De Kerk en wij

Zoals ik al in andere artikelen heb geschreven woonde ik in “oud-Meezenbroek”: het bolwerk van “de rooie rakkers” zoals het wel eens betiteld werd.

Niet geheel ten onrechte overigens want er woonden veel PvdA-aanhangers en ook de CPN was er niet onbekend. In de verkiezingstijd hingen achter veel ramen felrode posters van de Partij van de Arbeid en medio vijftig stond daar de naam van Sjeng Tans (Maastricht, 19 januari 1912 – aldaar, 23 februari 1993) op vermeld.  Jean Guillaume Hubert Tans was een Rooms-katholieke PvdA-politicus uit Maastricht. Hij is partijvoorzitter geweest en lid van de Tweede Kamer.

Bron: geheugenvannederland.nl | Sjeng Tans
Bron: geheugenvannederland.nl | Sjeng Tans

Op onze deurpost was een schildje met een groene ster geschroefd. Dat betekende dat hier Esperantisten woonden. Ja, mijn ouders spraken Esperanto. Dat had een wereldtaal moeten worden, maar dat is mislukt.

Mijn ouders waren ook lid van het Instituut voor Arbeiders Ontwikkeling waaruit later het Nivon uit is voortgekomen. In onze wijk was zelfs een hulppost van de NVSH waar o.a. condooms aangeschaft konden worden. Dit alles was natuurlijk een gruwel voor de R.K. geestelijkheid die het toen grotendeels voor het zeggen had. Zowel mijn vader, als ik zelf hebben destijds meermalen ondervonden hoe sterk de macht en invloed van de kerk was.

De H. Geestparochie
Pastoor J. Frijns van de H. Hart-parochie in Schandelen heeft het dan ook meermalen aan de stok gehad met “ongelovigen” als wij. In 1952 kreeg deze zielzorger de opdracht om een parochie in Meezenbroek te stichten en zo kwam hier de H. Geestparochie. Na enige jaren gebruik te hebben gemaakt van een noodkerk, werd op 2 juni 1962 de H. Geestkerk geconsecreerd. Amper veertig jaar later werd het gebouw in 2001 aan de eredienst onttrokken en wordt nu gebruikt voor opslag van kerkelijke spullen.

Bron: Rijckheyt.nl | Kasteellaan. H.Geestkerk.
Bron: Rijckheyt.nl | Kasteellaan. H.Geestkerk.

Ik herinner me nog de kleurrijke processie die in de jaren vijftig door Nieuw-Meezenbroek trok. Helemaal vooraan liep een gebogen in het zwart geklede oude man, ik geloof dat hij Pranger heette, die alsmaar luidkeels Heilige Maria, Moeder van God… riep. Tot mijn stomme verbazing vielen veel aanwezigen op hun knieën als de pastoor in vol ornaat in de stoet voorbij kwam. Mijn mede-redacteuren zullen het fijne en de betekenis ervan wel weten. Want pas jaren later begon ik een beetje te snappen van het (toen nog) rijke Roomse leven.

Bert

Bert

Bert Nijkamp werd in 1941 in Heerlen geboren. Twintig jaar woonde Bert in Meezenbroek. Deze tijd was voor hem onvergetelijk. Na een (mislukte) start in de horeca diende hij zijn militaire dienstplicht te vervullen en in die periode was zijn gezin in 1961 naar Apeldoorn verhuisd. Na te zijn afgezwaaid, had hij een paar jaar een adm. functie bij een constructiefabriek om daarna als burger-ambtenaar in verschillende technisch/ administratieve functies bij een TD-eenheid van Defensie zijn brood te verdienen. Al sinds zijn jonge jaren schreef hij graag en was hij geïnteresseerd in historie. Zowel voor die constructiefabriek, als voor zijn militaire werkgever heeft hij verschillende artikelen geschreven. In 2010 schreef Bert samen met een oud-collega een boek over over “150 jaar Kamp Nieuw Milligen”, een militair complex midden op de Veluwe. Ze hebben er twee jaar aan gewerkt. En in 1991 kwam een door Bert geschreven boek uit over 75 Jaar Apeld. Chr. Mannenkoor (zie www.acm-apeldoorn.nl) waarvan hij al jaren lid was (de basis voor zijn liefhebberij voor mannenkoorzang was n.b. bij het K.H.M. St. Pancratius gelegd!). Bert is op 10 oktober 2012 in Apeldoorn overleden.

