Bron: Rijckheyt.nl | Bovenste Caumer in vroeger tijden

De Bovenste- en Onderste Caumer

Herinneringen verdwijnen zachtjes naar de achtergrond. Totdat ze weer wakker worden gemaakt. Dat merk ik wanneer ik weer eens rondloop door de Bovenste Caumer, het Caumerbeekdal en de Onderste Caumer. Deze straatjes liggen in de wijk Heerlerbaan. Het Caumerbeekdal is, ook vandaag nog, een groene oase die zich uitstrekt van de Heerlerbaan en geruisloos overloopt in het Aambos.

 ‘Anton Pieck’ straatje
De Bovenste Caumer was in mijn jeugd en in mijn beleving een heus ‘Anton Pieck’ straatje. In de volksmond ook wel ’t flattestroatje (koeienflattenstraatje) genoemd. Een verwijzing naar de vele boerderijen en boerenwoningen die destijds aan het straatje lagen. Na het realiseren van de omvangrijke nieuwbouwwijk op de Heerlerbaan, in de zeventiger jaren, is de omgeving hier langzaam maar zeker drastisch veranderd. Maar er zijn nog enkele aanknopingspunten: bovenaan in de Bovenste Caumer siert het vakwerkhuis nog het straatbeeld. En ook de boerderij van Triepels is er nog. Richting Corisbergweg, naast de Horricherhof, het boerenwoonhuis van de dames Lenssen. Met het melkhuisje ernaast. En wat ik vaak zo opvallend vind in dergelijke straatjes: de tuin van sommige huizen ligt dan niet áchter of naast een huis maar, aan de overkant van de straat, tegenover het huis. Dat is bijvoorbeeld in de Euren (Douve Weien) ook het geval. De oude houten stroompalen die in vroeger tijden de huizen van stroom moesten voorzien staan er (gelukkig) ook nog. Met zoiets tastbaars is het net even wat makkelijker om járen terug in de tijd te gaan.

Bron: Rijckheyt.nl | Bovenste Caumer in vroeger tijden
Bron: Rijckheyt.nl | Bovenste Caumer in vroeger tijden

De naam ‘Caumer’ betekent koude, frisse bron. De Caumerbeek vindt zijn oorsprong nabij de Bovenste Caumer. Deze beek heeft in de geschiedenis van Heerlen een grote rol gespeeld. Dat begon al in de tijd van de Romeinen, die het water uit de beek gebruikten voor hun badhuis ‘De Thermen’. Later was de beek vooral van belang voor de watervoorziening en energielevering van maar liefst vijf watermolens. Twee van deze molens, de Caumermolen en de Oliemolen, zijn nog in het gebied terug te vinden, maar hebben tegenwoordig een andere bestemming.

Monumentale boerderijen
Dat is ook het geval bij enkele monumentale boerderijen in het gebied. De Horricherhof bijvoorbeeld, gelegen op de hoek van de Corisbergweg en Bovenste Caumer, dankt zijn naam aan de familie Von Horrich en kent een zeer oude oorsprong, die terug gaat naar de 15e eeuw. In 1921 werd nabij de hoeve de resten van een Romeinse villa opgegraven. Nadat in 1975 de laatste bewoonster verdween raakte de hoeve in verval. Mede door inzet van een actiegroep werd de hoeve gerestaureerd en uitgebreid met een aantal woningen. Die nieuwbouw had voor mij niet gehoeven, maar ik heb begrepen dat het toentertijd een voorwaarde voor het rendabel maken van de renovatie en opzet van het hele project. Dan maar wat water bij de wijn en gelukkig: de Horricherhof zelf ademt nog de nostalgische sfeer van vroeger uit. Wie vanuit de binnenplaats het indrukwekkende vakwerk wat beter bekijkt ontdekt iets bijzonders. Het vakwerk kent een fraaie ‘overkraagde’ verdieping.

Bron: Peter Crombach | Horricherhof
Bron: Peter Crombach | Horricherhof

De naam van een nabijgelegen witte hoeve aan de Corisbergweg, ‘De Droepnaas‘ verwijst naar de oorsprong van de Caumerbeek. Het gebied rondom de Bovenste Caumer was vroeger zeer waterrijk. Eind negentiende eeuw bevond zich hier een waterput. In de jaren daarvoor vloeide het water uit een pijp die men in een helling had gestoken, de ‘Droepnaas‘ (snotneus) genaamd. Nadat de put gedempt was werd het water in de Caumerbeek afgevoerd.

Stroomafwaarts, richting Heerlen, kon de beek lange tijd zijn gang gaan. Meanderend en gevoed door talloze bronnen ontstond zo een heel eigen en bijzondere flora. Maar de beek werd, naar toen heersende inzichten, vanaf de oorsprong tot aan de Onderste Caumer, overkluisd. Samen met de toenemende bebouwing ontstond er een sterke versnippering van de natuur en dreigde het oorspronkelijke, unieke karakter van dit gebied verloren te gaan.

