Bron: Nederlandskatholicisme.ruhosting.nl | Voorbeeld in Lutjebroek waarbij bij overlijden een zwartkruis voor het huis geplaatst werd.

De rol van het geloof in de jaren ’50 en ’60

Op zondag na de H.Mis gingen we huiswaarts. Dan met zijn allen aan tafel. Het “zondagse” eten werd opgeschept en smullen maar. Na het eten werd er afgewassen en opgeruimd. Daarna tegen een uur of half drie weer naar de kerk voor “het Lof”.

Dit verhaal is onderdeel van een serie verhalen over het Dr. Schaepmanplein op de Molenberg.

Dan eindelijk tijd dat er iets leuks gedaan werd. Dat kon zijn samen wandelen, fietsen of op familiebezoek gaan. Soms ging je naar het voetballen kijken, naar V.V.H. Op het terrein nabij het Aambos. ‘S avonds werden de voorbereidingen op de nieuwe week getroffen. Immers, maandag was wasdag! De wasketel werd op het vuur gezet, de was erin en vervolgens bleef de ketel met wasgoed de hele nacht op het vuur staan. Alles moest natuurlijk wel goed schoon zijn, want als de was de volgende morgen werd opgehangen dan vond er een kleine wedstrijd plaats…
Vooral naar de waslijn van de buren kijken om te beoordelen wie de schoonste was had! Kinderachtig? Welnee, als er bij een van de buren iets minder schoon was stonden de vrouwtjes meteen klaar met het geven van goede raad en tips voor de volgende wasbeurt.

De woensdag was vaste gehaktdag.
Op vrijdag werd er geen vlees gegeten maar vis.

Samen de Rozenkrans bidden
Dan nu even iets over een aantal zeden en gebruiken van de kleine gemeenschap op het Dr. Schaepmanplein.
Bijna alle pleinbewoners waren katholiek. Uit die godsdienstige overtuiging kwam een aantal gebruiken voort. In de mei-maand werd er ter ere van Maria iedere dag na het avondeten de Rozenkrans gebeden. Bij ons thuis werden om de tafel in de woonkamer 5 stoelen neergezet. Het hele gezin zat dan kop aan kont op de knieën, Pa voorop, dan Ma en vervolgens de drie jongens. Je handen met daarin de rozenkrans lagen op het zitgedeelte van de stoel. Het klinkt oneerbiedig maar de grote truc tijdens het bidden was om niet in lachen uit te barsten vanwege de potsierlijke opstelling van het gezin. Er werd wel eens aan een voet van je “voorganger” gewriemeld of een rare bek getrokken. Als pa dat merkte volgde de standaard-waarschuwing: “wen ich ’t nog inne kieër zieë dan krieste inne sjlaag um de oeëre”. Dus vooral zorgen dat Pa de volgende keer niets in de smiezen had.

Geloof en onweer
Een ander gebruik vond plaats als het onweerde. In ieder huis hing minstens één wijwaterbakje. Tussen de muur en het bakje stak een stukje van de palmtak die met Palmpasen in de kerk werd uitgereikt. Ter bescherming tegen blikseminslag werd het woongedeelte van het huis besprenkeld met wijwater. Daarna werd het palmtakje in brand gestoken en er werden kruistekens mee geslagen. Ik was eerlijk gezegd banger voor brand door dat takje dan voor blikseminslag.
Dat wijwaterbakje werd overigens elke dag gebruikt. Als we ’s morgens naar school gingen dan doopten we de vingers van onze rechterhand in het wijwater en maakten er drie kruistekens mee. Het moest ons op weg naar school en terug beschermen tegen onheil.

