Bron: eigen collectie | Het boekje waarin aangegeven staat waar Willy begraven ligt

Foute Heerlenaar (3)

Buchenwald, Buchenwald, dacht Jan, wat kan dat nou helemaal zijn? En laten we eerlijk zijn: wie had er in 1941 nou ooit van Buchenwald gehoord? De verschrikkingen die zich in dit concentratiekamp afspeelden zouden pas jaren later bekend worden.

Dit is deel drie van het verhaal “Foute Heerlenaar”. Lees hier deel 2.

Het was immers zo dat zelfs de plaatselijke bevolking niet wist wat er binnen de omheiningen van die mysterieuze plaats met zijn vele houten gebouwtjes gebeurde. Van pap kreeg ik soms wat details te horen. Veel wist ik al door mijn werk voor de verzetsgepensioneerden.
Het gebrek aan voedsel, medische verzorging en de vaak beestachtige behandeling zorgden ervoor dat veel gevangenen het kamp niet overleefden. Zij die dat wel deden, ondanks de vele ziektes die er uitbraken en de bijna dagelijkse mishandelingen, liepen rond als menselijke wrakken. Zowel lichamelijk als geestelijk volledig opgebrand werden de ongelukkigen uiteindelijk bevrijd.

Jan werd met zijn lotgenoten door de Amerikanen opgevangen. Na medisch onderzoek kreeg hij een schriftelijke verklaring dat hij geen besmettelijke ziektes had. Dan begon de lange reis terug naar Nederland. Dat ging via de route die ik eerder beschreven heb. Het eindpunt van de route was station Roosendaal. Daar aangekomen was er een soort van opvang geregeld. Hij kreeg hier een set ondergoed, en paar schoenen een sokken, een overhemd plus een jas en een broek. Daarna werden ze min of meer aan hun lot overgelaten.

Terug in Nederland
De grote vraag was: wat nu te doen. Naar huis?
De confrontatie aangaan met een vader die zijn zoon heeft verplicht om iets te doen wat zijn verdere leven zo dramatisch zou beïnvloeden? Een kosthuis zoeken?
De oplossing kwam van één van zijn lotgenoten die terug wilde gaan naar zijn woonplaats Eindhoven. Hij wist nog wel een gezin bij hen in de straat die altijd kostgangers hadden.
Misschien kon hij daar terecht. Samen gingen ze op weg naar Eindhoven.  Jan kon inderdaad inwonen bij de kennissen van zijn maat. Hij kreeg een relatie met één van de dochters en trouwde na de oorlog met zijn Rika waarmee hij 5 kinderen kreeg.
Tot zover de feiten zoals mijn schoonvader ze mij heeft verteld.

Enige tijd nadat hij me dit vertelde zaten we samen onder het genot van een pilsje wat te babbelen. Steeds vaker kwam hij uit zichzelf op de periode in Buchenwald terug. Ik merkte dat hij er gemakkelijker over kon praten. Zo legde hij me uit waarom hij nooit met mij meeging als ik in Duitsland ging tanken. En waarom hij in Heerlen doodsbenauwd werd als de rode bus uit Aken langsreed. En waarom hij op straat altijd zo dicht mogelijk langs de huizen liep: bang dat hij zou worden opgepakt en weer naar Duitsland zou worden gebracht. Ik vond dit zielig, maar naarmate er vaker over werd gesproken werden er zelfs grapjes over gemaakt. Hij noemde zichzelf een kampjoekel die persé niet meer terug wilde naar Mofrika. Ik zei dan dat hij het nog niet zo slecht had gehad:
Op kosten van Adolf 4 jaar vakantie in het Beukenbosje  (Buchenwald). Daar kon hij zowaar om lachen!
Er werd op steeds luchtiger toon over die ellendige periode gesproken. Mam zei dat hij was veranderd: hij kon weer van het leven genieten. Zijn kleinkinderen waren alles voor hem. Hij was een echte familieman geworden.

Tijdens één van onze vele gesprekken vroeg ik hem waarom juist hij door zijn vader zo onder druk was gezet. ” De anderen waren getrouwd ” zei hij, alleen Willie en ik niet.
“Willie?” vroeg ik. Ja, dat was zijn jongste broer. Die moest van zijn vader dienst nemen bij de SS. Toen ik vroeg wat er met die jongen was gebeurd liep hij naar de kast en kwam met een paar vergeelde brieven.

