Bron: Ton van Mastrigt | Verbouwing ambachtsschool 1999

Oog voor detail: “Het mooiste plein van Heerlen”

De Fransen zeggen: A chaque oiseau son nid est beau. (Elke vogel vindt zijn eigen nest het mooiste.) Zo beschouwd, is èn het De Hesselleplein èn het Tempsplein het “mooiste plein van Heerlen. In dit hoofdstuk worden een aantal verhalen over dit plein nog eens samengevat en wordt vooral naar de architectonische details gekeken. “Het De Hesselleplein heette oorspronkelijk het Lindeplein en is een van de oudste, het meest groene en het minst veranderde plein van Heerlen, waar plaats is voor de spelende jeugd en waar je rustig kunt zitten. Kortom een van de mooiste woonplekken van Heerlen” (1) .

Bron: Ton van Mastrigt | Overzicht plein
Bron: Ton van Mastrigt | Overzicht plein

Het De Heselleplein
Terug in de geschiedenis van Heerlen zag het landschap er als volgt uit. “Westelijk van het dorp lag het Lindeveld; eigenlijk meer een heuvelkruin. Aan de voet stroomde en stroomt nog ee

n beek voorbij. Langs de helling van de kruin naar de beek was het vast en zeker mooi wonen. Waar de dubbele villa uit de latere Gründerzeit heeft gestaan, hebben de bewoners van Coriovallum, als ze zelf ook geen villa’s hebben gebouwd, vast en zeker in de zon gelegen”(2).

Schetsen J.Stuyt 1912
Schetsen J.Stuyt 1912

In 1913 keurde de Gemeenteraad van Heerlen een nieuw stratenplan goed. De ontwerper was Jan Stuyt (3) . De eerste schetsen uit 1912 ( zie afbeelding) onthullen zijn visie op de ontwikkeling van Heerlen. Uitgangspunt is een ceintuurbaan die, in de vorm van een halve cirkel om de oude kern heen loopt. Deze ceintuurbaan verbindt de Saroleastraat met de Akerstraat, kruist de Geerstraat en volgt gedeeltelijk het tracé van de huidige Keulseweg-Antwerpseweg langs de beek en buigt vervolgens naar de Ruys de Beerenbroucklaan die oorspronkelijk Ceintuurbaan heet. Verder voorziet deze visie de ontwikkeling van het Eikenderveld, Schandelen het Lindeveld en een Villawijk (Molenbergpark) bij het klooster van de Franciscanen aan de Akerstraat.

De stedenbouwkundige opzet laat een schakeling zien van grote en kleine pleinen. Het Lindeplein heeft in de eerste schetsen vier toeleidende straten, naar de Valkenburgerweg, de Kruisstraat, de Ceintuurbaan-West (huidige autoweg) en de Ceintuurbaan-Zuid (de huidige Oude Lindestraat). Op papier is het Lindeplein aanvankelijk veel kleiner en vergelijkbaar met de afmetingen van het Tempsplein en met een ander plein in de Stationsomgeving dat niet gerealiseerd werd en waar het, eveneens door Jan Stuyt ontworpen kantoor voor “Tijdig” en ons “Limburg”, had moeten komen.

Kaart uit 1822
Kaart uit 1822


Achtergronden
Deze stadsuitbreiding met Engelse squares in het centrum van Heerlen moet gezien worden tegen de achtergrond van een snelgroeiende industriestad waar de noodzaak wordt gevoeld om de ruimtelijke ordening aan te pakken. In 1899 start de Oranje Nassau-mijn met het winnen van steenkool. De mijnen maken van het heuvelland een lappendeken met schachten, koeltorens en mijnwerkerskoloniën, als losse enclaves in het groen. Chaos dreigt. Het vaststellen van algemene uitbreidingsplannen laat op zich wachten. Er is een beleid van verdeel en heers. De Kerk ziet goede volkshuisvesting als een belangrijk instrument om de mijnwerkers tevreden te houden en het opkomende socialisme te bestrijden. Jan Stuyt werd door Poels (Hoofdaalmoezenier van de mijnwerkers) en de zijnen naar de Mijnstreek gehaald om de ruimtelijke orde te herstellen. Hij realiseerde in Heerlen 20 grote projecten, 30 bijzondere woonhuizen en 1500 volkswoningen. Hij zag de architectuur vooral als een uitdrukking van denkbeelden. Stuyt had een visie op de machtsverhoudingen in de samenleving en daarvan afgeleid opvattingen over de compositie van bouwwerken.

Kort samengevat: ”voorname bouwdelen moeten overheersen en ondergeschikte bouwdelen moeten niet buiten hun rol treden”. Dit architectonische ordeningsprincipe zou ook het beeld worden van de hiërarchische machtsverhoudingen in de mijnstreek.” De voornamen behouden hun eerste rechten, de gewonen moeten hun opgelegde taak uitvoeren”(4) . In de architectuur zien we dit principe toegepast. Aan de hoofdmassa zijn prachtige onderscheidingstekens toegevoegd. Onderworpen hieraan zijn de zijvleugels zonder versierselen en nederiger in hun verschijningsvorm. Deze overkoepelende compositie met een dominante hoofdpartij en inschikkelijke zijgedeelten vinden we in veel werk van Stuyt terug. Hij zegt dat de architectuur zich altijd onbewust is geweest van stijl, maar wel een uiting is van geestelijke intentie (5).

