Bron: Prive collectie | Huub Giebels zittend op de tank in de rode beek

Spelen (op straat) toen er nog geen computers waren (2)

Zoals ik al in verschillende van mijn verhalen heb laten weten ben ik een oorlogskind; geen “babyboomer”. Toen die generatie massaal ter wereld kwam (waardoor niet verder dan hun neus kijkende politici zestig jaar later in paniek raakten) speelde ik heerlijk op “de Zandberg” in Palemig. Dat was dus in de veertiger jaren. De Zandberg lag aan de Hompertsweg oostelijk van Palemig en bestond uit een heuvel met bos en plekken met wit zand waarin het heerlijk spelen was.

Vanuit onze straat gingen we daar geregeld heen, we liepen dan door het weiland achter ons huis – de Gov. Flinckstraat en Nieuw Meezenbroek bestonden nog niet – naar de Slotweg die toen nog een grintweg was. Bij het kapelletje in Palemig gingen we rechtsaf om zo’n honderd meter verder linksaf een paadje in te gaan. Het zal, zo vermoed ik, tijdens de tweede helft van de jaren veertig zijn geweest dat op dat terrein noodwoningen werden gebouwd. Die woningen met kleine vensters waren aan de buitenzijde bestreken met cement en de onderkant van de gevel stak schuin naar voren.

Bron: Rijckheyt.nl | Luchtfoto van de Kakert (1952)
Bron: Rijckheyt.nl | Luchtfoto van de Kakert (1952)

Het buurtje werd “Tuindorp” genoemd. Op een website las ik dat de Woninggroep Tuindorp in 1948 aan Kakert is toegevoegd. Hoelang deze woninggroep heeft bestaan weet ik niet. Eind vijftig, begin zestig werd de – nu niet meer bestaande – camping “De Bousberg” op dat terrein gevestigd. Nu is het een villawijk.

Toen ik wat ouder werd en niet meer aan de hand van m’n ouders de wereld hoefde te gaan ontdekken, gingen we vaak met een groepje naar de Heksenberg en de Rode Beek. Dat was een hele tippel (ja…….we liepen daarheen!!!). Via de Slotweg naar Palemig en bij het kapelletje staken we de St. Barbarastraat over naar de Kapelweg. Langs Stienstra rechtdoor bergopwaarts naar “het kleine mijntje”, zoals wij de Oranje Nassau IV noemden.

Bron: Rijckheyt.nl | Slotweg. St.Barbarakapel. Palemig
Bron: Rijckheyt.nl | Slotweg. St.Barbarakapel. Palemig

Bovenaan de berg gingen we rechtsaf het grintweggetje in dat langs de houten koeltoren van de mijn liep. Daar keken we altijd naar het water dat langs luchtroosters omlaag stroomde. We liepen daarna weer verder om een kijkje te nemen bij de steenstort waar je zomaar bij kon komen. Ik heb daar indertijd heel wat afdrukken van fossiele planten gevonden. Er vlakbij stonden houten loodsen van een zweefvliegclub, maar ik kan me niet herinneren daar ooit zo’n kist in de lucht te hebben gezien. Ik weet dus niet waar en hoe die vliegtuigen werden opgelaten.

De rode beek
Daarna beklommen we de Heksenberg om vervolgens door te lopen naar de Rode Beek. Er liep een pad door het moerassige brongebied waar ik een keer tot mijn knie in de prut ben gezakt toen ik een zijstap maakte. Vriendjes hebben me er toen uit getrokken. Langs dat pad was “het Koffiepoeltje”, een diepe plas waar altijd bruin water in stond. Eindelijk kwamen we dan bij de witte zandvlakte en het ondiepe water. Uren hebben we daar doorgebracht, lekker kliederend en pootje badend. We maakten er ook dammetjes van glibberig grijs zand dat een beetje stonk. Teruglopen naar huis in Meezenbroek vergde ook weer heel wat tijd en dat maakt best wel dorstig. Gelukkig konden we onze dorst lessen bij een kraantje bij het pompstation van de mijnen dat in de velden ten noorden van Palemig was. Later gingen we ook wel met de fiets die kant op en als we dan terug gingen dan reden we in duizelingwekkende vaart vanaf de Koolkoelenweg de Heiveldweg bergafwaarts. Zonder te trappen kwamen we dan bijna in Palemig uit. Als ik dáár nu aan terugdenk: brrrr…
levensgevaarlijk!

