Bron: Rijckheyt.nl | Luchtfoto van Heerlerheide. In het midden een zilverzandgroeve. Op de achtergrond Vrieheide. Op de voorgrond de Maria-Christinawijk in Heksenberg.

De Hermann Göring kolonie (2)

Halverwege de weg van Heerlen naar Brunssum ligt, ingeklemd tussen de Brunsummerheide en een zilverzandgroeve, de Maria Christinawijk. Deze kolonie werd gebouwd in 1941 naar een ontwerp van de Duitse architecten K. Gonser en H.G. Oechler.

De architecten moesten voor de woningplattegronden zich houden aan de in de ‘Führererlass’ vastgestelde standaardmaten houden. De woningen zijn relatief groot en hoog. Op de eerste en tweede etage bevinden zich vier slaapkamers en een badkamer. Een ruimte op zolder kan voor ze wel berging als extra slaapkamer dienen. Beneden neemt de woonkeuken veel ruimte in beslag, wat ten koste is gegaan van de woonkamer. De grote kelder is deels een opslag- en voorraadruimte, die zich onder het gehele vloeroppervlak van de begane grond bevindt en tot stahoogte is uitgediept. Het andere gedeelte van de kelder is ingericht als schuilkelder. Met een verzwaarde stalen deur is de kelder in twee delen opgesplitst. De deur is aan de randen afgezet met rubber als voorzorgsmaatregel tegen een eventuele gasaanval. De kelder heeft extreem dikke muren, behalve de muur die aangrenzend is aan de buren is een stuk dunner. Zo kunnen de bewoners bij geval van instorting of bij ander gevaar gemakkelijk vluchten naar de buren.

De architectonische vormgeving heeft een overwegend sober en solide karakter. Enkele opvallende details verraden dat het hier om een bijzondere wijk gaat. Het meest opvallende is de vormgeving van sommige gevels. Hier zie je de zeventiende-eeuwse klok- en trapgevels terug, of een combinatie hiervan. De huizen waren gemaakt van een zeldzame vechtsteen, dit is een baksteen gemaakt van de klei van de oevers van het riviertje de Vecht, en maken een gesloten indruk.

Samen met het ‘Baubüro’ in Heerlen werd de GAGBAH de dagelijkse leiding gegeven over het project. Het bouwbedrijf Ostbau uit Rotterdam werd aangesteld als hoofdaannemer. Enkele tientallen arbeidskrachten, die op het punt stonden te vertrekken op transport naar Duitsland, werden ingezet om tot het einde van de oorlog aan de Maria Christinawijk te werken. Ze begonnen met het bouwen van barakken voor de rest van de werkkrachten die vanuit heel Nederland afkomstig waren. Voor de mensen uit de omgeving werden fietsen beschikbaar gesteld om de bouwplaats te bereiken.

De eerste bouwfase bestond uit het bouwen van 240 woningen in het westen. Later zouden ze met de partijgebouwen en noordelijke woningen beginnen. Alle bouwmaterialen moesten door de GB-Bau in Den Haag vrijgegeven worden, hier werden hele villawijken afgebroken om een ruimere blik op Engeland te krijgen. Het belangrijkste deel van het hout was afkomstig uit Scheveningen, al het bruikbare materiaal, balken en planken, werd per boot over de Maas aangevoerd. De arbeiders moesten naar Stein om de lading te lossen en naar Heerlen te transporteren.

Bron: Rijckheyt.nl |  Luchtfoto van Heerlerheide. In het midden een zilverzandgroeve. Op de achtergrond Vrieheide. Op de voorgrond de Maria-Christinawijk in Heksenberg.
Bron: Rijckheyt.nl | Luchtfoto van Heerlerheide. In het midden een zilverzandgroeve. Op de achtergrond Vrieheide. Op de voorgrond de Maria-Christinawijk in Heksenberg.

Financiering van de huizen
Door alle wensen werd het een erg duur project voor de Duitsers. Dus om op een efficiënte en goedkope manier dit project te voltooien was systematische overheidsbemoeienis nodig en een strakke planning. Uiteindelijk was de financiering haalbaar aangezien alleen maar dezelfde woningtypen werden gebouwd, die dus op grote schaal gemakkelijk konden worden herhaald. Bovendien zouden vrijwel alle werkzaamheden verricht worden door goedkope dwangarbeiders, die ongeacht verliezen van de Duitsers, de huizen en dorpen zouden afbouwen.