Zwijgend gaf hij me twee brieven met het logo van het internationale Rode Kruis. Één brief was uit 1953 en verwees naar een eerder door de familie gedaan verzoek om een onderzoek te doen naar de verblijfplaats van zoon Willie. De instantie was bezig een onderzoek in te stellen naar de lotgevallen van Willie. In de tweede brief stond dat zoon Willie in april 1945 was overleden! Deze brief bevatte als bijlage een klein hoesje. Hierin zaten twee foto’s en een medaille met de afbeelding van Maria. Na enige correspondentie over en weer kwamen de volgende feiten boven water.

Er bleef maar één ding over: desertie!
Willie was begin 1942 ingelijfd bij de SS. In de loop van dat jaar raakte hij bevriend met de toen 18-jarige duitse SS-er Norbert.  Deze Norbert was zeer tegen zijn zin opgeroepen om dienst te nemen bij de SS. De twee knapen werden gelegerd in Frankrijk. Ze waren bijna altijd samen. Tijdens de vele saaie wachtdiensten bespraken ze veel onderwerpen. Zo werd ook hun persoonlijke situatie onder de loep genomen. Ze kwamen tot de conclusie dat beiden in een wel zeer bizarre positie waren beland: een Nederlander die in Duitse dienst samen met een ongemotiveerde Duitser tegen de bevrijders van o.a. Nederland vocht.
Hoe vaker ze hierover praatten en hoe meer er over werd nagedacht, ze kwamen steeds maar tot één oplossing: ” we moeten hier mee stoppen “.
Er bleef maar één ding over: desertie!

Ze besloten om in uniform te vluchten. Een jonge soldaat uit hun peloton die bij de administratie werkte werd bij hun plan betrokken, hij zorgde voor valse marsorders. Zodra alle voorbereidingen waren gedaan vertrokken ze naar Noord-Frankrijk; vandaar via België naar Nederland. De bedoeling was om ergens onder te duiken. Op een kwade dag kwamen ze in Amerongen aan. Hier wilden ze burgerkleding aanschaffen. Tijdens een wandeling door de stad liepen ze een patrouille van de Duitse militaire politie tegen het lijf. Hun papieren werden gecontroleerd, die waren in orde maar ze konden geen plausibele verklaring geven van hun aanwezigheid in Nederland. Ze werden meegenomen voor verhoor en toen er contact werd opgenomen met hun onderdeel werd al snel duidelijk waar ze mee bezig waren.

Zonder vorm van proces werden de twee kameraden in april 1945 in Amerongen gefusilleerd en op de algemene begraafplaats aldaar begraven. Na de oorlog werden ze herbegraven op het kerkhof voor Duitse gesneuvelden in Ysselsteyn. Toen werd ook het mapje met de foto’s en de medaille op het lichaam van Willie gevonden en overgedragen aan het Nederlandse Rode Kruis.

Op zoek naar Willy
Pas vele jaren na de oorlog ging de vader van Willie pogingen doen om te achterhalen waar zijn zoon was gebleven. Toen hij achter de waarheid kwam probeerde hij een financiële “schadeloosstelling” van de Duitse overheid te krijgen…
Thuis werd er nooit gesproken over zoon Willie. Men schaamde zich voor het feit dat iemand uit het gezin in Duitse dienst was geweest…
Pap maakte ooit tegen mij de opmerking: “Wat een bizarre situatie: ik maakte, gedwongen door de Duitsers, munitie die vervolgens door mijn broer in Duitse dienst tegen ons werd gebruikt.

Bron: eigen collectie | Het boekje waarin aangegeven staat waar Willie begraven ligt
Bron: eigen collectie | Het boekje waarin aangegeven staat waar Willie begraven ligt

Nooit heeft iemand van de familie het graf van Willie bezocht! Begin jaren tachtig ben ik met mijn vrouw Els het graf van Willie (die toch eigenlijk haar oom was) gaan bezoeken.
Toen we voor zijn grafkruis stonden was dat een zeer bijzondere ervaring. We kregen allebei een raar, onbestemd gevoel. Ik heb wat foto’s gemaakt; de nog in leven zijnde familieleden wilden toen wel graag een afdruk hebben. Tot op de dag van vandaag heb ik dat altijd een beetje vreemd gevonden. Enige jaren geleden  zijn we met mijn zwager Harrie en schoonzus Sjeannie nog eens naar het graf van Willie geweest. Ook hen bekroop daar een eigenaardig gevoel…

