoordigd. We denken nog met plezier aan Pa Bosch, de man van de NK’s in Beek, en Piet Vinken van de TWC Bleijerheide. De saamhorigheid bleek ook uit de gekozen samenstelling van de sectie publiciteit. De Limburgse media waren erin voltallig aanwezig: Limburgs Dagblad (Will Poulssen), Gazet van Limburg (Henk Gruwel), Dagblad voor Noord Limburg (Gerard Sillen), Radio Zuid (Hub Mans). Men voelde zich allemaal ingeschakeld en thuis. Ook de onderscheiden gemeentelijke diensten kwamen volledig aan hun trekken. Zij werden met hun medewerkers in het organisatieschema tot tevredenheid opgenomen. Voor de dienst Publieke Werken waren dat bijv. Louis Hoefnagels, Sjra Nieskens, Ad Janken; voor de GGD: Wim Balvert. Dat gold uiteraard ook voor Politie van Heerlen (met de Inspecteurs Bert van Oosterbosch, Siem van Rijt). Brandweer en Medische Dienst (GGD). Als algemene bestuursleden van de Heerlense Sportstichting hadden n in de organisatie nog zitting: Diek ten Geuzendam, …. . Jan Huntjens vertegenwoordigde de VVV Heerlen. Daarnaast werd uiteraard ook ingeschakeld de Rijkspolitie, die enthousiast meedeed.

De organisatietop bestond uit vertegenwoordigers van Heerlen en Voerendaal: ds. Jan Knot, voorzitter (voorzitter Sportstichting, opvolger van Johan van der Woude – toen inmiddels lid GS); Sjra Frencken (burgemeester Voerendaal), vice voorzitter ; Otto Vandeberg, secretaris-coórdinator; Jef Spreksel (pm. Sportstichting) penningmeester, Bert Gehlen (gemeente-secretaris Voerendaal).

Als parcours voor de individuele wedstrijden werd gekozen: Keulse Baan (start en finish), Welterlaan, John F. Kennedylaan, Valkenburgerweg, Heerlerweg, Pontstraat, Bergse Weg, Schoolstraat, Kerkstraat, Hunsstraat, Dalstraat, Benzenraderweg, Kloosterkensweg, Verlengde Tichelbeekstraat, Benzenraderweg, Verlengde Burgemeester Waszinkstraat, Keulse Baan (inmiddels is de situatie van de straten hier en daar gewijzigd; de autoweg

richting Aken was tot dan toe nog in aanleg en hield voorlopig ter hoogte van Bekkerveld op). Voor de ploegentijdrit werd gebruik gemaakt van de autoweg Heerlen-Geleen. Begin 1967 werd door de UCI de 100 km-tijdrit van opzet gewijzigd. In het vervolg moest de wedstrijd niet meer uit 4 ronden van 25 km, maar uit 3 ronden van 33 1/3 km bestaan. Hiervoor reikte het oorspronkelijk gekozen traject Heerlen-Geleen niet, waardoor voor een verlenging richting Born moest worden gekozen, hetgeen wonder boven wonder door de overheden werd toegestaan. Er zal hieraan heus wel het nodige “drukwerk” aan te pas zijn gekomen. Het zat de organisatie dus wel mee. Men had kennelijk aller wege steun.

Uiteraard moest wat het parcours betreft zo veel mogelijk met de belangen van bewoners en bedrijven rekening worden gehouden. Hieraan wenste men grote aandacht te besteden. Achteraf kon worden geconcludeerd, dat de Heerlenaren van alle kanten achter het gebeuren hebben gestaan en ook spontaan medewerking verleenden.

Over de publiciteit was niet te klagen. De organisatie kon van publicaties voortdurend op de hoogte blijven, mede omdat er abonnementen waren op twee knipseldiensten, die het organisatiebureau met knipsels overspoelden (deze zijn wellicht tot op de dag van heden nog niet allemaal nagevlooid).