14 thoughts to “De Kerk en wij”

  1. leuk Bert, iemand die openlijk( kan het nog openlijker ?) toegeeft dat hij van de Riten van de R.K. kerk het fijne niet wist (weet). Tijdens een processie werd het z.g. Heiig Sacrament in een gouden monstrans waarin een grote hostie achter een glaasje zat aan het volk getoond. De gelovige toeschouwers vielen dus niet zozeer voor de priester op hun knieën als wel voor het Sacrament. Pastoor Frijns was geen gemakkelijk persoon. Ik kwam er vele jaren later via mijn werk achter dat hij een zeer actieve rol had gespeeld in het plaatselijke verzet tijdens W.O. 2. Misschien dat dit iets van zijn instelling verklaart.

  2. Leuk zo,n verhaal te lezen over een tijd dat ikzelf in de “Rooie Kolonie ” woonde.
    Pastoor Frijns had de moed om de processie een keertje via de Mesdagstraat, stukje Jozef Israelstraat en Marisstraat via de Frans Halsstraat weer terug naar de “katholieke kant” aan de overzijde van de Mesdagstraat te laten trekken. Spitsroeden lopen voor de enkele katholieken in de buurt. Ze werden uitgejoeld door enkele rooie rakkers,wat trouwens wel erg onbeschaafd was.
    Ook had hij het behoorlijk aan de stok met de bisschop en als je het “Witboek” las, dat hij over dit konflikt heeft laten uitgeven, kwam je tot de ontdekking dat de pastoor als zowel de bisschop ook best veel aardse scheldwoorden wisten te gebruiken. Er is eigelijk een heel verhaal te vertellen over de reden van de komst van deze bouwpastoor,zijn nieuwe parochie met hoofdzakelijk “Indonesieers” zoals wij de nieuwe bewoners allemaal noemden, en de komst van de pastoor zelf.

  3. Tja, die Frijns. Kan me herinneren dat de kerk en dus de representant ervan (Frijns) een enorme stemple drukte op het totale leven. Frijns liep processies ja, boegeroep, schelden en zelfs een knokpartij op straat. Toen ik als 5 jarige wat stopverf genomen had uit de sponningen van kerkraampjes stoof Frijs de schoolklas in, rook aan alle kinderhandjes, kwam bij mij uit en nam me mee de kerk in. Hij sloeg me de kerk rond. Frijns…..wat ij betreft een grote kloothommel en nu ws. bij zijn fantoom boven.