Bron: Bezininlimburg.nl | Duitse soldatenkerkhof Ysselsteyn
Bron: Bezininlimburg.nl | Duitse soldatenkerkhof Ysselsteyn

Ik hoop dat ik met dit verhaal een beetje heb geprobeerd duidelijk te maken dat niet iedereen die iets met de Duitse bezetter te maken heeft gehad misschien wel een foute maar niet per definitie een slechte Nederlander is geweest.

Ton

Ton

Ton Otten is in 1946 op de Molenberg geboren. Na 6 jaar Broederschool heeft hij 4 jaren op de St.Henricusmulo gezeten. Daarna ben is Ton naar de Luchtmachtkaderschool in Arnhem gegaan waar hij na een opleiding van 27 maanden bevorderd werd tot sergeant. Na op diverse Nederlandse vliegvelden te zijn gelegerd heeft Ton de dienst na bijna 7 jaren verlaten. Het ABP werd in 1970 zijn nieuwe werkgever, eerst in Den Haag en in 1972 in Heerlen. Daar heeft hij tot 2002 gewerkt. Toen kwam Ton in de WAO. Sindsdien houdt hij zich bezig met het repareren van klokken en met het schrijven van korte verhalen en gedichten, het liefst in het "plat". Het schrijven voor "Heerlen Vertelt" ziet hij als een leuke mogelijkheid om een steentje bij te dragen aan het doorgeven van een stukje geschiedenis aan jong en oud.

11 thoughts to “Foute Heerlenaar (3)”

  1. Een hele herkenning van die oorlogstijd, ook ik had een oom die bij de SS in dienst trad. Hij vertelde er heel weinig over alleen dat ie in Rusland dienst gedaan had en waarom??? Hij hield zo zijn familie in leven doordat ie extra eetbonnen kreeg voor de familie.
    Hij kwam na de oorlog terug in Nederland en werd geinterneerd in een kamp in Hoensbroek om te werken in de Staatsmijn Emma.

  2. Het lijkt tegenwoordig de norm te zijn om het gedrag van foute Nederlanders in de tweede wereldoorlog te vergoeilijken of op z’n minst begrijpelijk te maken.
    Voor alle duidelijkheid; niemand werd gedwongen om NSBer te worden of om dienst te nemen bij de Germaanse waffen SS.
    De problemen bij de laatste dodenherdenkingen waarbij ook Duitse soldaten en nederlandse SSers herdacht zouden worden, tonen aan dat veel mensen het verschil tussen goed en fout niet zo goed meer begrijpen.
    Het veel gehoorde verhaal over de meelopers, die slechts een beter leven voor zichzelf en hun familie wilden, wordt maar al te vaak aangehaald, maar
    het verraden van een Joodse onderduiker leverde de NSBer 7,50 gulden op.
    Deze premie is tijdens de bezetting zeer vaak uitbetaald.
    Een (joodse) tante van mij ,die in Maastricht een hoedenwinkel dreef, ontving iedere dag na sluitingstijd visite van 2 NSBers die de kassa leeghaalden.
    Korte tijd later is ze door de Maastrichtse politie met haar man en zoon van 17 gearresteerd en , na overdracht aan de duitse bezetter, naar Auschwitz gebracht waar ze in 31-7-1943 vermoord zijn.
    De brave Maastrichtse agenten en hun superieuren deden dit waarschijnlijk
    ook voor een extra boterham!?

