Van Kalverweide tot Zakbiljarter

“De verhalen liggen op straat”. Dat geldt eigenlijk voor elke straat. Maar de ene straat heeft toch net wat meer te bieden dan de andere. Dat geldt zeker voor “De Kouvender”, in het hart van “Hartje Hoensbroek”.

Met de omgeving van het oude kerkje en de Muisberg behoorde de buurtschap Kouvender tot de delen van Hoensbroek die het eerst bewoond werden. In de eerste eeuwen van onze jaartelling lag hier al een Romeinse villa. De naam Kouvenderstraat is afgeleid van de benaming “Kouverweide”, het Breuker dialect voor “Kalverweide”. Hier konden de jonge kalveren grazen, enigszins beschut tegen de koude noordoosten wind. De naam Kouvenderstraat is dus heel toepasselijk voor deze winkelstraat en betekent letterlijk Kalverstraat naar de gelijknamige winkelstraat in onze hoofdstad.

De geschiedenis van de afgelopen eeuw van dit stukje van de huidige gemeente Heerlen vertoont vooral een komen en gaan van vele tientallen winkels en horecazaken. Sommigen houden het lang vol, zoals de familie Lendi. Andere zaken, zoals de legendarische Mambo Bar, wisselen voortdurend van eigenaar en hebben geen lang leven. De laatste was een van de eerste jongerencafés in de wijde omgeving, trefpunt voor de “nozems” en dus met argwaan bekeken door de ouderen.

bld.-104-Guus-Mertens
*Klik hier om de afbeelding te vergroten*

Meester Mertens
In de tijd toen leraren nog bijnamen hadden, woonde in een van de herenhuizen van de wijk het hoofd van de Don Bosco Mulo, de heer Mertens. Alle scholieren noemden hem destijds oneerbiedig de dikke Mertens. De man was niet eens echt dik. De bijnaam was waarschijnlijk een verbastering van directeur – dikke deur.

Boek: De Kouvender
Boek: De Kouvender

Meester Quaedackers was Kwakkie en Hendriks was De King, waarschijnlijk vanwege het gezag dat hij uitstraalde en zijn statige zit, rechtop op zijn fiets. Meester Baggen was De Lange en Van der Beuken, dat was De Niek. Hij werd ook wel “de Zakbiljarter” genoemd. Voor de jeugdigen die niet meer weten wat dat is, “zakbiljarten”: Mannen droegen vroeger wijde broeken, met diepe zakken. De Niek liep altijd met beide handen in beide zakken en zat ook zo (en wijdbeens), achter zijn op een verhoging staande lessenaar. De rest hoeft waarschijnlijk niet uitgelegd te worden.

Een schat aan gegevens is te vinden in de nieuwste uitgave van de Heemkundevereniging Hoensbroek: “De Kouvender, van ’t Kruis tot de Emma”. 

Martin

Martin

Martin is al jaren geschiedenisdocent aan het BernardinusCollege. Tevens is Martin actief binnen diverse historische organisaties en initiatieven als o.a. LGOG en ‘Het Land van Herle’. Daarnaast is hij ook actief als bestuurder in het bibliotheekwezen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *