Airport Kunrade

Martin van der Weerden | 24 januari, 2012 | Nog geen reacties

De grote hype van de jaren tussen de wereldoorlogen was het vliegtuig. Namen als Plesman, Lindbergh en de Uiver beheersten het nieuws. De mogelijkheden van de vliegerij leken onbegrensd. In 1933 werd zelfs de mogelijkheid van een vliegveld in Kunrade-Voerendaal onderzocht.

Bron: Johan Visschedijk collectie | 1PH-AEX

Bron: Johan Visschedijk collectie | 1PH-AEX

De eerste kennismaking van Voerendaal met dit wonder van de vooruitgang geschiedt op 12 april 1926. Het uit Bierset afkomstige vliegtuigje E.47 moet er een noodlanding maken. Burgemeester Dautzenberg dient een schadevergoeding in bij “Den Heer Commandant” van de Belgische thuishaven: f6,50 aan telefoonkosten en f35,- voor de geleden schade van L. Smeets. Waaruit die schade bestaat vertellen de stukken in het archief helaas niet.

Goed bereikbaar
In de jaren 1932–34 is het echt goed raak. Een zware commissie, waarin ministerie, KLM en provinciale waterstaat samenwerken, onderzoekt de mogelijkheden voor een heus vliegveld in Zuid Limburg. “Hierbij is gebleken, dat het niet eenvoudig is in een heuvelland een luchthaven van voldoende grootte te stichten, welke zodanig gelegen is, dat dit voor de belangrijke centra gemakkelijk is te bereiken.” Maastricht, de beide Mijnstreken en het toeristische centrum Valkenburg moeten kunnen profiteren.

Het centraal gelegen Valkenburg en het aan de provinciale weg van Maastricht naar Geleen gelegen Ulestraten hebben binnen de commissie de beste kansen. Een eerste vliegveld moet een omvang van 650 bij 650 meter hebben, groot genoeg voor vliegtuigen “zoals die thans bekend zijn”. Omdat in Valkenburg een behoorlijke grondverplaatsing nodig is en eventuele uitbreidingsmogelijkheden beperkt zijn, gaat de voorkeur van de KLM uit naar Ulestraten. Daar is zelfs een vliegveld aan te leggen van één vierkante kilometer! In Valkenburg moeten delen van het terrein met vier meter opgehoogd worden. De kosten daarvoor kunnen beperkt gehouden worden door de inzet van de toen ruim voorradige werklozen. De jarenlang te verwachten problemen met grondverzakkingen schrikken echter af. Verbetering van wegen moet de logistieke nadelen van Ulestraten beperken.

Voordat de definitieve beslissing genomen is, wordt op vaak heftige wijze een lans gebroken voor twee andere mogelijkheden: Kunrade-Voerendaal en Hulsberg. “Zijn deze mogelijkheden wel serieus onderzocht?”

Omstreeks 1933 woedt er een heftige discussie over wáár het eerste vliegveld in Zuid Limburg moet komen. De KLM neigt naar een terrein tussen Maastricht en Beek. De mogelijkheid van Kunrade-Voerendaal als locatie wordt wel erg gemakkelijk van tafel geveegd. Dit zou zijn gebeurd naar aanleiding van een incident in 1932. Luchtvaart-pionier Mr. Franquinet kwam met een licht sportvliegtuigje vanuit Aken en wilde vanuit de meest ongunstige hoek een landingsmanoeuvre maken zonder in werkelijkheid te landen. De vliegmachine begon daarbij allerlei rare capriolen te maken. De piloot besloot door te vliegen en oordeelde dat deze locatie totaal ongeschikt was voor een vliegveld.

Vliegtuigtype 1PH-AIA boven Voerendaal

Vliegtuigtype 1PH-AIA boven Voerendaal

In de ban van de luchtvaart
In 1933 krijgt Jac. Kleiboer het toch voor elkaar om een tijdelijke ontheffing te krijgen voor een “luchtvaartpropagandaweek” op het plateau van Kunrade. Van 8 tot en met 16 oktober gonst en bromt het van de activiteiten: “vertooningen van het lesvliegen voor sportvliegers, kunstvluchten, een balonnetjesjacht, vluchten tot het doen van doelworpen, alsmede vertooningen met een zweefvliegtuig, waarbij de opstijging geschiedt door middel van een slepend vliegtuig, uit te voeren met het Duitsche motorvliegtuig D.1350, bestuurd door Otto Peschke”. De prominente aanwezigheid van Duitsers onder de vliegeniers en het doelwerpen vanuit vliegtuigen zijn sinistere voorbodes van de verrassingen vanuit de lucht die slechts enkele jaren later zullen volgen. In 1933 staat de veiligheid in ieder geval nog voorop: “Bijzondere manoeuvres mogen uitsluitend boven of in de onmiddellijke nabijheid van het terrein uitgevoerd worden, met dien verstande, dat in geen geval boven of op minder dan 100 m. bijzondere manoeuvres of kunstvluchten worden gemaakt, en in geen geval op vreesaanjagende wijze wordt gevlogen.”

In 1934 wordt een ontwerp-begroting gemaakt voor de aanleg- en exploitatiekosten van een definitief luchtvaartterrein te Voerendaal. De opzet was bescheiden; de beoogde omvang 40 hectare. Een hangar was voorlopig niet vereist. Een houten stationsgebouw met restaurant was voldoende. De aanlegkosten worden begroot op 20.000 gulden. Verbetering van de toegangswegen is in de aanlegkosten niet begrepen: deze is uit te voeren door de betrokken gemeente in werkverschaffing. Inzaaien van het terrein is eveneens niet in de aanlegkosten begrepen. Het terrein kan als grasland worden verpacht, met de verplichting voor de pachter om in te zaaien en de grasmat in goede staat te houden.

Een vaste luchthaven is er niet gekomen. Of Voerendaal er rouwig om moet zijn?

Oproep:
Naar aanleiding van een eerdere aflevering verzoekt Bert Lindelauff het volgende: Mijn moeder is afkomstig van de Schaesbergerweg in Heerlen. Zij is door een aantal verhuizingen het contact kwijtgeraakt met al haar vrienden en vriendinnen van vroeger. Ze is nu 68 en heeft het vaak over Heerlen. Ze komt uit een groot gezin met de naam Rabeling. Een bericht zou erg waardevol voor haar zijn, te meer omdat haar man inmiddels overleden is. lindelauff@kpnplanet.nl

Delen en doorsturen:

  • Digg
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • eKudos
  • email
  • Hyves
  • NuJIJ
Laat hier uw reactie achter