  4. Ja,ja de kerk, je kon niet over geloof discussiëren, dat hing samen met de aard van geloof, als je kunt discussiëren dan is het politiek, je geloofde of je geloofde niet. Degenen, die wel geloofden zaten sowieso vooraan in de kerk, goed zichtbaar, tenminste op zondag en liefst iets vaker. Ga je over geloof discussiëren, dan wordt het ruzie tussen degenen die het beter weten en degenen, die het ook niet weten. Bovendien, als je iets weet, dan is het geen geloven meer. Je moet hardop meebidden in de kerk en altijd net een lettergreep sneller de gebeden uitspreken, dan weet iedereen , dat jij weet hoe het moet, de anderen spreken alleen na. Bij het bidden van de rozenkrans gaat het erom, zo snel mogelijk de woorden tussen “wees” of “onze” en “amen” uit te spreken. Niet alles hoeft duidelijk te zijn, maar als je er hemels bij kunt kijken helpt dat en anders kun je altijd nog je ogen sluiten, teken van devotie. Doe dat niet tijdens een processie, want dan gaat het mis. Hoogmis is een mis waar Gregoriaans in wordt gezongen, Latijn gesproken en die langer duurt. En toch mag je niet voor het Gloria de kerk uit, tenzij je de liefde bedrijft en dan was je toch al niet in de kerk en is het zeker niet veilig. Je moet biechten. als kind heb je óók (?) vast wel iets zondigs gedaan . De dingen waar je diep in je hart van denkt, dat ze niet kloppen zullen ook wel niet kloppen maar die durf je niet te vertellen tegen degeen, die achter het roostertje zit. Het gaat hem bovendien niet aan. Onkuisheid mag je niet begaan en tegen de tijd, dat je weet, wat het betekent is het dat niet meer want dan ben je getrouwd. Dus lieg je dat je een koekje of een snoepje hebt gepikt terwijl je dat best mag van thuis als je nog maar wat over laat voor de visite en je ouders niet mis grijpen. Of je zegt, dat je niet mee hebt geholpen met afwassen, terwijl je moeder dat vanzelfsprekend deed, want anders duurde het te lang en ze moest ook nog wassen en strijken en boodschappen doen en schrobben. Daarmee heb je die Onze Vaders en Wees Gegroeten, die je ter penitentie moet bidden in ieder geval wél eerlijk verdient. Jullie hebben geen oorlog meegemaakt want in tijden van tegenspoed lopen de kerken vol. Het gaat ons te goed. Latijn is om het volk eronder te houden, wat je niet snapt, daar kun je ook niet over twijfelen. Om dezelfde reden zijn recepten van artsen onleesbaar. Naast de pastoor en de kapelaan zijn de notaris en de arts notabelen en die hebben gewoon gelijk. Die medicijnen kun je altijd op het nachtkastje leggen en als tante Liesje ‘ns dezelfde pijn heeft, kan ze ze nog gebruiken. Knik of til even je hoed omhoog. Voor de pastoor staat er een borrel klaar en een sigaartje en hou je alsjeblieft een beetje rustig. Heb je schoon ondergoed aan en geen gaten, want als je in het ziekenhuis komt moet het er netjes uitzien. Bloed mag dan wel weer, thuis wordt er niet over gesproken maar er liggen wel bebloede dingen in een emmer met deksel maar dat hoef je nog niet te weten. Als je de eerste keer te communie gaat, sluit je ook weer je ogen en voor die keer mag je je tong uitsteken naar de priester. Die legt dan ’t lichaam van Christus erop en drinkt dan van zijn bloed. Niet bijten maar probeer het onder het bidden met je tong los te peuteren. Die mensen doen dat anders, maar die hebben een ander geloof, ze kunnen best wel aardig zijn. De Eerste Heilige Communie betekende, dat je cadeautjes kreeg en dat de ooms en tantes de hele dag zaten te drinken en te roken en jij mocht de glaasjes met sigaretten aanvullen, met en zonder filter en doe er ook nog maar wat sigaartjes bij. Sommige kinderen kregen hele fietsen of steppen. In ieder geval liep je in kleren, die wel mooi waren, maar het lekker spelen onmogelijk maakten. Oma gaf weleens een horloge, dus je kon nooit meer zeggen, dat je niet wist hoe laat het was, als je nog wat langer wilde spelen. Dat ging dus vlug kapot, want je klom ook in bomen en maakte hutten onder de grond en er waren toen nog geen rubberen tegels, zodat je wist waar precies je moest vallen. De Heiligen hebben ze ook al uit de kerk gehaald, daarom blijven zoveel ouderen weg. Bovendien hebben ze laat gekiend gisteravond in het patronaat. Wat de paus zegt moet, want die is de baas van de kerk, hij wordt Heilige Vader genoemd. Als iemand niet het H.Oliesel heeft gehad voordat hij dood gaat, is dat niet best. Sommige mensen liggen in ongewijde grond, daar is wat mee gebeurd. Met kerst zitten de kerken vol en met Pasen ook, want dat is zo’n fijn gevoel en hoort er nu eenmaal bij. Bovendien kunnen we lekker eten, na de nachtmis, zeker, als het lekker gesneeuwd heeft. Je wenst elkaar “Zalig Kerstfeest”. Jammer, dat je de dag er na weer naar de mis moet. Dat doet dan ook niet iedereen. Een bepaald gedeelte van je salaris gaat naar de kerk want die gebouwen zijn duur en priesters moeten ook eten. Dat is een Heeroom, die is naar de missie geweest en die krijgt extra te eten en als hij weer weg gaat wat extra geld en spullen. Bij de concecratie moet je knielen ook als het pijn doet aan die knobbeltjes omdat de kussentjes op zijn en je moet nóg stiller zijn.

