Bron: Rijckheyt.nl | Woningen op de Heerlerbaan. Gebouwd ca. 1920. Ontworpen door architect Jan Stuyt.

Bergdriesch: een gevoel van veiligheid en geborgenheid

De Bergdriesch is een straat op Heerlerbaan. Er is sprake van een zogenaamd ‘bovenste’ gedeelte, van de Bautscherweg tot de Kanaalstraat, en van een ‘onderste’ gedeelte, van de Kanaalstraat tot aan de Corisbergweg.

Bron: Rijckheyt.nl | Heerlerbaan Bergdriesch in de twintiger jaren
Bron: Rijckheyt.nl | Heerlerbaan Bergdriesch in de twintiger jaren

De huizen aan de Bergdriesch werden omstreeks 1919 gebouwd. Ontworpen door de befaamde architect Jan Stuyt, en met de omliggende en aangrenzende straten bedoeld als huisvesting voor mijnwerkers van de Staatsmijn Wilhelmina op Terwinselen.

In de Bergdriesch ben ik geboren (in 1960), in het ‘onderste gedeelte’, op huisnummer 23. Een sfeervolle straat, met mooie lindebomen. In een tijd waarin er nog niet veel autoverkeer was, was het heerlijk om op straat te spelen. Ook in andere opzichten speelde het leven zich grotendeels af op straat. Na het avondeten en de afwas was er altijd even tijd om bij te praten met de buren of mensen die toevallig langs kwamen. Geen afspraak in drievoud zoals tegenwoordig, maar gewoon een stoel erbij. Buiten op de stoep, totdat het donker werd. Een buurt ook waarin iedereen elkaar kende, als een klein dorp binnen een wijk. Aan mijn jeugd in de Bergdriesch denk ik met warmte terug, een gevoel van veiligheid en geborgenheid.

Boodschappen halen of brengen
Alle leveranciers kwamen (nog) aan de deur. De melkboer Sjeng Offermans uit de Ridderweg, kwam lange tijd met paard en wagen. Altijd wel in voor een of andere grap. De groenteboer Bert Raumans (nog ‘ver weg’ familie) en de ‘bezorgbakker’ van Vondenhoff (van de Heistraat op Terwinselen). En dat terwijl de andere winkels gewoon om de hoek lagen.

Als kind werd ik er vaak op uitgestuurd om daar ‘even’ een boodschap te halen. We waren klant bij Piet Starmans, aan de Bautscherweg, later ‘de Spar’, en mijn moeder schreef dan netjes de boodschappen in een boodschappenboekje. Eén keer per week werd er dan afgerekend. Dus alle boodschappen tussendoor werden ‘opgeschreven’. We kwamen ook wel eens bij Cor en Annie Thijssen, in die tijd een ‘Vivo’, op de hoek van de Kanaalstraat en de Bautscherweg. Maar ‘Piet Starmans’ was toch het vaste adres.

“Heb je nog wat van mij nodig?”
Zo ging dat ook met de slager! Met wat fantasie kan de plek waar de Kanaalstraat aan de Bautscherweg grenst, als een pleintje gezien worden. En hier lagen, feitelijk tegenover elkaar, twee slagerijen.

Aan de Bautscherweg slagerij Braam, en aan de Kanaalstraat slagerij Steijns. Ik kan me hun zaak nog goed voor de geest halen. Mevrouw Steijns ‘beheerde’ de vleeswaren, en links was dan de eigenlijke slagerij, waar de slager zelf stond. En als je dan bij mevrouw boterhamvlees besteld had, dan vroeg hij, min of meer door een luikje, ‘heb je ook nog iets van mij nodig?’ Wat ik ook altijd fascinerend vond was dat er een langwerpig raam was tussen winkel en, naar ik aanneem, huiskamer. Zo kon men zien of er klanten in de winkel waren.

Bron: Rijckheyt.nl | Heerlerbaan Bergdriesch vanaf Corisbergweg 1977
Bron: Rijckheyt.nl | Heerlerbaan Bergdriesch vanaf Corisbergweg 1977

Grote veranderingen
Er was nog geen winkelcentrum, maar zo eind jaren zestig, begin zeventiger jaren stonden er grote veranderingen te gebeuren, die het landelijke, dorpse en vooral overzichtelijke Heerlerbaan definitief zouden veranderen. De eerste flats verrezen aan de Peter Schunckstraat en er werd een compleet nieuwe wijk gebouwd. Een groot deel van deze woningen was bestemd voor mensen uit het westen van het land, vaak werkzaam bij ABP of CBS, die naar Limburg verhuisden, in het kader van de ‘spreiding van de Rijksdiensten’.