Gebruiken bij overlijden
Een gebruik dat de onderlinge saamhorigheid van de pleinbewoners onderstreepte was het volgende. Als er iemand kwam te overlijden dan gingen de twee naaste buurvrouwen langs de deuren om geld in te zamelen voor het getroffen gezin. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit gehoord heb dat iemand geen geld doneerde…
Er werd bij het huis van de overledene een zwart houten kruis waaraan een zwarte wimpel was bevestigd naast de voordeur geplaatst. Dit werd gedaan door de pastoor of kapelaan van de parochie. Ondanks het kattenkwaad dat de jeugd uithaalde is er met dat kruis nooit iets onbehoorlijks gedaan, je had er een enorm ontzag voor! (moet je nu eens mee aankomen…).

Bron: Nederlandskatholicisme.ruhosting.nl | Voorbeeld in Lutjebroek waarbij bij overlijden een zwart kruis voor het huis geplaatst werd.
Bron: Nederlandskatholicisme.ruhosting.nl | Voorbeeld in Lutjebroek waarbij bij overlijden een zwart kruis voor het huis geplaatst werd.

Waar de geestelijkheid ook voor zorgde was de H.Communie. Het uitdelen van de H.Hostie vond niet alleen tijdens de H.Mis plaats. Als een parochiaan door ziekte of handicap niet in staat was om naar de kerk te gaan, dan bracht de priester de hostie thuis. Hij kwam dan te voet met de hosties in een kelk naar de zieke. Hij werd hierbij vergezeld door twee misdienaars; de priester liep in het midden. Een van de misdienaars had een belletje in zijn handen; als het drietal op straat iemand tegenkwam rinkelde de misdienaar met zijn belletje. De voetganger(s) moesten stil blijven staan met het gezicht naar de priester en vervolgens een kruisteken maken.

De schoolgaande jeugd moest voordat de school begon eerst naar de H.Mis. Dat kerkbezoek werd door de schoolleiding op je rapport vermeld. Bij teveel verzuim volgden er sancties!

Ton

Ton

Ton Otten is in 1946 op de Molenberg geboren. Na 6 jaar Broederschool heeft hij 4 jaren op de St.Henricusmulo gezeten. Daarna ben is Ton naar de Luchtmachtkaderschool in Arnhem gegaan waar hij na een opleiding van 27 maanden bevorderd werd tot sergeant. Na op diverse Nederlandse vliegvelden te zijn gelegerd heeft Ton de dienst na bijna 7 jaren verlaten. Het ABP werd in 1970 zijn nieuwe werkgever, eerst in Den Haag en in 1972 in Heerlen. Daar heeft hij tot 2002 gewerkt. Toen kwam Ton in de WAO. Sindsdien houdt hij zich bezig met het repareren van klokken en met het schrijven van korte verhalen en gedichten, het liefst in het "plat". Het schrijven voor "Heerlen Vertelt" ziet hij als een leuke mogelijkheid om een steentje bij te dragen aan het doorgeven van een stukje geschiedenis aan jong en oud.

9 thoughts to “De rol van het geloof in de jaren ’50 en ’60”

  1. Bij ons ging het er op zondag heel anders aan toe omdat “het geloof” in ons huisgezin geen enkele rol speelde. In mijn volgende bijdrage rep ik hierover omdat we er wel mee geconfronteerd werden. Overigens wil ik Ton veel lof toezwaaien vanwege zijn zeer gedetailleerde beschrijving over de tijd van toen. Zo leer ik ook weer over hoe het bestaan er toentertijd bij andere gezinnen uitzag.

  2. Bedankt voor je compliment Bert. Ik ben benieuwd hoe de zondag in een niet-katholiek gezin werd beleefd. Leuk om te zien dat onze bijdragen worden gewaardeerd. Jou (een beetje) kennende ga je weer een gedetailleerde omschrijving geven. Ben zeer benieuwd. Groetjes. Ton.

