De tijd vóór de televisie en spelcomputers (2)

Zo’n 60 jaar geleden hadden we nooit gehoord van televisie, laat staan van spelcomputer, X-box en Nintendo! Je had thuis hooguit een oude radio. Hoe bracht je dan je vrije tijd door?

Dit is deel twee van het artikel: “De tijd vóór de televisie en spelcomputers

Buslopen
Ook “buslopen” was heel populair. Je pakte 2 lege conservenblikken, maakte 2 gaatjes aan weerszijden van de kant die open was en haalde er een touwtje door zodat je de bus tegen de onderkant van je schoenen kon trekken. Zo kon je dan met de bussen onder je schoenen door de straat lopen. Dan kwam je wel eens iemand tegen die bezig was met “steltlopen”. Een stelt werd gemaakt van een stevige houten lat waaraan op een hoogte van ca. 30 centimeter een driehoekig plankje werd vastgezet. Je ging boven op het plankje staan met de lange lat onder je oksels geklemd en lopen maar.

“Sjtieken”
Op “ons” plein onder de bomen deden we andere dingen, zoals “sjtieken”. Er werd een streep in het zand getrokken, iemand gooide een stuiver (koperen muntje van 5 centen) zo dicht mogelijk bij de streep. De andere deelnemers probeerden met een muntje van 1 cent de stuiver te raken. Als dit lukte mocht je de stuiver houden maar als je cent over de streep kwam was je hem kwijt en kwam hij in de “pot”, welke door de winnaar mee naar huis werd genomen. Winnaar was degene die de stuiver het vaakst raakte.

Vliegeren
Als in augustus het koren in het “veld” tussen de Voskuilenweg en het Kisselerbos was gemaaid, was het tijd om te vliegeren. Omdat er in de meeste gezinnen niet veel geld was maakten we de vlieger zelf. Je kocht vliegerpapier en latjes in het winkeltje in de Joost van Vondelstraat bij meneer en mevrouw Oostwegel en hup aan de slag. Van de latjes maakte je een kruis wat met touw werd vastgezet. In elk uiteinde van het kruis werd een inkeping gemaakt en hier werd het touw omheen gespannen. Het geheel legde je op het vliegerpapier, de uiteinden van het papier werden om het touw gevouwen en vastgelijmd. Geld voor lijm was er niet, daarom gebruikten we een gekookte aardappel om het papier in te lijmen. Het touw noemden we “kabuuntjestouw”. Vraag me niet waar dit woord vandaan kwam. Wellicht weet iemand van de lezers dit nog?
Aan de vlieger kwam een lange staart van ruw bindtouw, waarin graspollen werden vastgemaakt om te zorgen voor voldoende gewicht. Dit in balans brengen duurde net zo lang totdat de vlieger in de lucht “stil stond”.

Bron: Rijkcheyt.nl | Kerkplein. Spelende kinderen.
Bron: Rijkcheyt.nl | Kerkplein. Spelende kinderen.

Hoelahoep, touwtjespringen en lampionnen maken
De meiden hadden zo hun eigen vertier. Ze gebruikten een zg. Hoelahoep. Dat was een plastic (was er toen pas) buis in de vorm van een cirkel met een diameter van ca. 80 cm die je om je heupen legde. Door flink met je kont te draaien cirkelde dat ding om je lijf. De truc was om hem zolang mogelijk draaiende te houden.

Touwtjespringen werd ook heel veel gedaan. Het summum was het zg. “Engels touwtjespringen”. Hierbij werd gebruik gemaakt van twee touwen, waarbij een touw rechtsom werd gedraaid en het andere linksom. Je moest dan tussen die twee touwen doorspringen.

In het najaar als de suikerbieten werden geoogst gingen we in het veld een paar bieten “halen”. De bovenkant werd er afgesneden de biet werd uitgehold. Met een mes werden er ogen, neus en mond ingesneden. Een stukje brandende kaars werd er in gezet, dekseltje erop en je had je zelfgemaakte lampion!

Schaatsen
Dan kwam de winter. Als de sneeuw begon te vallen werd de slee tevoorschijn gehaald. De ijzers werden met een “biemsjtee” ( puimsteen ) of schuurpapier glad gemaakt en op naar de Hofdijkstraat die door de gemeente was afgezet. Je kon dan alleen, maar vaak ook met een hele sliert, in volle vaart naar beneden, helemaal tot aan de Caumermolen. Ook in het ” nieuwe” Aambos kon je je uren met sleeën amuseren.