Het Dorp
De emoties en het gevoel rond deze veranderingen worden voor mij op weergaloze wijze vertolkt in het lied ‘Het dorp’ van Wim Sonneveld. De associatie gaat dan terug naar de Heerlerbaan in die periode.

De witte mijnwoningen aan de Bautscherweg verdwenen om plaats te maken voor het (toentertijd) nieuwe winkelcentrum. Maar ook de boomgaarden en landerijen richting Rukkerweg, zelfs de geheimzinnige groeve naast de Bronnenstraat, alles  werd weggesaneerd. Een paar karakteristieke boerderijen in de nabijheid van de Bovenste Caumer, richting Vullingsweg werden met de grond gelijk gemaakt. En als dan weer de eerste paaltjes ‘midden in het veld’ verschenen, dan wist je al wat er gebeuren ging. De héle omgeving, tot dan toe ‘mijn eigen overzichtelijke en vertrouwde wereld, ging op de schop.

‘Amovatie’
Met diezelfde voortvarendheid werd halverwege de jaren zeventig vastgesteld, dat de ‘mijnwoningen’ aan de Bautscherweg, Kanaalstraat, Bergdriesch, Corisbergweg en Caumerweg niet meer voldeden aan de moderne eisen. Eerst werd renovatie voorgesteld, maar wijs geworden na de renovatieperikelen van soortgelijke woningen op de Molenberg kort daarvoor, bedacht men een ander plan. In plaats van ‘renovatie’ koos men voor ‘amovatie’. Geen mens die dit woord kende. Maar het betekent afbraak. Na de eerste plannen duurde het nog járen voordat er ook maar enige voortgang te bespeuren was. Járen van onzekerheid, van beloftes, van plannenmakerij, jaren waarin het geduld van de bewoners danig op de proef werd gesteld.

De definitieve opzet was als volgt. Aan de Egstraat en Morgenhof werden een aantal nieuwe woningen beschikbaar gesteld als ‘ruilwoningen’. De mijnwoningen zouden gefaseerd worden afgebroken, de bewoners verhuisden (tijdelijk) naar de ‘ruilwoning’, om na de bouw van nieuwe huizen weer op de (vrijwel ) ‘oude’ plek terug te kunnen keren.

Een spookstraat
In 1983 was, als laatste fase, het ‘onderste’ gedeelte van de Bergdriesch aan de beurt. Veel bewoners waren toen al naar elders vertrokken. De reeds leegstaande woningen gaven de straat een verpauperde indruk. Nog enkele huizen waren bewoond, wachtend op de op stapel staande verhuizing. Een spookstraat, niet te vergelijken met de gezellige, levendige straat uit mijn jeugd.

Mijn ouders verhuisden naar de Morgenhof en omdat het ‘de laatste fase’ van het plan betrof, kon men kiezen: óf terug naar de Bergdriesch óf op de Morgenhof blijven. Ze hebben voor het laatste gekozen. Officieel omdat ze, na een paar jaar, niet nóg eens zin hadden in een verhuizing. Maar ergens wisten ze, voelden ze, dat het nooit meer de Bergdriesch zou worden waar ze zo van hielden, waar ze zich geborgen voelden, waar ze thuis waren.

Bron: Rijckheyt.nl | Woningen op de Heerlerbaan. Gebouwd ca. 1920. Ontworpen door architect Jan Stuyt.
Bron: Rijckheyt.nl | Woningen op de Heerlerbaan. Gebouwd ca. 1920. Ontworpen door architect Jan Stuyt.

De herinnering blijft
Mijn ouderlijk huis bestaat dus niet meer. De hele buurt werd weggesaneerd.

Er staan nu andere huizen in de Bergdriesch. Ik heb er nu nog maar weinig mee, want ik herken het niet en het is niet meer de straat uit mijn kindertijd.

Maar de herinnering is hardnekkig. Zelfs járen nadat ook de Staatsmijn Wilhelmina op Terwinselen gesloten was, en de schachttoren waarin ik vanuit de Bergdriesch de schachtwielen zag draaien er niet meer was, zelfs toen meende ik nog regelmatig het typische, ietwat knarsende geluid te horen.