Dolle Dinsdag
Na Dolle Dinsdag, 15 september 1944, werd er steeds minder aan de bouw van de Maria Christinawijk gewerkt. Dolle dinsdag is een dag, waarop de Nederlandse bevolking erg euforisch was. Het gerucht ging namelijk dat Zuid-Nederland al bevrijd was en dat de rest van Nederland snel zou volgen. Het werd zelfs aangedikt doordat verteld werd dat ze in het Zuiden zelfs het geluid van de kanonnen hadden gehoord. Helaas klopte niks van dit bericht, aangezien de omvang van de geallieerden troepen te klein was. Desondanks vierden mensen al feest en vlaggen werden uitgehaald. Onder de Duitsers en NSB’ers brak paniek uit, velen van hen sloegen op de vlucht, steeds meer arbeiders meldden zich ziek of kwamen  niet meer opdagen, waardoor dus ook de bouw van de huizen in het slop geraakte. Na de Duitse capitulatie werden de 240 woningen in de Maria Christinawijk voltooid. De wijk werd voltooid door deels dezelfde arbeidskrachten als tijdens de bezetting. De rest van het plan werd nooit voltooid. in 1947 was de wijk opgeleverd aan de eigenaar van de Staatsmijnen en betrok het mijnpersoneel de woningen. De wijk verloor al snel haar aantrekkingskracht omdat de woningen in vele opzichten afweken van het woningtype dat in de omgeving gebruikelijk was.  Voor de oorlog waren ze natuurlijk fantastisch gebouwd, maar wat moest men nu nog met de krappe woonkamers en zeer ruime slaapkamers, de afwijkende plafondhoogte en schuilkelder. De bijnaam Hermann Göringkolonie maakte de aversie alleen maar groter, en de woningen raakten steeds minder in trek. Mensen wilden namelijk op geen enkel gebied herinnerd worden aan de verschrikkelijk oorlog. Op financieel gebied echter waren ze erg aantrekkelijk, daar wordt meer over verteld in het interview met mevrouw Smeets.

De wijk werd van de ondergang gered toen in de jaren zeventig de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (E.G.K.S.) de Maria Christinawijk accepteerde als experimenteel verbeteringsproject. Door dit renovatieplan kon de naam van de wijk verbeterd worden. De woonkamer werd uitgebreid, een nieuwe keuken aangebouwd. Alle vertrekken kregen centrale verwarming.

Bron: Ricjkheyt.nl |  Werkbezoek van staatssecretaris Jan Schaefer van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening aan de Maria Christinawijk.
Bron: Ricjkheyt.nl | Werkbezoek van staatssecretaris Jan Schaefer van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening aan de Maria Christinawijk.

Staatsecretaris Jan Schaefer
Op 15 augustus 1974, brengt staatssecretaris Jan Schaefer een bezoek aan de Maria Christinawijk. Van 1971 tot 1973 zat hij voor de PvdA in de Tweede Kamer en van 1973 tot 1977 was hij staatssecretaris van stadvernieuwing op het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Op die dag worden 440 huizen opgeleverd die in de jaren ’70 gerenoveerd zijn. Ze zijn een grondige structuurverbetering ondergaan, aan de achterkant kwam een aanbouw over de volle breedte van de woning. De keuken is vergroot en de wc en badkamer zijn betegeld en gemoderniseerd. Electra, gas- en waterleidingen werden vernieuwd. Ook werden de dakpannen vervangen. Aan de buitenkant van het huis werden de gevels vernieuwd door het aanbrengen van nieuwe ramen en deuren. De totale kosten van deze verbeteringen kosten dan ook ƒ 15.000 per huis! Natuurlijk werden de huren dan ook fors verhoogd door al deze verbeteringen.

In samenwerking met het BernardinusCollege te Heerlen gingen de leerlingen Michelle Meens, Nicole Kremer en Karlijn Janssen op onderzoek uit.
Lees hier ook deel 1 van dit verhaal.

Ingezonden verhaal

Ingezonden verhaal

Als lezer van HeerlenVertelt.nl zal het vaak voorkomen dat u gebeurtenissen, locaties of gebouwen herkent. Wanneer u graag zelf een verhaal hierover wilt schrijven en insturen kan dit natuurlijk!

2 thoughts to “De Hermann Göring kolonie (2)”

  1. Ik ben in 1948 geboren in de Hindestraat en heb tot onze verhuizing bijna 12 jaar op nummer 23 gewoond. We hadden inderdaad een spannende schuilkelder. Mijn vader had er zijn knutselhok. Onder de voordeur was een kolenkelder. Een deel van zijn salaris bij de Staatsmijnen werd in brandstof uitbetaald. Het werd door een rooster voor de voordeur gestort. Zomer sliepen we vaak weken in de kelder omdat het daar lekker koel was. Ons hoekhuis was boven snikheet. Als je in de kelder uit je bed stapte voelde wel eens een vliegend hert (grote kever)onder je voeten kraken. Heel griezelig. De betegelde vloer van de keuken liep scheef af. Als er een emmer om ging liep al het water een hoek in. Volgens mijn moeder was dat sabotage tijdens de bouw geweest. Het enige heldhaftige dat ze ooit gemerkt heeft.
    Op de akker naast ons werd nog met een paard geploegd en zomers stond er een roze dorsmachine. we werden ontzettend streng gewaarschuwd voor de aandrijfriem met verschrikkelijke verhalen over kinderen die er door meegetrokken weren en in stukjes naar buiten kwamen. In de verte ratelden de kettingen van de graafmachines van de zilverzandgroeve, die steeds dichterbij kwam. Op weg naar de (dependance in het patroonaatsgebouw waar je trui aan de tafel vastplakte in het opgedroogde bier) muziekschool in Heerlerheide kwamen we er langs allerlei interessante wielsporen vol water. We zijn wel eens nooit op de les aangekomen omdat we het te druk hadden met deltawerken. Ik heb nog steeds iemand op mijn netvlies staan die bij een dijkdoorbraak plotseling met volgelopen laarzen vast zat in de klei.

  2. Ik heb jaren tegen over de Maria Cristina wijk gewoond, ook in de oorlog.
    Waarom wordt er niks verteld over,dat die wijk in de oorlog gebombardeerd is, met brandbommen ik weet niet precies welk jaar.

Laat een reactie achter op Els Bannenberg Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.