Op de Weltervijver, de Meezenbroekervijver en in Strijthagen kon je volop schaatsen. Dat deed je met zg. “Friese doorlopers”, houten schaatsen die met riempjes en veters om je schoenen werden gebonden.

Bron: Rijckheyt.nl | Meezenbroek (1936). Schaatsers bij het bruggetje over de vijver in Meezenbroek.
Bron: Rijckheyt.nl | Meezenbroek (1936). Schaatsers bij het bruggetje over de vijver in Meezenbroek.

Tegen die tijd kon je in het “oude Aambos” beukennootjes rapen. Die gingen thuis in een koekenpan met een beetje boter. Heerlijk!

Vuurwerk!
Inmiddels liep het aardig tegen oud op nieuw. Vuurwerk was voor ons niet betaalbaar ( als het al te krijgen was ). We hadden een geweldig alternatief. Bij de smid kocht je voor een prikje een ” knoebel” carbid. Je nam een maggi-of verfblik met klemdeksel. Met een spijker een gaatje in de bodem maken, stukje carbid erin. Dan spuugde je op het carbid, snel het deksel erop en stevig vaststampen. Het blik klemde je onder een voet met het deksel naar voren; een aangestoken lucifer bij het gaatje in de bodem en knal!!!
Ik hoop dat uit het bovenstaande blijkt dat wij ons in onze jonge jaren beslist niet hoefden te vervelen.

Oproep
Heeft u nog foto’s van vroeger, van (buiten)spelen, knikkeren, hoepelen, rolschaatsen of andere kinderspellen? Stuur ze dan naar info@heerlenvertelt.nl

Ton

Ton

Ton Otten is in 1946 op de Molenberg geboren. Na 6 jaar Broederschool heeft hij 4 jaren op de St.Henricusmulo gezeten. Daarna ben is Ton naar de Luchtmachtkaderschool in Arnhem gegaan waar hij na een opleiding van 27 maanden bevorderd werd tot sergeant. Na op diverse Nederlandse vliegvelden te zijn gelegerd heeft Ton de dienst na bijna 7 jaren verlaten. Het ABP werd in 1970 zijn nieuwe werkgever, eerst in Den Haag en in 1972 in Heerlen. Daar heeft hij tot 2002 gewerkt. Toen kwam Ton in de WAO. Sindsdien houdt hij zich bezig met het repareren van klokken en met het schrijven van korte verhalen en gedichten, het liefst in het "plat". Het schrijven voor "Heerlen Vertelt" ziet hij als een leuke mogelijkheid om een steentje bij te dragen aan het doorgeven van een stukje geschiedenis aan jong en oud.

23 thoughts to “De tijd vóór de televisie en spelcomputers (2)”

  1. Verrek ja….kabuuntjestouw. Ik weet ook niet waar die naam vandaan kwam. En ja, vliegeren deden wij ook o.a. op het weiland achter onze straat toen de Gov. Flinkstraat er nog niet was. Een paar keer per jaar waren daar Friezen aan het kaatsen.
    Vliegerpapier kochten wij, geloof ik, bij Drogisterij Rijcken in Schandelen. Ik heb nooit geweten dat de kinderen van Molenberg hetzelfde deden als wij in Meezenbroek. Op Molenberg woonden “deftige lui” dachten we en bij ons waren het arbeidersgezinnen.

  2. Bedankt voor deze leuke artikelen over hoe vroeger gespeeld werd. Altijd heerlijk om op Heerlenvertelt te lezen.

    Zelf ben ik opgegroeid in de jaren ’80 en ’90 (eind 1978 geboren). Ondanks deze artikelen over andere tijden gaan, heeft “mijn generatie” ook veel van de genoemde dingen gedaan. Denk hierbij aan:

    – Hinkelen
    – Rolschaatsen
    – Zelf speelgoed maken
    – Buslopen (wij noemden dat kloslopen)
    – Steltlopen
    – Vliegeren
    – Hoelahoep, touwtjespringen, lampionnen maken

    Schaatsen deden wij wat minder. In mijn jeugd zijn er niet bijzonder veel strenge winters geweest. Vuurwerk heb ik nooit mee gespeeld.

