De rode speeltuin, Rin-tin-tin en het Steinerbos

Gedurende mijn jonge jaren in Heerlen hadden wij helemaal geen tijd om als “hangjongere” verveeld rond te hangen of medebewoners lastig te vallen. Mijn vijf jaar jonger broertje en ik waren lid van de speeltuinvereniging en we waren dan ook vaak te vinden in de speeltuin die toen aan de Mesdagstraat lag.

Dat was dus nog voordat in 1953 de huizen van ‘Nieuw Meezenbroek’ gebouwd werden. In de volksmond heette het de “Rode speeltuin”. Er was ook een “witte speeltuin” aan een straat die later de Henri Jonasstraat zou heten. Maar daar mochten wij niet komen en pas jaren later is mij duidelijk geworden waarom: ‘onze’ speeltuin behoorde toe aan de socialistische woningbouwvereniging “Glück Auf” en die andere speeltuin was bestemd voor kinderen van christelijke huize.

Nu had de Rooms-Katholieke geestelijkheid al een grondige hekel aan de ‘rooien’, de hervormden en gereformeerden en andere protestante groeperingen moesten ook niks hebben van die goddelozen. Gelukkig besefte ik toen nog niet dat wij hiertoe behoorden en dus vermaakten we ons op schommels (een houten plank die met twee kettingen aan een ijzeren stellage bevestigd was). Onder de schommels was in de grond een gat uitgesleten dat door het afzetten met de voeten was ontstaan. Als het geregend had dan stond er water in en moest je uitkijken om geen natte voeten te krijgen.

Stoer maar blauw
Ook leuk was de wip waarbij aan beide uiteinden een oude autoband half was ingegraven om te voorkomen dat je met een dreun op de grond terechtkwam en ‘de edele delen’ beschadigd konden raken, ook wel een ‘zakje blauw’ genaamd. De glijbaan was bij iedereen favoriet; onderaan de trap lagen gerafelde kokosmatjes waarop je kon gaan zitten om naar beneden te glijden. De baan, eigenlijk een soort goot, was gemaakt van houten latjes die met schroeven in de lengterichting  waren aangebracht. Als je stoer wilde doen om zonder matje naar beneden te glijden, dan was het soms snel met die stoerheid gedaan als je een splinter in je been of achterwerk had gekregen en jankend naar huis was gehold waar (meestal) moeder met een pincet of een stopnaald, die ze even in een gasvlam had gehouden ter ontsmetting, het stuk hout uit het vlees peuterde. Dat deed vaak verrekte zeer, maar je moest de kiezen op elkaar houden…je was toch al een grote jongen want je durfde zonder matje naar beneden!

Tegenwoordig snellen hiervoor diverse hulptroepen toe, al dan niet met sirenes en zwaailichten. Of er toen ook stoere meisjes waren weet ik niet meer. Ja, en dan was er ook nog een ijzeren paal met kettingen waar je aan kon gaan hangen en ronddraaien. Je moest daarbij wel in beweging blijven (lees: blijven draaien) want anders…de klap tegen zo’n paal aan is heel vaak de oorzaak geweest van een fikse buil of een blauw oog. En een val uit de draaimolen leverde ook wel eens schaafwonden op.

Maar ook toen was het niet altijd mooi weer en daarom werden in het (houten) speeltuingebouwtje op gezette tijden films vertoond zoals de hond “Rin-tin-tin” en later “Lassie”. Ademloos keken we toe en tot tranen geroerd keerden we na afloop naar huis terug. Het gekke is dat ik nooit zo’n bijzondere hond in werkelijkheid ben tegengekomen. Waarschijnlijk werden we toen ook al voor de gek gehouden want tja…we geloofden wel heel veel, tóch? Alleen Sinterklaas viel op een bepaald moment door de mand en dat was een van mijn eerste ontdekkingen dat de wereld er anders uitzag dan ik had gedacht.

Uitstapje naar het Steinerbos
Soms organiseerde de speeltuinvereniging een uitstapje per autobus naar het Steinerbos. Dat was een heel grote speeltuin waarvan ik me alleen herinner dat er iets met water was waarmee we heerlijk konden knoeien en spetteren. Ook hadden ze daar een grote schommel waar meerdere kinderen tegelijk op konden. Erg hoog ging dat ding trouwens niet.