En als het, toevallig, zo eens ter sprake komt waar ik vandaan kom, dan is er, in welk gezelschap dan ook, altijd wel weer iemand met een verbaasde, naar het negatieve neigende, reactie: ‘uit de koloníe?’

Ook dan is de herinnering gelukkig hardnekkig. En in plaats van proberen uit te leggen wat mensen toch niet (willen) begrijpen, wil ik ze wel graag een beeld schetsen van mijn Bergdriesch en directe omgeving. Een beeld van warmte én saamhorigheid. Van eenvoud én tevredenheid. Kom daar vandaag de dag maar eens om.

Peter

Peter

Mijn naam is Peter Crombach, ik ben werkzaam in de gezondheidszorg én als ‘trouwambtenaar’ bij de gemeente Voerendaal, maar daarnaast, al zo’n 25 jaar, actief als dichter/tekstschrijver. Het ‘schrijven’, in de meest brede zin van het woord, loopt als een rode draad door mijn leven. Aanvankelijk lag de nadruk vooral op het schrijven van poëzie, maar de laatste tijd meer en meer op het vlak van ‘verhalen’ en ‘artikelen’, en waar mogelijk een combinatie.

Met betrekking tot Heerlen: ik ben ‘op de Heerlerbaan’ geboren (in 1960) en heb daar 38 jaar gewoond. Natuurlijk heb ik heel wat herinneringen aan Heerlen in het algemeen en ‘de Heerlerbaan’ in het bijzonder. In mijn dichtbundel ‘Is dit nu later’ heb ik diverse jeugdherinneringen al op poëtische manier verwoord, maar langzaamaan heb ik meer en meer de behoefte én zin om een en ander ‘om te zetten’ in verhalen.

16 thoughts to “Bergdriesch: een gevoel van veiligheid en geborgenheid”

  1. Prachtig verhaal Peter, ook ik heb zo een dergelijke ervaring maar dan in de Kolonie in Voerendaal, je weet wel ( als ambtenaar in Voerendaal ) rond het Lauwrentiusplein Tenelenweg, Panhuisstraat, Teggert enz…. De Kolonie was enerzijds een geborgen veilige plek, maar anderzijds een plek van sociale controle en “ouw wiever ” die alles en iedereen in de gaten hielden….
    Ook bij ons had je leuke winkeltjes zoals Groenteboer Eussen en het groenteschuurtje van Hans Vereggen, Slagerijen Thijsen en Vonken, Bakkers Cloodt ( geen beter gebak en brood dan van de gebroeders Cloodt ) , Vonken en Hans Muis, bakkerij en snoepwikeltje van Van Veen, de Vivowinkel van Senden, ernaast de dierenwinkel van Fried Lipperts, kapper Claesen, de cafe’s oud Voelender, “t Geulke, cafe Rothkrans, met friture ernaast, Cafe Hennie Creugers en de Dansing van Kay Hoenjet ook met ” friteboed ” in huis, fietsenmaker Hub Mas, melkboer hoenjet later Hogeveen, ook de loempiaboer Krijgsman en het snoepwinkeltje van Clemens uit de Panhuisstraat en nog vele winkeltjes die mij ontschoten zijn, dus al met al of uit Heerlen of Voerendaal een herkenbaar verhaal uit de Kolonieen van het rijke Mijnverleden….

  2. Verdere winkels waren schoenenzaak Muis, tabakswinkel Widdershoven, kapper Maassen, kruidenierswinkel Mia Gorissen, kledingwinkel en drogisterij Dautzenberg, bakkerij Delsing.

  3. En verder waren daar nog woninginrichting Vondenhof, kledingwinkel en later rolpoortenwinkel Straten, het voormalig postkantoor van de familie Dautsenberg, die twee generaties Burgemeesters leverden, cafe Leclou aan het kerkplein wat later ” in gen hook ” werd een etablisement voor “heren “, bloemenventer Wiel Smeets met zijn electrocarretje, waar ik nog meegevent heb in mijn jonge jaren, schillenboer Franssen uit Walem die de schillen verzamelde voor zijn varkens, en niet te vergeten “der loemeleboer en scharenslieper van het kamp op Tenesschen. Kledingwinkel Bouwmans aan de Tenelenweg was meer voor de schiekere dames. En niet te vergeten de oude smidse, boerderij Lipperts aan de spoorbrug, Boerderij en camping ” Kapelhof ” Boerderij ” Tenelen “, Hoeve Lindelauf aan de Valkenburgerweg, watermolens Puth en aan de kuttelbeek en de Kastelen Haren, Cortenbach, Puth, Ter Worm en Tervieren dus al met al heeft Voerendaal ook een rijke History van Romijnse Villa tot de enige Kerk die in 1049 door een paus ” Leo VIIII ” werd ingewijdt tot mergelwinning door de Firma Schunk in de Kunderberg ( ja… de Firma Schunk van het Glaspaleis in heerlen ).