‘Caumerbeek Zichtbaar Natuurlijk’
Het recente project ‘Caumerbeek Zichtbaar Natuurlijk’ bracht een ommekeer. De beek werd weer zichtbaar gemaakt, waarbij de natuurlijke waterloop zoveel mogelijk werd gevolgd. Hierdoor komt er weer schoon water in de beek en ontstaan er natuurlijke oevers, zodat de unieke flora en fauna zich opnieuw kan gaan ontwikkelen.

Letterlijk en figuurlijk parallel aan de ‘eerste loop’ van de Caumerbeek ligt de monumentale carréboerderij ‘hoeve Corisberg’. Deze zorgboerderij is een kleinschalig land- en tuinbouwbedrijf met een eigen boerderijwinkel. Ook in dit opzicht dus terug naar een nieuw natuurlijk evenwicht, met nieuwe kansen en nieuwe mogelijkheden voor een eeuwenoud gebied.

De Onderste Caumer
De Onderste Caumer kronkelt tussen de Corisbergweg en de Johannes XXIII-singel. Vanouds een waterrijk gebied met enkele, in het groen verscholen, boerenwoningen. Hier kwam ik als jongetje vaak om salamanders en koèlkòp te vangen. Die nam ik dan in een emmertje mee naar huis, waar ik ze in de regenton deed. Bij de eerste de beste stevige regenbui ‘overstroomde’ die ton dan, waardoor alles alsnog in het riool verdween. Ook een leuk tijdverdrijf in deze omgeving toentertijd: ‘mooie’ kiezelstenen zoeken op de bedding van de, in mijn herinnering, kristalheldere beek.

Zo halverwege de Onderste Caumer stond een oude boerenwoning, met huisnummer 10, die als het ware vergroeid was met een eeuwenoude beukenboom. Of was het andersom? Dat vond ik altijd bijzonder. De boom is echter gerooid en ook het huis is verbouwd.

De huidige bebouwing, enkele zeer strak vormgegeven ‘moderne’ huizen naast enkele ‘boerenwoningen’ zou een soort van balans kunnen opleveren, maar het ziet er in mijn ogen rommelig uit. Liever geniet ik van het gedeelte ná de laatste bebouwing richting De Erk. Een lommerrijk pad brengt de wandelaar/fietser naar enkele aangename verrassingen.

Verder stroomafwaarts, ter hoogte van ‘De Erk’, verrast een bijzonder hellingbos de wandelaar. Hier zijn oude beuken te vinden en zijn, vooral in de winter, de groene maretakbollen duidelijk waarneembaar.

Precies daar waar de Onderste Caumer op de Johannes XXIII-singel uitkomt, springt een prachtig gerestaureerde carréboerderij met karakteristiek vakwerk in het oog. Dit is ‘hoeve de Erk’, de voormalige boerderij Vonken.

Bron: Peter Crombach | Hoeve De Erk
Bron: Peter Crombach | Hoeve De Erk

Een bijzonder maar ook kwetsbaar gebied, ietwat verstopt in het verstedelijkte Heerlen. Met monumentale boerderijen en karakteristieke watermolens. Met dromerige plukjes hellingbos en onverwachte moerasgebiedjes. Voor mij een gebied waar veel herinneringen liggen. Een gebied om van te houden, om af en toe naar te verlangen. Om te ontdekken wat er nog over is van mijn dromen van toen.

Peter

Peter

Mijn naam is Peter Crombach, ik ben werkzaam in de gezondheidszorg én als ‘trouwambtenaar’ bij de gemeente Voerendaal, maar daarnaast, al zo’n 25 jaar, actief als dichter/tekstschrijver. Het ‘schrijven’, in de meest brede zin van het woord, loopt als een rode draad door mijn leven. Aanvankelijk lag de nadruk vooral op het schrijven van poëzie, maar de laatste tijd meer en meer op het vlak van ‘verhalen’ en ‘artikelen’, en waar mogelijk een combinatie.

Met betrekking tot Heerlen: ik ben ‘op de Heerlerbaan’ geboren (in 1960) en heb daar 38 jaar gewoond. Natuurlijk heb ik heel wat herinneringen aan Heerlen in het algemeen en ‘de Heerlerbaan’ in het bijzonder. In mijn dichtbundel ‘Is dit nu later’ heb ik diverse jeugdherinneringen al op poëtische manier verwoord, maar langzaamaan heb ik meer en meer de behoefte én zin om een en ander ‘om te zetten’ in verhalen.