Bron: Prive collectie | Ingestuurde foto, Hub Giebels zittend op de tank in de rode beek
Bron: Prive collectie | Ingestuurde foto, Hub Giebels zittend op de tank in de rode beek

O.a. dít herinner ik me nog uit mijn vroege jeugdjaren. Maar ook toen werd ik iedere dag een dagje ouder en zodoende schreef ik in een vorige editie over ons “brommertje spelen”, terwijl Ton Otten eerder herinneringen ophaalde over hinkelen, tollen, touwtje springen, etc.

Behalve die spelletjes waren er nog wel meer waarmee wij ons bezighielden. Heel favoriet was verstoppertje wat in oud-Meezenbroek heel goed mogelijk was. Want achter de huizen waren paden met hoge ligusterheggen waar achter (en er zelfs half in) je je mooi kon verschuilen. Ook deden we wel balspelen waaraan zowel meiden als jongens mee deden. Twee ballen gooiden we dan om en om tegen de hoge voorgevel van een huis; sommigen konden dat met drie of vier ballen. Veel meiden waren bedreven om de ballen van achter hun rug om op te gooien maar mij lukte dat nooit. Natuurlijk is het wel eens gebeurd dat een bal per ongeluk door een open raam in een slaapkamer terecht kwam.

Schipper mag ik overvaren was een ander spel, maar daarvan weet ik de spelregels niet meer. Halverwege de jaren vijftig kwam badminton in de mode bij ons. Dat deden wij zonder net met twee spelers die tegenover elkaar stonden. Het was de kunst om, achteruit lopend, steeds verder van elkaar af te komen staan en toch het spel gaande te houden. Dat betekende dat we het pluimpje, zoals wij een “shuttle” noemden, steeds hoger dienden op te slaan. Nu stonden er bomen in onze straat en ook de dakgoten waren nogal laag dus we hebben heel vaak aan bomen staan schudden en uit slaapkamerramen moeten klimmen om ons pluimpje terug te krijgen.

Bron: Rijckheyt.nl | De Frans Halsstraat. Met gemarkeerd het huis van Bert Nijkamp. Met de bomen in de straat waar regelmatig "shuttle-tjes" in bleven hangen.
Bron: Rijckheyt.nl | De Frans Halsstraat. Met gemarkeerd het huis van Bert Nijkamp. Met de bomen in de straat waar regelmatig "shuttle-tjes" in bleven hangen.

Ons “op straat spelen” kon dus alleen omdat bijna niemand een auto had. Voor zover ik mij kan herinneren hadden alleen onze overburen, de Families Slooten en Rinsema, er een. W. Slooten dreef een textielhandel en reed in een Opel Olympia. B. Rinsema was bij de brandweer en in het bezit van een Austin A30, later een Austin Mini.

Eén van mijn vorige verhalen ging over mijn autorijlessen in Heerlen. Ik had les bij Peter Diamant uit Palemig. Nu had iemand bij ons in de straat in dezelfde periode ook les bij hem: de heer Clasener die schuin tegenover ons woonde. Die kocht op een dag, nog voordat hij examen moest doen, een grote Amerikaanse slee: een Oldsmobile.
Het mocht uiteraard niet, maar meerdere avonden hebben we met die bak rondjes gereden door de buurt, zogenaamd om rijervaring op te doen. Het was trouwens een heel wat luxere auto dan de Vauxhall waarin wij les kregen. Zo was de “Olds” – zoals vrijwel alle Amerikaanse auto’s – een automaat. Mij heeft de opgedane rijervaring(!) niet geholpen want ik ben niet geslaagd bij het rijexamen. Hoe de heer Clasener het er heeft afgebracht weet ik niet meer.