  4. mijn rechtstreekse voorvader kwam rond 1500 naar voerendaal en bouwde daar de hoeve lindenlouff (in de streek later verbasterd naar lindelauf). de familie lindenlouff kwam daarvoor uit noord-holland, uit de buurt van amsterdam/zaanstad en weer daarvoor uit het gebied wat wij nu kennen als denemarken. het waren hoogstwaarschijnlijk zeelieden. nog altijd vind je daar mensen met de naam lindeloff. ik schrijf dit omdat de meeste lindelauf(f)jes niet de herkomst van hun eigen familie kennen.

  5. Dat was precies hetzelfde voor mij op de Corisbergweg. Lekker voetballen op de straat en buiten op d’r stoep zitten tot het donker werd en met je vrienden en de buren te kletsen.Een prachtige tijd die je nooit kunt vergeten.

    Mijn grootmoeder maakte ieder weekeind een paar vlaaien en bracht ze dan naar Starmans om ze in hun hun oven te bakken. Dat moet je nu maar eens proberen.

    Slagerij Braams kende ik heel goed,mijn moeder en ik hebben daar s’avonds de vloer en de werkbanken met de familie Braams schoon gemaakt. Ik was toen pas 10 jaar oud.
    Ik kende Bert Raumans ook wel en dan had je ook nog Piet Raumans die geloof ik een broer was van Bert.
    Piet was mijn buurman op de Corisbergweg en ik weet nog heel goed dat hij met 32 jaar een hartverlamming of zo iets had. Maar ik woonde toen al in Canada,ik had wel nog contact naderhand met zijn vrouw en de kinderen.

    Ik vind het altijd zo erg als ik weer eens op de Heerlerbaan ben en alles er zo vreemd uit ziet
    Mijn jeugd zou ik direct weer willen hebben maar tijden veranderen en wij moeten er maar mee leven.

    Henk

  6. Ja geen gek idee John, ( ben jij die John Heinen uit de Cortenbachstraat offff?? ) dus help mij met herrinneringen van ons oude Voerendaal, is tenslotte een buurgemeente van Heerlen……

  7. Dag Peter,

    Een mooie en herkenbare beschrijving van de Bergdriesch in de zestiger jaren. Mogelijk heb ik er als 10-jarige jongen rondgelopen tijdens jouw geboorte. Mijn oma woonde op de hoek, Bergdriesch 1 (nu het bovenste deel) en mijn tante Annie was de door jou genoemde Annie Thijssen van de Vivo op de hoek van de Kanaalstraat (ik moet zeggen is in plaats van was, want tante Annie leeft nog). Ik heb dan ook vele rondjes gelopen van de Bergdriesch, rechtsaf de Kanaalstraat in en na een stop bij tante Annie via de Bautscherweg weer terug naar oma. Laatst ben ik er met mijn moeder – als jonge vrouw deels opgegroeid in de winkel aan de Kanaalstraat, die toen nog van haar ouders was – nog eens naar toe gereden, om herinneringen aan vroeger op te halen en dat valt inderdaad zwaar tegen. Een schaamteloze verwoesting van die eens zo mooie wijk. Vreemd genoeg staat de oude winkel aan de Kanaalstraat er nog wel en hier en daar nog meer huizen uit die tijd. Maar deze worden schijnbaar willekeurig afgewisseld door goedkoop ogende nieuwbouw. Degene die hier verantwoordelijk voor is geweest zou ik daar gaarne eens op aanspreken.

  8. Is de foto van de eerste bouw de hoek Bergdriesch Corisberweg 100? Wij hadden namelijk op 100 zo een muur om de tuin. Leuk in die tijd stonden daar onze konijnenhokken tegen, moesten dan aan de overkant in de weilanden van Schuurman konijnenvoer plukken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.