Ambachtsschool
De Ambachtschool is uit 1913 en is uitgebreid in 1917,1920, 1929-1930 Ook al is het gebouw in verschillende fasen gebouwd, toch heeft Stuyt van meet af aan het huidige resultaat voor ogen gehad met gelijke L-vormige delen, links en rechts van een markante hoofdas (6). Het hekwerk met daarin de medaillons van de verschillende ambachten dateert uit 1927 en werd ontworpen door Victor Hubert Laudy die tekenleraar aan de Ambachtsschool was. In de symbolen is gereedschap verwerkt van o.a. schilders, loodgieters, steenhouwers, timmerlieden, smidbankwerkers. Maar er is ook een meetkundig figuur.

Bron: Ton van Mastrigt | Hekwerk  Ambachtsschool
Bron: Ton van Mastrigt | Hekwerk Ambachtsschool

Bij de laatste uitbreiding van 1929-1930 werd de gevel doorgetrokken tot het puntdak. Toen pas werd de gevelversiering met de aanduiding A(nno) D(omini) 1913 aangebracht.
Stuyt zocht als ontwerper eerst naar de onderdelen van een gebouw om deze vervolgens weer samen te stellen tot een groter (paleisachtig) geheel met een zelfstandige waardigheid. De onderdelen zijn klassiek aandoende blokken met een tentdak, fries, speklagen en hoeklisenen. De hoofdas en façade speelt de voornaamste rol maar de linker en rechter voorvleugel dragen bij aan de vorming van de straatwanden in de omgeving van het schoolgebouw ( Ververstraat, Smedestraat en Hamerstraat).

De ambachtsschool maakt deel uit van het van het stedelijk weefsel. Ondanks de afwijkende maat en schaal heeft de school er, als het ware, altijd bij willen horen. Zijn gezicht is niet afgewend van de stad. Vergelijk de Ambachtsschool met het ABP. Het nieuwe kantoor van het ABP was een aantasting van de heuvelkruin waarop ‘Eugène Quanjel (1897-1998) de Dingertuin had ontworpen (7) . Dit gebouw keerde zich af van de stad en opende haar voorplein in de richting van het Mergelland.

Bron: Ton van Mastrigt | Verbouwing ambachtsschool 1999
Bron: Ton van Mastrigt | Verbouwing ambachtsschool 1999

Na een brand op 31 oktober 1996 kreeg het ABP de gelegenheid haar relatie met de Heerlense binnenstad te corrigeren. Er volgde in 1999 een renovatie door het architectenbureau

MBM architecten uit Barcelona (Josep Martorell, Oriol Bohigas (8), David Mackay) waarbij veel van de oude schoonheid werd hersteld en o.a. de zwarte gevel van glas op de derde verdieping werd toegevoegd. Aan de achterzijde zijn betonnen draagconstructies aangebracht met trappenhuizen om de bovenverdiepingen te bereiken. De voormalige ambachtsschool is nu kantoorgebouw voor het APG (pensioenuitvoeringsbedrijf voor o.a. het onderwijs, de overheid en de bouw ).

In deel 2 bekijken we de details van de panden aan het De Heselleplein.

 

Ton van Mastrigt

Ton van Mastrigt

Ing. A.E.F. van Mastrigt, (Valkenburg-Houthem,1944) studeerde architectuur aan de Limburgse Academie van Bouwkunst te Maastricht. Hij is stedenbouwkundige en was werkzaam als hoofd ruimtelijke ordening en stadsbouwmeester te Heerlen. Momenteel is hij verbonden aan SCHUNCK* een multidisciplinaire culturele instelling, gespecialiseerd in Moderniteit en Urban-Culture in de internationale hedendaagse kunst en cultuur. Ton van Mastrigt is lid van welstandscommissie in het district Midden-Limburg en woont in Heerlen.

3 thoughts to “Oog voor detail: “Het mooiste plein van Heerlen””

  1. Het de Hessele Plein was de plek waar we een balletje gingen trappen, daar heb ik veel van mijn vrije tijd doorgebracht. Wij woonde in de ambachtstraat. Er werd niet veel tv gekeken, als het even kon lekker buiten spelen. Via de Coriovallum straat naar het sportfondsen bad aan de Valkenburgerweg, we moesten dan wel door de tuin van een van de grote villa’s om een afkorting te nemen. Er lag een grote villa die was van de staatsmijnen. Op het Hesselle plein kon je veilig spelen, als je dan naar huis ging,hing er een touwtje door de brievenbus naar buiten. Als je daar aan trok kon je naar binnen. Dat deden de meeste moeders voor de kinderen als de moeders niet thuis waren, kon je even een glas water gaan drinken, en dan weer hup naar buiten. Op het Hessele plein staat die bank met die grote muur er achter, daar kroop je boven op, kon je het plein overzien. Voor mij is het Hesselle plein verbonden aan mijn kindertijd. Het zal altijd in herinnering blijven.

  2. Dan is het misschien leuk om ook eens te informeren naar de boeken die dhr. Teunissen heeft samengesteld over het Hesselleplein. Een met de geschiedenis van het Hesselleplein en de huizen aan het plein en in de omringende straten, met volop foto’s en gegevens over de bewoners, plus een boek met bijdragen van mensen die op het plein hebben gewoond of vlak in de buurt, over hun herinneringen. Echt twee prachtige documenten!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.