10 thoughts to “De Bovenste- en Onderste Caumer”

  1. Mooi verhaal, Peter. Ik heb mooie herinneringen aan de Caumerbeek. In mijn jeugd ging ik met vriendjes op woensdagmiddag naar de beek en haalde er klei uit de bodem. We maakten er plaatjes van, ongeveer 5 milimeter dik en een centimeter of 5 groot.
    In de oven van het kolenfornuis van mijn moeder werden die plaatjes hard gebakken en vervolgens beschilderd. We schilderden er gezichten op en zo goed en zo kwaad als mogelijk poppetjes met diverse kledingstukken. Wat waren we toch lekker bezig toen, eerst lekker in de buitenlucht en daarna creatief thuis ( al viel dat laatste bij mij nogal tegen).
    Groetjes.

  2. Beste Peter,
    Een mooi, uitgebreid en vooral goed gedokumenteerd verhaal. Ik weet uit ervaring hoeveel tijd zoiets kost. Voor mij heel herkenbaar omdat ik tot begin 50-ger jaren in het laatste huis aan de Gasthuisstraat heb gewoond, nr. 37, tegenover de ingang van het Aambos. Vlak bij de Caumerbeek dus, waarmee ik dan ook door en door kennis gemaakt heb … .
    Over 1 ding wil ik het nog even hebben. Lang geleden, ik weet niet of de thermen al overdakt waren, werd door de onderzoekers daar een iets ander verhaal verteld over de watervoorziening van de romeinse thermen. Het toevoerwater kwam van de Geleenbeek, die iets boven de hoogte van de Vlotstraat werd afgetapt. Het vuile water werd naar de Caumerbeek geleid.
    Tot zover.

    1. Beste Han,
      Ik woon in de hoeve de Erk, die ik zelf hoeve onderst Caumer noem, aangezien hij vroeger het adres Onderste Caumer 1 had.
      Ik heb me verdiept in de geschiedenis van de hoeve en de Caumerbeek en kan stellen, dat inderdaad de Romeinen een aftakking hebben gemaakt van deze beek met een waterpoortje (arca, later verbasterd tot erk) tegenover onze hoeve. Deze aftakking liep langs de de hoogtelijn van de heuvel, die de waterscheiding vormt tussen het stroomgebied van de Geleenbeek en de Caumerbeek, oftewel de Heesberg. Door dit Waterloopje paralel aan de oude heerbaan naar Aken te laten lopen, konden ze Coriovallum, dat op deze heuvelrug, maar wel wat lager dan de heesberg lag, van water voorzien. Het vuile water, werd naar de geleenbeek afgevoerd. De geleenbeek ligt veel lager dan de waterloop en kon dus onmogelijk afgetapt worden. Deze waterloop heeft tot 1900 gefunctioneerd en werd het Vlot genoemd. Op de caumerbeeklaan, ter hoogte van het verbindingspad tussen de voornoemde straat en de Johannes23e singel, kun je nog de kop van een brughoofdje langs het trottoir zien van het Vlot, dat ter hoogte van het Grotiuscollege de Akerstraat overstak en als een goot langs deze straat liep en poelen bij de Nobel en de Bongerd van water voorzag.

    1. Ik groeide op met de Caumerbeek en de Bovenste Caumer. Ik woonde op de Corisbergweg schuin tegenover de Bovenste Caumer.
      Als kinderen speelde wij veel in “de bende” en de Caumerbeek.
      Hardstikke leuke tijd die nu jammer genoeg niet meer zo is.
      Tijden veranderen en zo doen wij.

      Groetjes uit CanadaHank

  3. Hallo,
    In de Caumermolen woonde rond 1920 de familie Pluijmaeckers. Mijn overgrootvader was ermee bevriend. Nu ben ik op zoek naar nazaten, omdat ik nog prachtige foto’s van deze familie heb. Iemand ’n idee?
    Aaldrik Hermans

  4. Hallo Aaldrik,
    Ben jij er zeker dat de Familie Pluijmakers in de Caumermolen woonde.
    Ik weet dat een familie Pluijmakers in de Bovenste Caumer woonde
    want een zoon van hun was mijn vriend. Dat was zo tussen 1946 en 1953.

    Henk

  5. ook ik ben opgegroeid in de Corisbergweg met mijn zussen en hadden een mooie kindertijd ook wij speelden in de baak en in de bende en het hondendressen en de zandkoel

  6. De Caumerput werd pas in 1937 gedempt nadat daar een tyfus epidemie was uitgebroken. Er was al minstens één dode te betreuren.Dokter Van Wersch (Heerlerbaan) ontdekte de oorzaak omdat mensen water uit de put gedronken hadden. Hij behandelde patienten en stuurde ze naar het ziekenhuis.

Laat een reactie achter op aaldrik hermans Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.