    Enfin, zomaar wat herinneringen. Ik was blij, dat de zgn. Jongerendiensten begonnen. Je mocht als gevorderde puber meedenken over teksten, die ergens over gingen. Onrecht werd aan de kaak gesteld en je moest nadenken over hoe de wereld in elkaar zat. Maatschappelijke problemen werden bespreekbaar. Op een mistige, natte dag ging je aktie voeren en spullen verzamelen voor de lepra-aktie. daarvoor stond je met plezier bij dag en dauw op. Daarbij: er werd gezongen en muziek gemaakt, nog sterker: je mocht zelf meedoen. Die diensten kwamen net op tijd om heel veel jongeren “binnen de kerk” te houden, ook mij.
    Al die formules, rituelen, oordelen en vooroordelen en adviezen van de koude grond hebben me gevormd. Alle ontmoetingen met fijne mensen, die het goed bedoelden, maar ook het afzetten tegen schijnheiligheid. Al die “beste Mensen” zoals onze pater Max de mensen aansprak en ik hoor daarbij de stem door de luidsprekers op school als er met iemand van onze school , Het St-, naderhand, Bernardinuscollege “ïets” was gebeurd.
    Ik zit wel eens in de kerk, hier of in het buitenland en je ziet me daar niet lachen, tenzij om het feit, dat ik het leven heb en er van mag genieten, dat ik gelukkig daar neer gegooid ben waar het goed is en dat ik mag zeggen wat ik denk omdat we vrij zijn. Wel kan ik daar ontroerd zijn, mijmeren, denken aan personen, die weggevallen zijn of ziek. Hopend, dat het met een dierbare goed zal gaan. En ja, mijn kinderen en wij steken dan een kaarsje op en zijn even stil en bidden? Denken aan iets? Niets? Elkaar? Onze famlie? Baan of hoop op? Soms vertelt iemand het, meestal niet, het zijn gewoon momenten gestolen uit de drukte en de haast en vertrouwd, omdat de omgeving zo vertrouwd is. Omdat we er waren, in de kerk.

      1. Hallo Lucie Reimersdal-Hermse, Ben jij Lucie Hermse uit de dr Kuiperstraat, ikzelf heb jarenlang in de drKuiperstraat gewoond.Ben jarenlang vriendin geweest met Hilde Giesberts, Gerda Melis heb ik ook goed gekend De meisjes van Grootjans woonde een paar huizen van ons af .Daisy Breemen woonde naast de Fam Hermse.Ben jij soms een zus van Corrie Hermse , naast Fam Hermse woonde een Agnes en Paula ben de achternaam vergeten.Fam Kuster woonde er ook Nettie Mia .Annelies Ennie Agnes en Anton en Keetje niet te vergeten.Laat me het eens weten of je de Lucie bent uit de dr Kuiperstraat.vriendelijke groet, A Spoelstra

  5. ja wat een tijd met die pastoor frijns,vreselijke man
    ik was als de dood bang voor die man.. vooral als die opschool kwam met spreekbeurt godsdienstles dan was ik de pineut…later toen ik ging trouwen deed die man moeilijk hij zei dat ik geen kerkgeld had betaald terwijl ik dat niet eens wist ik woonde bij mijn zus in omdat mijn ouders al overleden waren toen ik nog jong was..moesten we veel betalen deed die niet zomaar ons trouwen ….en de kapelaan die bij hem was die deugde niet.. maar loeren naar de vrouwtjes .later is die er ook uitgestapt uit de kerk ik zie die pastoor frijns nog met zijn pastoor hoedje op
    lopen… en soms met een dikke sigaar tussen zijn lippen…

  6. De processie kwam ook door de Rembrandtstraat, van mijn vader mocht ik buiten voor de deur kijken, maar kreeg uitdrukkelijk gezegd dat ik niet op de KNIELEN mocht voor die poppenkast.

  7. Ik dacht alles over broeders en paters wel gehoord te hebben, maar deze week blijkt dat het nog erger kan.
    In de 50er jaren zijn jongens, na eerst door broeders misbruikt te zijn ,gecastreerd! Dit om hun libido af te zwakken. Ik vraag me dan af of de broeders niet eerder voor castratie in aanmerking kwamen.
    De commissie Deetman wist ervan maar vond het niet nodig om dit bij het onderzoek te betrekken.
    Ook de toenmalige KVP premier van Nederland probeerde voor broeders en paters die jongeren misbruikt hadden ontslag van rechtsvervolging te verkrijgen.Ik ben er van overtuigd dat Simonis, met zijn uitspraak “wir haben es nicht gewusst” iets heel anders bedoelde, de Duitsers gebruikten deze term ook om iets te ontkennen waarvan ze wel degelijk op de hoogte waren.
    Zoals ik in een eerder ingezonden artikel, over mijn kostschooltijd in Bleyerheide, al schreef had ik op vrij jonge leeftijd al door dat er met die katholieke club een en ander niet in orde was!

  8. De vertaling van “Wir haben es nicht gewusst” luidt: “Wij hebben het niet geweten”. Als je nu twee puntjes achter “niet” zet, dan krijg je: “We hebben het niet: geweten”. Dus al die geestelijken, paters, broeders, nonnen, die hun handjes niet thuis konden houden, hebben dus geen geweten!