  3. Goede kerkgangertjes werden op de Broederschool vaak beloond met de opdracht om met z’n tweeen een partij versgebakken hosties op te halen bij het zusterklooster aan de Gasthuisstraat. In een periode dat ik wat minder “langs de kirk sjtrietste” dan gewoonlijk mocht ik van Broeder Berno, samen met Petertje M. dat klusje klaren. Onderweg werd ik door hem voorgelicht: Het was de bedoeling dat we flink wat van die hosties op zouden knabbelen tijdens de terugtocht. Van de grote maar een paar, maar van de kleintjes kon je wel eten totdat hij zou aangeven dat het wel genoeg was. Dit alles was geen enkel probleem. Maar als we met alle hosties aan zouden komen, dan was dat wel een probleem. Het doosje zou dan te vol zijn en dat werd zeker opgemerkt volgens Petertje. Bovendien was het geen doodzonde, alleen maar een gewone zonde want ze waren toch nog niet gewijd. En, een gewone zonde kon je wegbiechten….
    Al hostie-etend (bij het huis van agent Beurskens aan de Voskuilenweg even niet) naderden we de hoek van de Holleweg. Nondedju!, broeder portier op zijn zwarte damesfiets daar bij het slachthuis! Pech, het doosje was te laat terug in het knisperende witte zakje en de broeder stond al voor ons. Gesjnapt!
    Met gebogen hoofden, de hosties inmiddels onder de snelbinders van de fiets en een ons escorterende broeder portier werden we weer afgeleverd op school. Tijdens de officiele reprimande die we kregen in het bijzijn van broeder Berno, meende ik deze toch even te zien glimlachen. Ik denk dat die wereldwijze broeder Berno allang veel beter wist….

  4. wat heerlijk om te lezen Bertje! Wat hadden we toch een ontzag voor Kerk en overheid he. Toch stiekem af en toe iets uitspoken….
    Ik was koorknaap, moest gregoriaans leren op de vrije zaterdag. Begrafenismissen en bruidsmissen werden door ons gezongen; zwarte toog aan, wit koorhemd eroverheen en met een uitgestreken smoelwerk de sterren van de hemel zingen. Een paar uur later door een gat in de heg in de kloostertuin van de nonnetjtes en noten jatten! ‘savonds aan tafel je handen niet te veel in beeld laten want door het pellen van die walnoten had je bruine jatten. Als Pa dat in het snotje kreeg, dan kreeg je een lel van zijn hand, die nog een beetje naar terpentine rook(Pa was huisschilder).ook als hij het niet had gezien ging je je wandaden toch voor alle zekerheid maar biechten. Met zwarte vlekken op je ziel bij Petrus aankomen was geen aanlokkelijk vooruitzicht!

  5. Och, och, och…….wat werden jullie toch bang gemaakt door die zwartjurken die tot hun grote ergernis maar geen grip konden krijgen op ons, de goddelozen. Als ik eens iets had uitgevreten wat niet door de beugel kon, dan wachtte mij de hand van m’n vader. Hij sloeg niet vaak, maar wel hard genoeg om te weten wat ik had misdaan.

  6. Hallo harry van Eijsden heb jij vroeger of nog altijd in de Karel van Oeverstraat gewoond? Alsja dan ken ik jou je woonde 2 of 3 huizen van de hoek Dr.Schaepmansstraat,een paar huizen verder was de nieuwe cooperatie klopt dat,nou dan veel groeten van een Oudmolepiek,hou je,Hans.

  7. hallo Harrie v. Eijsden, mijn achternaam is Snieders ik heb lang geleden in de Jacob van Maerlenstr. nr.22 gewoond .Schuin tegenover was de Tollenstr.Zoals ik mij herinneren kan was jou Vader bij de politie in Heerlen en mijn Vader was bij de Sinfina op de Eschenderweg hij vervoerde vaten benzine en petroleum hoofdzakelijk naar afnemers in Maastricht,langs de Maas,waar schippers op hem wachten deden,dat ze weer verder konden varen. Jou Vader en mijne konden zich goed, Zij hadden zich altijd wat te vertellen .naar diensttijd werd er vertelt wat ze meegemaakt hadden.Het valt mij in bij jou tegenover woonde Paul Brands hij was ook bij de Sinfina Hij reede een tankwagen. Nou dan veel groeten van Hans Snieders hou je.

Laat een reactie achter op Bert Nijkamp Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.