Achter de speeltuin lag het voetbalveld van K.E.V. (Kracht en Vlugheid) waarvan veel Meezenbroekers lid waren. Wij niet, want wij hielden niet zo van voetbal. Maar we gingen wel eens kijken en nóg “zie” ik Sjeng v.d. Hoorn op zondagmorgen met zijn kalkkarretje witte lijnen trekken op het hobbelige stuk weiland dat als voetbalveld diende. Ja, er was een soort afrastering en er stonden ook doelpalen, maar als Sjeng aan het lijntrekken was dan ruimde hij onderwijl ook de aanwezige koeieflatsen op.

Toen op die plek woningen werden gebouwd, verhuisden de speeltuin en het voetbalveld naar een gebied ten zuiden van Palemig dat voorheen behoorlijk drassig was maar dat inmiddels was drooggelegd. Of de sportvelden er nog zijn, weet ik niet; de speeltuinvereniging zal zeker niet meer bestaan en K.E.V. is een fusie aangegaan.

Oproep
Heeft u nog foto’s van “de rode speeltuin”? Stuur ze dan op naar info@heerlenvertelt.nl

Bert

Bert

Bert Nijkamp werd in 1941 in Heerlen geboren. Twintig jaar woonde Bert in Meezenbroek. Deze tijd was voor hem onvergetelijk. Na een (mislukte) start in de horeca diende hij zijn militaire dienstplicht te vervullen en in die periode was zijn gezin in 1961 naar Apeldoorn verhuisd. Na te zijn afgezwaaid, had hij een paar jaar een adm. functie bij een constructiefabriek om daarna als burger-ambtenaar in verschillende technisch/ administratieve functies bij een TD-eenheid van Defensie zijn brood te verdienen. Al sinds zijn jonge jaren schreef hij graag en was hij geïnteresseerd in historie. Zowel voor die constructiefabriek, als voor zijn militaire werkgever heeft hij verschillende artikelen geschreven. In 2010 schreef Bert samen met een oud-collega een boek over over “150 jaar Kamp Nieuw Milligen”, een militair complex midden op de Veluwe. Ze hebben er twee jaar aan gewerkt. En in 1991 kwam een door Bert geschreven boek uit over 75 Jaar Apeld. Chr. Mannenkoor (zie www.acm-apeldoorn.nl) waarvan hij al jaren lid was (de basis voor zijn liefhebberij voor mannenkoorzang was n.b. bij het K.H.M. St. Pancratius gelegd!). Bert is op 10 oktober 2012 in Apeldoorn overleden.

31 thoughts to “De rode speeltuin, Rin-tin-tin en het Steinerbos”

  1. dit is natuurlijk weer nostalgie ten top! Schitterend die details. Ook ik heb vaak splinters in mijn kont gehad van de “roetsjbaan”. Nadat de splinter was verwijder kreeg je een lik jodium op je kont; als je geluk had was het de rode en niet pijnlijke “mercurochroom”,(ik hoop dat ik het goed schrijf) maar als je pech had was het de pijnlijke bruine jodium. Als je daarmee was mishandeld kon je er op blazen tegen de pijn maar dat hielp dus niks. In onze speeltuin op molenberg hadden we een tredmolen, daar kon je in gaan staan en dan als een marmot blijven rennen. Ook was er een kabelbaan. Je ging dan met een katrol met twee handvatten langs de kabel naar beneden in de hoop dat je onderweg niemand tegenkwam, anders was het boink! Er was ook een houten schijf waar je als een dwaas minutenlang op kon rondrennen. Simpel allemaal he, maar wat hadden we een lol! Goed gedaan bert\

  2. Ja, de speeltuin op de Molenberg! (sorry Bert, ben nooit in de speeltuin Meezenbroek geweest)
    Het was een sport om niet in de tredmolen (wij noemden het rollende ton) te lopen maar er aan de buitenkant er over heen te gaan. Jezelf vastpakken aan een dun stangetje en hop, er over heen.Ja, kabelbaan en draaischijf, schuitjes. Ook waren er grote damspellen.
    Bij de ingang was het echtpaar Smit aanwezig om je penning te controleren, oppasser was de heer Schillings en in de snoepkraam de heer Loenders. Deze heer Loenders had ook op het terrein waar later de Vossekuil is gebouwd enkele ponypaardjes staan.
    Eind 50er jaren werd de speeltuin weer met pasen geopend en iedereen kreeg toen een flesje “nieuwe drank” uit Amerika: Coca Cola.
    Ik vond het afschuwelijk (nu nog trouwens), ik had liever de gele gazeuse (boerwater). Thuis kreeg je die alleen met verjaardagen of als je ziek was.
    Heel veel tijd hebben we in de speeltuin doorgebracht.

  3. ja fre. Die loenders dat was me er eentje! Ik ging met vriendjes wel eens illegaal ponyrijden in de wei van loenders. Als hij het beest kwam voeren en hij zag ons sprak hij de gevleugekle woorden: “how aaf verrekdese poete. Es ich uch nog es zieë kriet er ze mit der kuul op der zak”. Er was ook een liedje over hem: wie zal dat betalen, wie heeft zoveel geld, loenders gaat dat betaken, loenders heeft zoveel geld.

  4. Ben deze site toevallig tegengekomen, maar blijf lezen. De verhalen van Bert en reacties hierop zijn exakte kopieen van mijn jeugdherinneringen aan deze buurt. Namen krijgen weer gezichten (van toendertijd natuurlijk) Ja, van Bert ook !
    Die speeltuin nam een belangrijke plaats in w.b. het sociale leven. Toen nog aan het einde van de Mesdagstraat gelegen was er o.a. ook een toneelclubje. Dat gaf zelfs voorstellingen in het oude schouwburgtheater aan de Klompstraat. In het speeltuingebouwtje van de nieuwe speeltuin aan het einde van de Govert Fflinckstraat werden aan meisjes en vrouwen handwerklessen gegeven. Mijnn moeder was daar ook een van de vrouwen die met raad en daad daar hielp. Voor de jongens een handenarbeidclubje waar hoofdzakelijk ge-figuurzaagd en fineerinlegwerk in elkaar geknutseld werd. En da eens per jaar van dit alles een verkooptentoonstelling. En de makers van al dit in meer of mindere mate moois maar hopen dat of de ouders of opa,oma,tante of oom een van zijn met vlijt vervaardigde produkten kocht.
    Verder kon je het gebouwtje goedkoop afhuren voor allerlei doeleinden, van jubileum,bruiloft tot koffietafels na een begrafenis enzomeer. Klein keukentje en (uiteraard) gescheiden toiletten aanwezig.
    Trouwens, de man met de films woonde aan de Oliemolenstraat en ging met zijn grijsgedraaide films ook langs lagere scholen. Behalve Rin-tin=tin was er ook keus in avonturenfilms, dikke en dunne,en zelfs min of meer educatieve films. Ik hoor nog weer zijn lijzige vetelstem en het geratel van de projektor.
    Het K.E.V. terrein lag inderdaad naast de speeltuin, maar de ingang was aan het einde van de Frans Halsstraat alwaar de genoemde sjeng ook woonde.

    1. Wij liepen vanaf de Heemskerkstraat waar ook Hendrik Lindelauf woonde
      via de Talmastraat en oversteken bij de kasteellaan waarop de hoek bij de fam.Barels? ijs aan huis verkocht werd naar de speeltuin.
      Leuke tijd Jan Boer

  5. Hoi Ben ,’t was ’n leuke tijd van de speeltuin.Zelf heb ik als kind er leren borduren en breien.Late hielp ik bij van alles en nog wat, doordat mijn halve fam: ook met de speeltuin verbonden was. Velen kennen mijn oma als opoe Wever, mijn tante Anna haalde contributie op en vaak ging ik met haar mee.Mijn oom Bram en mijn vader Piet van den Eijnden waren bij ’t figuurzagen en mijn moeder Wies was bij ’t handwerken. Later ben ik zelf ook bij ’t handwerken gegaan dat was leuk met die kleine kinderen , schilderijtjes en kussens met kruissteken . Daar maakten jouw vader en moeder weer alles af met vulling en houten lijstjes. Ben hartelijke groetjes van je oude buurtjes Wiel en Nellie.

  6. Ben.
    Net als jouw familie leefde en werkte voor de speeltuin , noem ik ook de namen van de heren Koonen, v.d. Eijnden en Sieliakus, die menig vrij uur in de speeltuin besteedde met onderhoud en opbouw in de Govert Flinckstraat.Met opoe Wever ging ik mee kontributie ophalen, 10 cent per week en een keer in de maand 15 cent en bij vele kwamen wij binnen en kreeg ik wel een koekje of snoepje. Een paar jaar geen speeltuin, toch werd ging veel door, handwerken bij je oma in huis, voorstellingen en film in het Voorzorggebouw. Je oma mw. Clever en je moeder Mimi verzorgde het handwerken, deden de inkoop bij Betsy v. Engelen in de Saroleastraat. Ja VRIJWILLIGERSWERK met hoofdletters voor al die werkers.
    Wie herinnerd zich niet de jaarlijkse speeltuinreisjes, in een tijd dat niet vele met vakantie gingen. De Efteling nog maar net geopend, alleen sprookjesbos en wij gingen erheen.
    Bij de opening van de speeltuin aan de Govert Flinckstr. in 1957, mocht Wiesje Hidding het lint doorknippen.

  7. Wie herinnert zich dat speeltuin Meezenbroek een toneelstuk opvoerde(sneeuwwitje?) in de schouwburg aan de klompstr. in heerlen? Het was waarschijnlijk eind jaren veertig, ik was een kaboutertje en wij hadden echt pudding in ons schaaltje.

  8. Een vraagje min tante en oom tante Netty en oom Rocus woonde in de Frans halsstraat 52 ,kwamen na de oorlog naar heerlen,mijn oom vond werk in de mijnen,nu mijn vraag voor de Frans halsstraat hebben ze in een heel klein huisje gewoont,dat noemden ze de huuskes ,iemand daar mee bekend ? En waar stonden die huisjes, Ook ging tante netty altijd kienen ( bingo ) was dat ook in de speeltuin of wijkgebouw ook hoorde ik haar wel eens als er twee kien hadden ze dan kabelden ,dus de prijs deelden

    Zomaar paar vaagjes van Hendrik eland uit rotterdam

  9. op jouw vraag. klein huisje de huuskes dat is als je met de
    trein heerlen binnenkomt. rechts de woonboulevaar en links
    de husken ernaast de vrank met zijn mooie padua kerk

  10. Leuk om weer eens wat te horen over de speeltuin , die is in latere jaren weer verplaats naar de govert flinkstraat en de sportvelden daar. zelf ben ik al 40 jaar uit meezenbroek weg, maar ik ken mij hub giebels nog wel voor de geest halen, en ook Piet Eland zat bij mij in de klas op de n.v.s. waar ikzelf 7 jaar heb door gebracht . Kijk altijd op deze website om te zien of ik nog namen tegen kom van mijn tijd. Zelf woonde wij op de Vignonstraat bij de vijver ,maar ik ben op de Rembrandstraat 37 geboren

    1. Mia Grégoire woonde in de Burrettestraat .Nettie Reinders woonde op de Meezenbroekerweg Mia Quadvlieg was haar buurmeisje ,Er woonde ook een Fam Quadvlieg in de straat Waar de ingaan van de gymzaal was de gymzaal hoorde bij de school waarvan ik de naam niet meer weet

    2. In die speeltuin heb ik vaak gespeeld, want ik woonde in de Talmastraat. Ik heb ook bij Piet in de klas gezeten. Zoals Freddy Verver, Rob van de KLeut, Marijke Melchert, Fientje Steendelaar, Martin frijns (later naar Canada geemigreert), Italiaander Rob en Henk,
      Liesje Mutse, Wim van Vliet. Ik weetnog goed waar jullie woonden, want heel dicht erbij was de eerste friture bij ons in de buurt. Daarvoor ging ik wel eens met mijn moeder naar Brake of Brakke. Een houten keet bij het spoor in Heerlen. Als je eenmaal begint komen allerlei herinneringen boven, leuk

      1. Die hans hellwig kan ik me wel voor de geest halen moest die niet reclame blaadjes rond brengen vroeger lagen stapels in de gang daar die moest die sorteren.
        Ja wel verrast was ik dat toen der tijd al reclame deur tot deur werd gebracht we spreken hier over 55 jaar terug.
        Dat die nog tijd had om de speeltuin te zijn verbaasd me nu ik dit lees.
        Zal nu wel tijd hebben en zal wel met pensioen zijn nu wat ik me nog weet had eens gevraagd waar zijn vader was toen zei die hij zat op zee???