  9. Rustaltaar aan de Mesdagstraat in Meezenbroek vernield!!!
    Maar door wie? Hier de onthulling!

    In de tweede helft van de vijftiger jaren van de vorige eeuw werd met name de wijk Meezenbroek overspoeld met arbeidskrachten uit de noordelijke provincies. De Nederlandse Spoorwegen bijvoorbeeld zagen zich genoodzaakt om veelal ongehuwde machinisten uit Groningen / Friesland en Drenthe naar Heerlen over te plaatsen omdat hier een groot tekort was aan machinisten voor de vele kolentreinen die de rest van het land kolen moesten voorzien.
    Omdat de machinisten uit de noordelijkste provincies meestal niet katholiek en vaak zelfs ongelovig waren, werden ze bijna nooit geaccepteerd in katholieke wijken in Heerlen.
    Hierdoor kwamen velen van hen in het ‘rooie’ Meezenbroek terecht. De ongehuwden zochten hier een kosthuis en dit deden ook de uit de provincie Groningen afkomstige lieden
    Piet Kooistra en Bart Hamming. Twee ongehuwde vrienden die hard werkten, maar ook het genot van het leven wisten te proeven.
    Zij kwamen in de kost bij Mevrouw Bloemink, die in de Frans Halsstraat nr. 12 woonachtig was. Omdat de twee kostgangers continu-diensten draaiden, kwamen zij op de onmogelijkste tijden thuis of moesten ze gaan werken. Aanvangstijden om twee, drie of vier uur ‘s nachts waren normaal en evenzeer was het normaal als ze om deze tijden van hun werk thuis kwamen.
    Maar na dagen hard gewerkt te hebben, kwam er ook tijd om af te schakelen. En dat afschakelen werd bijna altijd gevierd met de nodige, ja zelfs heel veel, pilsjes. Lastig waren onze hoofdrolspelers nooit………….integendeel. Zij waren altijd in voor een geintje.
    Zo werd de kostvrouw op een dag wakker terwijl er een heuse haan in haar slaapkamer stond te kraaien of sterker nog, zij ’s morgens vroeg in de keuken het paard van melkboer/kolenboer Roeffie Ham (uit de Thorbeckestraat) aantrof. Dit dier hadden die twee dan even na hun dienst in de wei aan het eind van de Mesdagstraat gevangen en de keuken in gedropt.
    Het was ook in die tijd dat onze medelanders uit het voormalige Nederlands-Indië ten behoeve van de nieuwbouw van de H. Geestkerk een pasar malam (avondmarkt) organiseerden. In een schitterende open met riet overdekte ‘tent’ met een heuse waterpartij en vijverpark, kon je kennis maken met alles wat met Indonesië en de Indonesische of Indische cultuur te maken had. Het was uniek voor onze regio en het trok vele duizenden bezoekers. Buiten de markt zelf, was er ook veel muziek en dans en uiteraard Indisch eten.
    Bart en Piet bezochten uiteraard ook het feest, maar dan alleen voor de drank.
    Zij waren het die ver na middernacht de bar sloten en slingerend en zingend huiswaarts togen. Om niet de hele buurt wakker te maken, besloten ze maar om via het pad achter de Frans Halsstraat naar binnen te gaan.
    Aan het einde van de Mesdagstraat / hoek Pieter Breughelstraat was door de parochie echter een rustaltaar geplaatst voor de processie die enige uren later door Meezenbroek zou trekken. De twee beschonken lieden waren weliswaar niet katholiek, maar ze wisten wel dat het bouwwerk iets te maken had met het geloof. Ze bestegen al dansend het twee traps hoge rustaltaar en zongen uit volle borst ‘Oh heer, mijn god, wie zal onze drank betalen?’
    En ja hoor, het rustaltaar was niet tegen het dansend geweld bestand en de twee zattelieden stonden plots een halve meter lager.

    Dat de Limburgse kranten op maandagmorgen kopte dat de communisten c.q. de socialisten uit de wijk Meezenbroek een rustaltaar voor de processie op schandalige manier hadden vernield, zal duidelijk zijn……….maar het ware verhaal van deze vernieling is hiermee bekend.

    1. Hoi Henk,

      Je reactie was zo compleet en sprekend, dat het een verhaal op zich was! Vandaar, na enkele kleine wijzigingen, toegevoegd als nieuw verhaal op de voorpagina. Hartelijk dank voor het delen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.