  3. Geachte Mw. Walvis,
    De jongen Willie in mijn verhaal was destijds 17(!) jaar. Kan een kind op die leeftijd een juiste beslissing maken, mede gezien het feit dat zijn tirannieke vader hem voor de keus stelde: dienst nemen bij de SS of mijn huis uit. En dat in oorlogstijd!
    U neemt aan dat de problemen bij de dodenherdenkingen worden veroorzaakt doordat mensen het verschil tussen goed en kwaad niet meer weten. Dit lijkt mij wat voorbarig.
    Je kunt m.i. het gedrag van één gestoord individu niet zien als bewijs van het feit dat ” men ” niet beschikt over enig normbesef.
    Als U zich eens in de geschiedenis verdiept zult U zien dat er vezetslieden, geestelijken, politici, politiemensen, artsen en andere burgers waren die op een of ander manier met de Duitsers ” samenwerkten ” en zo met gevaar voor eigen leven en dat van hun gezinnen velen uit handen van de bezetter wisten te houden.
    Sommigen van deze, in mijn ogen helden, speelden die rol voor de buitenwereld zo overtuigend dat zij na de oorlog zelf slachtoffer werden ( denk aan de beruchte bijltjesdag ).
    U neemt aan dat de Maastrichtse politiemensen foute dingen deden om er zelf beter van te worden. Dat u door verschrikkelijke gebeurtenissen in Uw familie wellicht verbitterd bent is alleszins begrijpelijk.
    Uiteraard waren er Nederlanders die, gedreven door persoonlijk winstbejag of idealisme, met recht ” fout ” kunnen worden genoemd. Door hen over één kam te scheren met de goedwillenden doet u deze laatste groep naar mijn mening onrecht.

    Tot slot het volgende.
    Bij ” onze ” dodenherdenkingen worden steeds vaker ook Duitse slachtoffers herdacht, zowel burgers als militairen. Kennelijk beseft men wel degelijk wat goed en fout is geweest maar leeft tevens het inzicht dat blijvende gevoelens van wederzijdse haat en rancune geen basis zijn voor een vreedzame samenleving waarin geen plaats meer is voor de verschrikkingen uit het verleden.

    1. Geachte heer Otten,
      Bedankt voor uw reactie, mijn verhaal was niet gericht tegen uw relaas over “Foute Heerlenaren” maar meer als een waarschuwing bedoeld voor de reactie hierop door een (schijnbaar) jongere lezer over zijn oom.
      Met name onze jongeren hebben vaak geen idee over de gebeurtenissen in de tweede wereldoorlog.
      Een extreem voorbeeld hiervan is dat mijn kleindochter in de zesde klas haar onderwijzeres erop moest wijzen wat en waar Auschwitz was.
      De onderwijzeres( nog niet zo lang van de PABO) dacht dat Auschwitz in de buurt van Amsterdam lag.
      Waarschijnlijk was ze in de war gebracht door het Auschwitz monument.
      Het lijkt een grap maar geeft wel aan hoe het met de kennis over de tweede
      wereldoorlog gesteld is.
      Ook ik besef dat terugkijken in wrok weinig zal toevoegen aan een betere samenleving, maar onwetendheid over de verschrikkingen in die periode zal zeker niet bijdragen tot het voorkomen van toekomstige ellende.
      Het grote succes van de PVV in de huidige politiek geeft aan dat de mensen geneigd zijn het verleden te negeren.

  4. Hallo Marianne,
    Ik begrijp jouw bezorgdheid, je zult niet de enige zijn.
    Er wordt wel het een en ander gedaan om de jongere generatie inzicht te geven in de gebeurtenissen in WO2.
    Dhr. F. Kreijen is bezig met een project Regionaal Centrum Unicef Kerkrade en Heerlen waarbij oorlogskinderen hun verhaal kunnen doen, o.a. op scholen.
    Als je geïnteresseerd bent hoor ik het wel, ik kan je dan zijn e-mailadres geven.
    Groetjes. Ton.

  5. Ben in 2013, tijdens een busvakantie naar oa, Weimar ook een middag naar kamp Buchenwald geweest.
    Hier heb ik enkele foto’s gemaakt van de verschrikkelijke toestanden die nu nog te bezichtigen zijn.

    Bij belangstelling wil ik hiervan kopieen ter beschikking stellen.

    1. Ben niet in Buchenwald geweest maar wel in Bergen Belzen,daar is ook een hele historie waar niet zoveel mensen van weten.Als je die verhalen leest en hoort lopen je de rillingen over je rug.Hoe de ontluizing gebeurde de latrines de barakken,en de grafstenen die spreken voor zich.Voor mij onbegrijpelijk dat daar nog mensen levend vandaan gekomen zijn.