Wat kassiers en controleurs voor de wedstrijddagen aanging werd een beroep gedaan op de plaatselijke sportverenigingen, die in het algemeen graag meewerkten en de opbrengst vanzelfsprekend een eigen bestemming konden geven.

Hoewel indertijd afzethekken nog niet omvangrijk in het aanbod waren, werd de kleine markt ervan naarstig afgestroopt, zodat er op de veiligheid van het parcours zo weinig mogelijk aan te merken zou vallen. Strobalen waren destijds ruimschoots verkrijgbaar, zodat deze in grote mate over de riskantere plekken van het parcours verspreid konden worden. Op de tribunes waren 4500 zitplaatsen beschikbaar. De verzorging van de coureurs kon voorbij de finish in een aangepast aantal keurige bouwsels plaatsvinden. En natuurlijk was er gezorgd voor een nette plek, waar de urinemonsters van renners en rensters konden worden genomen.

De entreeprijzen waren dragelijk: f.10,- en f.5,- voor respectievelijk overdekte en onoverdekte tribune, f.2,- voor toegang tot het parkoers. Men beschikte over dertig gecontroleerde ingangen.

Heel wat binnen- en buitenlandse pers kwam op ons af. Voor ons is het best in herinnering gebleven het door Jean Nelissen geschreven artikel, dat de sfeer in onze organisatie uitstekend weergaf. Deze journalist, die we later nog vaak bij verdere Heerlense wieleractiviteiten mochten ontmoeten, was toen nog niet als “de Neel”bekend. Het commentaar bij de (eerste) Nederlandse volledige WK-live-TV-weergave werd gegeven door de welwillende Barend Barendse. Mede door de inzet van helikopters (ook voor de eerste keer in Nederland) werd het een prachtige uitzending, die ons Heerlense hart en het hart van Heerlen goed deed opbloeien.

In het kader van de reclamevoering werd een stuntje bedacht; enkele dicht bij de organisatie en de publiciteit staande personen zouden een proefrit over het WK-parcours maken. Aldus geschiedde ongeveer een week vóór het topfestijn. Zo kropen een zestal in wieltenue bij De Rousch van Giel en Charlotte Beckers op de renpin om het 13,259 km lange traject aan een test te onderwerpen. Onder leiding van Politie- Inspecteur Siem van Rijt verleende de ook voor het grote gebeuren toch onmisbare Politie prettige medewerking.

Bij deze proefstart traden aan: oud-vier-en-twintig-uren-recordhouder Joep Franssen van Ubachsberg, wielerconsul Joep Voots, oud-topwielrenner Jan Lambrichts, lid van de KNWU-sportcommisie Jo Förster, ROZ-mederker Hub Mans en organisatiesecretaris Otto Vandeberg. Laatstgenoemde kreeg in de afdaling van de Dalweg last van een afgelopen ketting en kon met de hulp van de Politie en Jan Lambrichts de finish bereiken. Via een combine was Joep Franssen als winnaar gedacht. Joep Voots, kennelijk niet op de hoogte van de afspraak, trok op de naar De Rousch leidende weg een flinke sprint aan en vloog al eerste over de met een closetrol getrokken finishlijn. Voerendaals burgemeester Sjra Frencken deelde het bloemboeket en huldigde beide als winnaars. Zoals het destijds behoorde, mochten de deelnemers na afloop ter plaatse van een flinke biefstuk genieten (aangeboden door burgemeester Frencken persoonlijk). Uiteraard besteedde de pers gepaste aandacht aan dit leuk bedachte voorspel.