Fikkie stoken
Wat we ook wel deden was fikkie stoken wat natuurlijk niet mocht en ook nog eens gevaarlijk kon zijn, maar dat realiseerden we ons toen niet. Soms gebruikten we een brandglas om een vuurtje te maken en ik pikte thuis wel eens een doosje lucifers. Ik ben eens door iemand uit onze straat betrapt tijdens dit “spelletje” en die heeft het aan mijn ouders verteld. De straf was twee achtereenvolgende zomerse zondagen huisarrest, dus binnenblijven.

Een leeftijdgenoot vertelde mij jaren later dat hij soms met z’n kornuiten met vuur speelde op een braakliggend veldje achter de huizen aan de Tooropstraat. Niet zo ver daar vandaan stonden twee gasketels van het gemeentelijk gasbedrijf. In onze jeugdige onbezonnenheid realiseerden we ons natuurlijk niet wat de gevolgen hadden kunnen zijn als zo’n vuurtje uit de hand liep. Een buitenlandse kennis vertelde mij eens dat hij in zijn kleuterjaren een vuurtje had gemaakt in een kerk. Hij heeft me de plek laten zien waar de ruïne van dat gebouw jarenlang gestaan heeft. Ze hebben de dader nooit gevonden; die ligt al lang op het kerkhof.

Bert

Bert

Bert Nijkamp werd in 1941 in Heerlen geboren. Twintig jaar woonde Bert in Meezenbroek. Deze tijd was voor hem onvergetelijk. Na een (mislukte) start in de horeca diende hij zijn militaire dienstplicht te vervullen en in die periode was zijn gezin in 1961 naar Apeldoorn verhuisd. Na te zijn afgezwaaid, had hij een paar jaar een adm. functie bij een constructiefabriek om daarna als burger-ambtenaar in verschillende technisch/ administratieve functies bij een TD-eenheid van Defensie zijn brood te verdienen. Al sinds zijn jonge jaren schreef hij graag en was hij geïnteresseerd in historie. Zowel voor die constructiefabriek, als voor zijn militaire werkgever heeft hij verschillende artikelen geschreven. In 2010 schreef Bert samen met een oud-collega een boek over over “150 jaar Kamp Nieuw Milligen”, een militair complex midden op de Veluwe. Ze hebben er twee jaar aan gewerkt. En in 1991 kwam een door Bert geschreven boek uit over 75 Jaar Apeld. Chr. Mannenkoor (zie www.acm-apeldoorn.nl) waarvan hij al jaren lid was (de basis voor zijn liefhebberij voor mannenkoorzang was n.b. bij het K.H.M. St. Pancratius gelegd!). Bert is op 10 oktober 2012 in Apeldoorn overleden.

20 thoughts to “Spelen (op straat) toen er nog geen computers waren (2)”

  1. Wat een leuk verhaal Bert. Veel details die jij opgraaft komen mij bekend voor. Wij van Molenberg kwamen ook veel op de Brunssumerheide. Samen met mijn schoolvriendje Andre Jonker gingen we op de zandheuvel zelfgebouwde zweefvliegtuigen ” oplaten “. Ook kan ik me herinneren dat er op de hei een oude Amerikaanse of Engelse tank stond waar je heerlijk op kon klauteren. Dat gebied werd door defensie als oefenterrein gebruikt. Als we ’s zomers in de avond buiten zaten en de wind stond goed, dan kon je mitrailleurvuur tot op de Molenberg horen!

  2. Ik heb verschillende jaren in tuindorp gewoont in de dennelaan in het laatste huis tegen het bos later verhuisde wij ernaast.ben op zoek naar foto`s vn tuindorp .Wie heeft hier foto`s van? zou graag een willen hebben .

    1. hallo ik heb op cristaandewetstaat 14ge wonde in tuindrop heerlen ik ben ge boren maar jamer ge nog is ons huis er niet meer als ik nog kun trug draaje deet ik het heel graag ik heb daar heel graag ge wonde

    2. Beste Marianne,
      Ik zou graag in contact komen met betrekking tot de geschiedenis van Tuindorp-Schaesberg. Het zou fijn zijn als de geschiedenis zou kunnen opgenomen worden in een artikel voor het OCGL.
      met vriendelijke groet,
      Evert Glezer

    3. Ik heb vroeger ook in tuindorp gewoond, en zou graag meer informatie over tuindorp willen hebben. Mijn ouders hebben mij veel verteld daarover. Dat ze daar een fijne tijd hebben gehad, mijn moeder heeft in het begin zelfs heimwee gehad, maar mijn vader werkte op de emma dus verhuisde wij naar de weggebekker. Ik kan het mij niet herinneren daarvoor was ik nog te klein.