    Blijkbaar zijn veel van die dingen van alle tijden. Het grote verschil is wellicht, dat er in mijn jeugd al wat meer dingen kant-en-klaar gekocht werden. Ondanks dat, heb ik ook veel zelf gemaakt in mijn jeugd. Zowel op school als thuis. Dat vond ik juist het leuke eraan: De trots dat je kunt spelen met iets dat met eigen handen vervaardigd is.

    Groeten,
    Dennis

  3. Heren,
    Ik wil niet schoolmeesterachtig overkomen, maar volgens mij was het: kabuntjestouw (met één U dus). Google je daarop kom je bij een artikel in de “Limburger Koerier”van dinsdag 9 januari 1940 met de volgende tekst in het (sittards) dialect: ….. louge böl dikke touw. en kabuntje. Aan de moer hónge reime. zeile paeschnètjes, schmikke en klatschoore. Oppe winkelbank schtóng ummer -men … Wat kabuntje precies betekend, weet ik nog niet.
    Groet Ger

  4. Cabuuntjestouw is henneptouw. Het zou wel eens een verbastering of verkorting kunnen zijn van de naam van de hennepfamilie (Cannabaceae) in combinatie met de aanduiding van het hennepvruchtje of boontje (dial. buentje) dat vroeger in onze streek voor allerlei doeleinden werd gebruikt.
    Wie weet het beter?

  5. Bedankt voor je reactie jules. Leuke wetenschappelijke uitleg. Ik weet eerlijk gezegd niet waar je met vragen over het limburgs dialect terecht kunt. Heeft iemand een suggestie? Groetjes. Ton otten.

  6. Sommige van die spelen had ik bijna vergeten. Nu ik er over lees, denk ik nog aan bokje springen, hele lange slierten maakten we en de eerste sprong weer over de laatste. Een variant was, als één ruglings tegen een muur ging staan met de vingers gekruist – handpalmen omhoog- de volgende boog, legde zijn voorhoofd in die handen en dan maar springen op de rug van de bok. Je kon de sliert ook langer maken en dan proberen met zoveel mogelijk mensen op die ruggen te springen. Natuurlijk stortte de hele mensenrij in. Ik heb nooit iemand over rugpijn horen klagen. Toen.
    Op de schouder zitten bij iemand die sterk was, twee van die stellen en dan proberen de ander uit balans te brengen of de ander te doen vallen. Dat kon ook met een heel stel duwers en trekkers.
    Ik herinner me nog een spel (uit Indonesië (?) Je strooide wat atomium-achtige ijzertjes op de grond. Vervolgens moest je een klein balletje in de lucht gooien en met de andere hand achtereenvolgens 1,2,3,4,5, enz. van die dingetjes bij elkaar grabbelen, totdat er niets meer op de grond lag.
    Stoepranden. Het verkeer was nog niet zo druk.
    Variant op de krant met poep: Je legde een oude porte-monnee (aie?) met een dun, praktisch onzichtbaar touwtje waarvan je het andere uiteinde in de hand hield, zichtbaar op de grond. Zelf zat je achter een struikje, haag of hek op de grond, wachtte tot iemand zich bukte om het op te rapen en trok het dan weg. Het leukste was eigenlijk de steelse blik waarmee iemand zich voorover boog….
    Een klein doosje met watten gevuld. In de onderkant zat een gaatje. Daardoorheen je duim, die met ketjup of tomatensap o.i.d. was bewerkt zodat hij er bebloed uitzag. Dekseltje erop. Vervolgens zei je teggen iemand, dat je wat gevonden had. Kijk maar…. Gaf ook leuke reacties.
    Die ijzeren wieltjes van de rolschaatsen maakten wel een fijn geluid vond ik.
    Op de geasfalteerde parkeerplaats gelegen aan de “machinekamer” van de latere (beoogde) mijnschool aan de Benzenraderweg (we woonden ietsjes schuin tegenover de hoofdingang) kon je goed rolschaatsen ook met die latere stuurbare wieltjes. Ik herinner me dat daar iemand uit de Ruys de Beeren Broucklaan fantastische rondjes draaide. Probeerde ik wel eens na te doen. Had ik geen doosje met vinger en nepbloed meer nodig!