  6. Wie is Marianne Walvis?
    In ons gezin te Hoensbroek was in WO II het gezin van Hartog Walvis ondergedoken van april 1943 tot de bevrijding in sept.1944. Zoon Nathan Herman(Nick) Walvis is op 12 nov.2014 te Toronto overleden als laatste van dat gezin. Is Marianne Walvis familie van Nick? Laat het mij a.u.b. weten. Groet van Klaas A.Santing

  7. Geachte heer Otten,

    Ik doe al jaren onderzoek naar de Duitse gesneuvelden op Ysselsteyn.

    Met aandacht heb ik het bizarre verhaal gelezen over de twee broers, Jan en Willie Peeters, een zeer triest verhaal, dat zeker.
    Toch wil ik enkele kanttekeningen plaatsen aangaande de desertie van Willie.

    Volgens tekst: “Zodra alle voorbereidingen waren gedaan vertrokken ze “in Duits Uniform” naar Noord-Frankrijk; vandaar via België naar Nederland”.
    Willie is gestorven in april, de desertie via Frankrijk/België moet zich dan afgespeeld hebben in maart/april 1945, dat lijkt mij onwaarschijnlijk (Bevrijd gebied).

    Het is goed mogelijk dat Willie gedeserteerd is maar dan zeer waarschijnlijk op Nederlandse bodem in de laatste oorlogsdagen.

    Willie was een SS-Unterscharführer en behoorde tot de 34th SS-Gren.Div.(SS Freiwillige Gren.Brigade & SS-Gren.Reg. I Landstorm Niederlande).

    September 1944: Gevechten in België.

    September 1944: Operatie Market Garden, ingedeeld bij de 9. SS-Panzer-Division Hohenstaufen als onderdeel van Kampfgruppe Spindler.

    Het voormalige SS-Grenadier-Regiment ‘Landstorm Nederland’ werd omgedoopt in SS-Freiwilligen-Grenadier-Brigade ‘Landstorm Nederland’.

    De nieuwe brigade kreeg de relatief rustige frontsector tussen Waal en Nederrijn.
    Februari 1945: Betuwe-front.

    Op 10 februari 1945 werd de brigade omgevormd tot 34e SS Freiwilligen Grenadier Divisie Landstorm Nederland.
    Willie Peeters (34e SS) was dus op 10.02.1945 in Nederland in de Betuwe.

    Op 24 februari voerde de 34e SS Freiwilligen Grenadier Divisie Landstorm Nederland nabij Zetten een succesvolle aanval uit tegen een Britse stelling van de 49e Divisie.
    Zetten is ongeveer 28 km. van Amerongen.

    Ook vonden verschillende incidenten plaats waarbij Nederlandse burgers werden neergeschoten.
    “Talloze Landstorm soldaten deserteerden”.
    Op 9 maart 1945 zijn enkele samenzweerders doodgeschoten.
    Willie is omgekomen in april.
    Of Willie wel of niet gefusilleerd is kan ik niet beoordelen.
    Ik hou me alleen bezig met geschiedkundige feiten, gegevens ontbreken nog hierover.

    Diverse verhalen doen de ronde over Nederlanders in dienst van de Duitsers. Verhalen, wel of niet waar, ontkend, geromantiseerd enz.
    Maar 70 jaar na dato hoeft de waarheid niet meer te worden gebagatelliseerd, vaststaande feiten en datums zijn opgetekend.

    Het hele verhaal over Willie zijn desertie geeft te denken, maar dat neemt niet weg dat het diep triest is dat een 17 jarige, een kind nog, willens en wetens de oorlog werd ingestuurd en dat met de dood heeft moeten bekopen, en hij niet alleen. Loop maar eens langs de kruizen op Ysselsteyn, 15, 16, 17 jaar “de vijand”, niet voor niets “de kindsoldaten van Ysselsteyn” genoemd.

    De naweeën van 2e wereldoorlog zijn nog steeds niet voorbij, want
    na 70 jaar is er nog steeds weerstand om ook de Duitse slachtoffers te herdenken bij de dodenherdenkingen.
    Na 70 jaar is er nog steeds dat beschuldigende vingertje dat naar anderen wijst en veroordeelt om het verleden.
    En na 70 jaar wijst er een beschuldigend vingertje naar hedendaagse politieke partijen, en trekt vergelijkingen.
    Hoe kwetsend allemaal, men heeft het over vrede, maar is wel erg snel met het eigen oordeel.

    Hopelijk veranderen bepaalde meningen.

    Mvg. Mieke

Laat een reactie achter op Marianne Walvis Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.