        1. Dat klopt mijn vader vaarde. Tijdens de reisjes had hij een anderen vrouw leren kennen dus zijn mijn ouders in 1954 of 1955 gescheiden. Mijn moeder had in die tijd weinig geld en dus een job genomen om wat centjes bij te verdienen. En ik “mocht” helpen. Door weer en wind, was een harde tijd.

    3. Hi Truus, ik zat ook in de klas van Piet dus zouden we ook bij elkaar in de klas hebben gezeten. Je had toch een broer die jonger was, kan dat? Robbie? Trouwens in de vierde of vijfde kregen we toch ook een meisje met jouw man´s naam, Joke van Hattem.

  11. Truus jouw vader was toch ook oppasser bij de speeltuin? Wij hebben ‘m nog in ’n optocht van huis opgehaald. Ik heb bij je zus Riny in de klas gezeten.

    1. Myn oome Ijse was de oppasser toen ik naar de speeltuin ging. Wij woonde in the Heemskerkstraat en gingen naar Australie in 1955. Gertie was my buurmeisje. ik weet niet meer de achternaam. Mijn zus Bep en mijn broers Henk en Dik Brandse spelen daar ook. Mijn zus and ik leerde naaie enz en de jongens leerde ook leuke dinge maken. mijn opa and opoe woonde of the GovertFlinckstraat.

  12. ben ook vaak in despeeltuin geweest als ik bij mijnopa en oma van krieken
    op bezoek was.johan van krieken was nog keeper bij kev.
    mijn vader heeft nog gevoetbald bij kev samen met ome Willy Barendsen.
    ik ben zelfs met de fiets met dehele groep van meezenbroek naar despeel
    tuin in steinerbos gegaan.
    met vriendelijke groet Ton Barendsen Landgraaf.

    1. Hoi Ton ben jij fam: van Corrie van der Schoor? Die heeft ook bij mij in de klas op de N.V.S. gezeten. Zo ja doe haar dan de gr: van mij als je haar ziet. Alvast bedankt Nellie v.d. Eijnden.

  13. Ik woonde van 1961 tot 1979 in de Govert Flinckstraat op nummer 281. Mijn ouders zijn er blijven wonen tot de flats een paar jaar geleden zijn afgebroken. Zij wonen nu in de Rembrandtstraat.
    Maar ik wil een reactie posten omdat ik nog altijd een bestek bezit (lepel en vork, geen mes) waar achterop staat ‘Speeltuin Meezenbroek 1926-1966′. Ik meen me te herinneren dat dit bij een feest is uitgedeeld, maar weet er verder niet veel meer van. Wel weet ik natuurlijk veel van die speeltuin, direct naast/achter ons huis. Veel tijd doorgebracht. En zo’n houten “hamster-tredmolen”, de ton geheten, hadden we daar ook! Ik weet ook nog dat er een heel aardige beheerder was, de ‘opa-van-de-speeltuin’. Geen idee hoe de man heette en waarom hij opa werd genoemd. Later werd hij vervangen door een andere opa, waar ook nog een oma bij was. Misschien weet iemand daar nog wat van?

    1. Marjolein heette die oppasser opa Rogge? De volgende opa is volgens mij opa v.d. Kolk met vrouw.
      Mevr: v.d. Kolk beheerd nu nog de speeltuin.
      De speeltuin Meezenbroek is de oudste van Heerlen en bestaat
      26 augustus 88 jaar.

    2. Marjolein . ik heb jaren boven jou gewoond .op nr 283. gezellig wonen was dat . En natuurlijk net als jij naar de neutrale volksschool . groetjes Yvonne

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.