  7. Er was nog een leuk spel in de jaren 50, dat was toen “schoere – schoere”. En het ging als volg, met tien of soms meer kunderen, werden de sjaals in de lengte tegendraads opgerold,en dan de twee uiteinden samen in een hand bijelkaar vast gehouden het leek dan iets op een stok van stof. er werden twee groepen gevormd een had de opgerolde sjaals en de andere groep die moesten lopen en zorgen dat ze niet gezien werden, de andere groep met de sjaals die gingen dan op zoek naar hun, en dat ging door de hele kolonie zelfs in tuinen ging je ze achterna, had je er een, dan kreeg hij ervan langs geschoerd, en dat spel ging soms wel 2 of 3 uur zo door, maar dan wel in de avond als het donker was anders was het niet spannend genoeg. een prachtig spel het verstoppen en ongezien blijven was een kunst in die tijd .ze vonden je steeds weer, en als er een niet werd gevonden , dan zat die vaak stiekem lekker thuis bij de kachel , dit spel werd meestal in de herfst gespeeld,dan was het vroeg donker.

  8. Met mijn voet op de carbidbus geplaats, eerst moes je er in spugen(speeksel voor de hollanders) dan een luchifer erbij en ja hoor. Wat een knal de deksel vloog meters ver door de lucht. Maar daar kwam net de politie ( dhr. Beurs of Beurskens) op de fiets de hoek om gefiets,en ja hoor het was raak ook nog. Ik ben zo verstandig geweest dat ik de deksel maar niet meer ben gaan halen! S’avonds zat hij bij ons thuis (bij de pap) van mij .Och.ik had blonde krullen en de mam had een kaperszaak, dat was toen niet zo moeilijk om je te vinden. groetjes Wieke Hueber

  9. Moest natuurlijk kapperszaak zijn. Maar ja dat krijg je als je de broederschool twee keer doorlopen heb. Dat is gekomen door die keuter ( hond voor de hollanders) van ons,die liep mij vaker achterna als ik naar school ging. En dan moest ik die keuter weer naar huis brengen. En dan, ja dan had ik geen zin meer om terug te gaan. Het zusterbosje was voor mij dan de oplossing.maar later bracht de zeevaartschool in Rotterdam daar verandering aan. Ik ben nog goed terecht gekomen nooit spijt gehad .nogmaals Wieke Hueber

  10. Als er nog senioren zijn die nog eens graag de geur van carbid willen ruiken ,danwel carbid willen schieten ,dan bezoek op 31 december van ieder jaar de carbidvrienden parkstad.zij schieten melkbussen af zowel vertikaal als horizontaal.Je kan je natuurlijk ook aanmelden als actief lid of kijk op youtube naar carbidvrienden oudjaar 2011 of kopieer onderstaande link in je browser

    http://www.youtube.com/results?search_query=carbidvrienden+oudjaar+2011&oq=carbidvrienden+oudjaar+2011&aq=f&aqi=&aql=&gs_sm=s&gs_upl=17054l24280l0l25922l27l27l0l20l0l0l191l691l4.3l7l0

  11. Ja,… ff over t sjtieken, dat werd ook veel gedaan door de duivenmelkers.
    Ik ben geboren in de guido gezellestraat en daar woondn me wat duivenmelkers.
    Achterom in de paadjes werden ook lijntjes getrokken met bovenaan een hokje.
    De vaders(de meeste duivenpieten dus) deden dit spel, met centen en de kinderen van de vader die won, mochten de centjes oprapen. hahahah was ik blij dat pa vaak won…..herinneringen komen weer boven..

  12. Ton mijn dank is groot voor ’t woord knoebel. ’t Is voor mij ’n gewoon woord maar iedere keer als ik ’t zeg, lacht men om dat woord. Bij ons thuis werd geen dialect gesproken maar we hebben wel Heerlense woorden in onze uitspraak. Zelf weet ik natuurlijk niet welke dat zijn. Mijn man komt van Kerkrade en spraken thuis plat, ik dus niet. Op ’n dag zegt z’n broer, als je plat spreek moet je ’t wel goed doen. Stom verbaasd ben ik gaan opletten en kon ik ‘m zeggen dat ’t Heerlensplat was, maar hij zei dat wij geen dialct hadden.Ok. laat dan maar. Maar mijn woordje knoebel daar lacht iedereen nog om je hoord ’t ook nergens, maar ik weet nu dat dat ook Heerlensplat moet zijn. Vind ik leuk.