  3. Zeer mooi om al die herinneringen te vergeleiken met mijn ervaringen. Ik herinner me een oud militair voertuig op de heide waarvan een van de wielen zonder band erop, gebruikt werd om het zweefvliegtuig op te trekken met een lang touw. Ook herinner ik me dat ik honderden roestvrij stalen kogels verkocht om mee te knikkeren. Jongens kwamenervoor uit heel Heerlen by mij aan huis. De kogels kwamen uit de tanks op de sloperij waar mijn grootvader werkte.

  4. Heel leuk verhaal van vroeger alleen was ik er toen nog niet. Ik ben van 1964. Wat ik wel nog weet dat mijn opa daar gewoond heeft en mijn vader dus ook. Misschien was het wel me opa met die oldtimer…. Denk niet dat het me vader was, anders had ik dat wel geweten. Was dit per toeval tegen gekomen en na het lezen moest ik toch effe wat schrijven. Erg leuk. Groetjes Roger Clasener.

    1. Ik ben al verschillende malen op zoek geweest naar Leo Clasener,een zoon van mijn Ome Leo en Tante Toos.Bij toeval stuitte ik op jouw artikel en was benieuwd wie jouw vader is.Ik ben familie van de fam.Clasener, vroeger wonende in de Frans Halsstraat.
      Ik zou graag iets van je willen horen

  5. Hallo ,jullie verslagen gelezen( heel leuk).Maar mijn vraag is weet iemand van jullie zich iets te herrinneren van de Apenkooi op de Heksenberg in .Ik ben geboren in Meezenbroek in 1937 .Wij liepen van de Dr Kuiperstraat via het kapelletje naar de Heksenberg ,bij Stienstra recht af en dan links af.Piet Stenders woonde er .Er stonden aan de rechterkant een paar huizen de berg op dan was er een cafe met de Apenkooi en een speeltuin, het lag kort bij een houten watertoren.Dan door naar de rodebeek via het moeras was het een stuk korter dan het orginele pad.Een naam kan ik me nog herrinneren Ik ben benieuwt of iemand de Apenkooi kan,

    1. Hallo, ik ben ook geboren in Meezenbroek, toen ik 5 jaar was zijn we naar de apekooi verhuisd, waar mijn vader en moeder de apekooi gerund hebben, dat moet ongeveer van 1959 tot 1966 geweest zijn.Mijn vader,(Piet Clever) heeft er nog 2 zomerhuisjes gebouwd die hij s’zomers verhuurde.Er was een speeltuin en cafe en een snoep en ijstent. En natuurlijk niet vergeten de aapjes in de apekooi. 2 aapjes hadden we ‘Sjarmi en Maa-il, In de winter was mijn vader kolenboer.
      als je van ons uit naar palemig liep had je eerst boer brounen met er vlak naast Boshouders, een eindje verder Figas en dan kwam fam Koekebier en boerderij Grooten en op het laatst aan de linkerkant schilleboer Stenders

  6. Hallo A. Spoelstra,
    Zeker kan ik mij de apenkooi goed herinneren. Het lag aan de rand van de Brunssummer heide. Ikzelf ben daar veel gekomen i.v.m. crossen met de fiets op de hei ( Zeven heuveltjes, Rode Beek enz. ) met vrienden uit Schandelen. De apenkooi werd toen gerund door de fam. Mattes. Er was voor die tijd een heuse speeltuin met een kabelbaan + een buiten terras met zitjes en er was een soort restaurant waar van alles werd verkocht.
    Zoals ijs koffie, frisdrank en snoep. In de zomermaanden was het er erg druk. De houten toren was van de mijn aldaar. Aan de over kant van de weg was een water kraan. We vulden daar altijd de flessen. Ik ben daar terecht gekomen door een klas genoot van me Giel Boshowers. Zijn ouders hadden daar een boerderij rechts van de weg. In de volks mond hoeven Boshowers of Heihof. Door de uitbreiding van de zandgroeven is er veel verdwenen, zo ook de apenkooi. We hebben daar een leuke tijd beleefd.
    Hopelijk heb ik U meer info kunnen verschaffen. Heeft U nog vragen, dan belt U mij gerust. Mijn telf.nr is 06 28084544 Groetjes Jan Meijer