Giel Beckers toonde zich overigens graag bereid het aan het einde van het WK verplicht aan te bieden sluitingsbanket klaar te maken. Een gelegenheid om 300 personen aan tafel te brengen was destijds moeilijk vindbaar. Na rijp onderling beraad werd besloten de begane grond en de eerste verdieping van het representatieve gedeelte van het Heerlens Raadhuis hiervoor in te richten. De staatsietrap van het raadhuis vormde statige verbinding tussen de twee een Giel

De deelnemers aan de proefrit: Hub Mans, Otto Vandeberg, Joep Franssen (recordhouder 24 uur wielrijden), Jo Förster,  Joep Voots, Jan Lambrichs.

richtte twee keukens (één voor elke verdieping) ter plekke in (het was niet mogelijk het eten vanuit het dichtbij gelegen “Castellum” te bezorgen). Giel bood een uitgekookt , uitgebreid,voortreffelijk en onvergetelijk menu aan. Meneer Rodoni (voorzitter UCI) en alle andere gasten maakten niet alleen grote ogen, maar genoten ook in uitzonderlijke mate. “Canard à lórange” vormde één deer hoofdschotels en het nagerecht was getooid met h et veelkleurig vignet van de UCI. De vertegenwoordigers van heel veel landen en de meewerkende prominenten van Heerlen, Voerendaal, Zuid Limburg en Nederland genoten van het beste dat onze gastvrije provincie te bieden had.

De organisatie Heerlen-Voerendaal mocht ook na dit laatste onderdeel op een in alle opzichten uitstekend en onvergetelijk geslaagd evenement terugzien. De KNWU was destijds zo attent om de Heerlense Sportstichting als zodanig en Jo Förster en ondergetekende in verband met dit WK speciaal bedankt.

Gewapend met een hele hoop organisatievermogen beleefden we een decennium na 1967 bij de Sportstichting, de ingewijde wielersportliefhebbers en de met het onderwerp bekende, aan Heerlen gehechte personen en persoonlijkheden een hevige teleurstelling. Het was het College van Burgemeester en Wethouders dat de gelegenheid om hetzelfde WK, dat van 1979, gewoonweg liet voorbijgaan. De Sportstichting had van harte ja gezegd op de uitnodiging van KNWU-zijde en de voorbereidende beslissing, inclusief een garantieverlening, aan het gemeentebestuur voorgelegd. Burgemeester en Wethouders lieten op hun beslissing lang wachten en toen de Sportstichting op navraag de mededeling kreeg, dat het kampioenschap 1979 in principe aan Heerlen was toegewezen, kwam van gemeentewege de laconieke mededeling, dat men het besluit van de Sportstichting had afgewezen. Grote teleurstelling bij de initiatiefnemers!

Men schaamde zich in deze kring in hevige mate voor de weigering. Een kans om andermaal groots in de aandacht te komen liet men zonder verder overleg voorbijgaan. De directeur van de Sportstichting had het fatsoen de burgemeesters van de gemeenten Voerendaal en Simpelveld – waarmee hij samen met twee Heerlense wethouders overeenstemming en nauwe samenwerking had bereikt – van de droeve houding op de hoogte te stellen. Het WK ging toch door, in Valkenburg; ook in Zuid Limburg nog gelukkig. Uit een later artikel d.d. 6 januari 1978 in De Limburger blijkt de bevestiging van het terugtreden van de gemeente Heerlen. De slechte financiële positie van de gemeente Heerlen zou het motief van de afwijzing zijn geweest. Verondersteld mag worden, dat men er tegenwoordig nog een paar malen meer over na zou denken. Desondanks slaagde de Heerlense Stichting voor Lichamelijke Opvoeding en Sport erin de naam van Heerlen in de sport verder hoog te houden. Talrijke malen functioneerde Heerlen daarna toch nog als vertrek- of aankomstpunt van o.a. wielerwedstrijden als bijvoorbeeld de Amstel Gold Race. Daarna kon men gelukkig verder nog de vruchten plukken van een vroeg ingezet voortvarend sportbeleid.

Bronnen:

  • Marcel J.M. Put in het Land van Herle no. 3; het boekwerk “Limburg Wielerland” van Wiel Verheesen
Ingezonden verhaal

Ingezonden verhaal

Als lezer van HeerlenVertelt.nl zal het vaak voorkomen dat u gebeurtenissen, locaties of gebouwen herkent. Wanneer u graag zelf een verhaal hierover wilt schrijven en insturen kan dit natuurlijk!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.