  13. Hoi Nellie. BLij dat ik heb kunnen helpen om je familie te overtuigen dat er toch echt zoiets bestaat als Heerlens dialect.
    Kleine aanvulling: het verkleinwoord van knoebel is knubelke.
    Wordt ook wel eens gebruikt in de betekenis van ” schatje , liefje “.
    Groetjes.ton.

  14. Ha die Wilma. Wat was een kinderhand toen gauw gevuld hè.
    Misschien een idee in deze tijd van recessie: voer het stjieken weer op grote schaal in: hele straten en woonwijken gaan sjtieken met munten van vijf euro. Iedereen blij, behalve de verliezer!

  15. er bestaat absoluut een heehles plat..ik zelf kan het niet goed. mijn limburgs is een mix van heerlens, geleens en roermonds, dat komt door alle verhuizingen in mijn jonge jaren, maar ik hoor mijn opa nog altijd in mijn hoofd dat mooie heerlense plat praten. in elk geval klinkt het veel mooier en beschaafder dan het roermonds dat ik nu dagelijks om mij heen moet verdragen.

    1. Het Limburgs dialect is zeer plaatselijk gebonden . Ik geef wel eens het voorbeeld van b.v. een Afrikaan, volkomen onbekend met het Limburgs dialect. Leer hem in Afrika het Vaalser dialect, zet hem in Gulpen neer , ongeveer 10 Km verderop en hij zal moeite hebben zich verstaanbaar te maken!

  16. Hoi Bill.
    Vroeger spaarden we zilverpapier voor “de arme negertjes in afrika “.
    Misschien is de door jou vermelde Afrikaan in Gulpen beland door onze spaaractie:-) .
    Groetjes.Ton.

  17. Ik ben gelukkig in het bezit van het Heëlesj Woadbook. Van het Huillands naar het Heëlesj. Kabuntjes touw staat er jammer genoeg niet in niet in.
    He boek is uitgegeven door de Veldeke stichting uit 2000 – isbn 90 80505411

  18. Kabuuntjestouw is gewoon dun gevlochten (gedraaid) henneptouw.
    Vroeger te koop op de Molenberg in de Joost v/d Vondelstraat bij de schilderswinkel; (brom)vliegers deden het er goed op….
    Hennep plantages genoeg, nu nog, in het noorden van het land en vroeger ook bij “ons”.
    Etymologisch helaas niet herleidbaar vlgs. mij en 100% zeker weten niet rookbaar!

  19. Buslopen … ja op de kleuterschool.

    Op de lagere school, Gerardus Majella school wijk Heksenberg, speelden wij heel veel berglopen .
    Dit spel werd gespeeld door twee teams.
    Stel twee lijnen voor. Bij ons op school waren dat de verlengde lijnen van de muren van de school.
    Als je iemand van de andere partij wist te tikken, die eerder dan jij vanachter bovengenoemde lijn was gekomen dan scoorde je team een punt.

    Verder scoorde je ook een punt, als je de lijn van de tegenstander wist te passeren. Dat was zeer moeilijk zonder getikt te worden.

    Doordat de speelplaats vol was met andere spelende kinderen kon je daarachter schuilen. Verder moest je goed zijn in schijnbewegingen.
    Of je deed net of je niet mee deed en dan was je plotseling aan de overzijde. Zeker als niemand je in de gaten had kon je dubbele punten scoren, want een teamgenoot daagde de tegenstander dan uit.
    Wanneer iemand hem dan probeerde te gaan tikken sprong je mee.

    Dit spel werd aan banden gelegd toen er voor het eerst meisjes in de derde klas (tegenwoordig groep vijf) kwamen. Tot 1970 was de Gerardus Majella school helemaal een jongens school.

  20. Als geboren en getogen Amsterdamse, maar met een Limburgse moeder die geboren was in Brunssum, groeide ik op met een verscheidenheid aan “eigenaardige” woorden. Zoals bessem (bezem), miemelen (rode bessen), kroezelen (kruisbessen). Maar ook kabuuntjestouw, mijn kinderen weten ook wat dit is en sinds kort ook mijn kleinzoon van drie, het is bindtouw. Zo integreren Limburgse dialectwoordenboek in het noordhollandse.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.