    Beantwoorden

    1. Hallo Jan Meyer, bedankt dat op mijn vraag geantwoord hebt.Jij schrijft dat je vanuit de Dr de Kuiperstr vertrok naar de hei, woonde je in de dr K straat?Ik heb daar nl ook gewoond.Gr ASpoelstra

  7. Hallo Jan Meyer, bedankt dat U op mijn vraag geantwoord hebt.U schrijft dat U vanuit de Dr de Kuiperstr vertrok naar de hei, woonde U in de dr K straat?Ik heb daar nl ook gewoond. Groeten A Spoelstra

  8. Hallo mensen, heeft iemand van jullie misschien omstreeks 1950-1959 in Palemig gewoond. Ik zou dat graag weten, omdat ik geen enkele foto heb van die tijd.

    Groetjes.

    1. Hallo Mevr. Toussaint,
      Naar aanleiding van U oproep heb ik een tip voor U.
      Er is nl. een boekje uitgegeven in 2004 over de geschiedenis van de Heerlense buurten, deel 2 Palemig vroeger. Uitgegeven door Peter Pauwels het ISBN nr is; 90-804217-7-4

      Dit boekje omvat veel verhalen, veel foto`s van bewoners winkels cafés en activiteiten. Periode 30 tot en met de 70 jaren.
      Vermoedelijk nog verkrijgbaar stads archief Heerlen ( Termen museum ). U kunt ook na vragen of de hoofd sponsor U aan dit boekje kan helpen. Autohandel Verboom in Palemig telnr.. 045-5226771
      Hopende u hiermee van dienst te zijn geweest.

      Groetjes Jan Meijer

    2. Hallo Mevr. Toussaint,
      Naar aanleiding van U oproep heb ik een tip voor U.
      Er is nl. een boekje uitgegeven in 2004 over de geschiedenis van de Heerlense buurten, deel 2 Palemig vroeger. Uitgegeven door Peter Pauwels het ISBN nr is; 90-804217-7-4

      Dit boekje omvat veel verhalen, veel foto`s van bewoners winkels cafés en activiteiten. Periode 30 tot en met de 70 jaren.
      Vermoedelijk nog verkrijgbaar stads archief Heerlen ( Termen museum ). U kunt ook na vragen of de hoofd sponsor U aan dit boekje kan helpen. Autohandel Verboom in Palemig telnr.. 045-5226771
      Hopende u hiermee van dienst te zijn geweest.

      Groetjes Jan Meijer

  9. Hallo wat leuk om dit verhaal te lezen ik heb zelf jaren in tuindorp gewoond tot me 14 jaar op de ginsterlaan. ook wij gingen langs het padje langs het kapelletje bij het huisje op de hoek hadden we een gat in het gaas je maakt en om er perziken en hele grote peren te plukken (jatten) er een geweldige jeugd gehad ken nog diverse families die daar gewoond hebben, b.v ter haken.. fam van kaam, van de berg, fam grolleman, fam blauw, fam jonkers en zo kan ik er nog een aantal. Ja toen kon je nog gewoon op straat spelen en liepen de kinderen geen gevaar als ze alleen op straat waren. geweldig dorp dit vind je nergens meer.

  10. Hallo mensen,
    Wat ik nog weet van de apenkooi is, dat er achter de bar of toonbank, een slangenvel hing wel 2 meter lang.
    En de muren waren niet geverfd maar helemaal volgehangen met kroonkurken, hiermee waren figuren gemaakt door de kleuren van de kroonkurken , waarom dat er kroonkurken waren gebruikt, nou omdat er toen de tijd weinig te krijgen was van behang en zo.
    Dit is mij toen eens verteld, misschien weet iemand dit ook nog?

    groet Driek

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.