Heerlense Heroïne I: Operation Golden Flow

Begin jaren zeventig veroverde een nieuwe harddrug de grote Nederlandse steden. De heroïneverslaving deed zijn intrede. In de Oostelijke Mijnstreek groeide het probleem echter sneller dan elders.

In Nederlandse steden van vergelijkbare omvang was het probleem veel minder groot of niet aanwezig, en zelfs de grote steden bleven achter. Heerlen, ooit Limburgs trots, was verworden tot een vroege Nederlandse harddrugsstad. Onbekendheid en onervarenheid met de drug zorgden ervoor dat ze jarenlang op allerlei plekken in de stad verkrijgbaar was en gerookt mocht worden in diverse kroegen. “Kijk, begin jaren ’70 kwam er in Amsterdam net wat besef dat er ook andere drugs waren dan hasj en wiet. In feite was het in Heerlen eerder dan op de Zeedijk in Amsterdam. Maar men herkende het niet. De eerste vijf of tien jaar wist de politie helemaal niet waar ze het zoeken moest. Ik weet nog dat er eind jaren ’60, als je naar het station liep, zo’n grasveldje lag. Er stonden banken, naast het spoor. En daar naast lagen die Amerikaanse negers met van die afros knetter stoned op dat weitje”, aldus Hans Dupont, nu preventiemedewerker drugs bij een instelling voor geestelijke gezondheidszorg.

De omvang van de problematiek paste niet bij een stad met 100.000 inwoners. In zijn roman 100% Hamrahi doet Dupont verslag van zijn jeugd in Heerlen en van zijn verhuizing naar Utrecht: “Ik kwam terecht in een alles-is-anders-show; al na een paar dagen had ik sterk het idee van de grote stad naar het dorp verhuisd te zijn. Natuurlijk, de Dom stond er en de ‘graggies zoaten vol water’, maar het studentenleven was van een gristelijke blijheid en van een joint had nog niemand gehoord”.

In Heerlen was dat wel anders. Door een bizarre samenloop van omstandigheden raakte de stad bevangen door misschien wel de meest omvangrijke heroïne-epidemie in de Nederlandse geschiedenis. De opkomende heroïne-handel in Nederland en daarbuiten, het nieuwe hoofdkwartier van de NATO-strijdkrachten in Brunssum en de toestand van de voormalige mijnstreek vormden een fatale combinatie. Net als in Vietnam werd de situatie in de mijnstreek als uitzichtloos ervaren: “De sociale structuur was zwak. De mijnen waren gesloten, er was veel werkeloosheid. Voor jongeren was de situatie uitzichtloos”, zo stelt Dupont in een interview. Er was behoefte te ontsnappen aan de trieste werkelijkheid. In de woorden van criminologen Janssen en Swierstra: “De huidige generatie heroïneverslaafden heeft geen mystieke, religieuze voorstelling meer; zij willen alleen de maatschappij, waar ze niet tegenop kunnen, de rug toekeren en in een verdoofde schijnwereld alles vergeten en van zich afzetten.” Ook het Sociogram Heerlen concludeerde in 1986 dat “juist onder lager opgeleiden in Heerlen een grotere mate van maatschappelijk pessimisme en moedeloosheid heerste dan in andere gebieden.” Behoorde studeren niet tot de mogelijkheden, dan was er altijd nog het hedonisme om te ontsnappen. En precies dat brachten de Amerikaanse Vietnam-veteranen naar de mijnstreek. “Die Amerikanen die kwamen, daar keken mensen toch tegenop. En die brachten eigenlijk de heroïne mee, met alle aanverwante problemen. Dus toen ik met vrienden begon uit te gaan, was het uitgaansleven in Heerlen doordrenkt met drugs”, aldus Dupont.

Operation Golden Flow
In april 1971 presenteerden twee Amerikaanse congresleden, Morgan F. Murphy en Robert H. Steele, de resultaten van hun studiebezoek aan Vietnam waar ze onderzoek hadden gedaan naar heroïne gebruik onder Amerikaanse soldaten. In het rapport beweerden de congresleden dat tienduizenden soldaten verslaafd waren geraakt aan de harddrug. De voorpagina van de NY Times sprak op 16 mei 1971 zelfs van een heroïne epidemie: “G.I. Heroin Addiction Epidemic in Vietnam”. Dat jaar verscheen het ene na het andere rapport over het gebruik van de harddrug in Vietnam, met schattingen die uiteen liepen van 10 tot 25%, in absolute aantallen 24.000 tot 60.000 soldaten. De oorlog in Vietnam verliep desastreus voor het Amerikaanse leger. Het arme Noord-Vietnamese leger bood meer tegenstand dan voorzien. In het thuisland genoot de oorlog weinig steun, zeker nadat het Tet offensief in 1968 de publieke opinie definitief kantelde. De media versterkten het beeld van de zinloosheid van deze oorlog, die de staatskas leegtrok en jonge Amerikaanse mannen de frontlinies instuurde. Het aantal dienstweigeraars groeide, het protest dat vooral vanuit de universiteiten vorm kreeg, nam toe. Dit alles ondermijnde de moraal van de troepen in Vietnam. Druggebruik stelde de GI’s in staat de rauwe werkelijkheid te ontvluchten.

G.I. Heroin Addiction, bron: New York Times, voorpagina 16 mei 1971

Eind jaren zestig had het drugsprobleem onder de Amerikaanse GI’s op grote schaal aangevangen met het gebruik van marihuana. Toen de legerleiding hier lucht van kreeg werden stevige maatregelen genomen. Dat had een rampzalig effect. GI’s stapten massaal over op heroïne, dat ruim voorhanden was vanwege de nabijheid van landen als Afghanistan. De harddrug was moeilijker te ontdekken dan marihuana, ze was geurloos en liet minder zichtbare sporen bij de gebruiker achter. Bovendien was de heroïne goedkoop en nagenoeg puur. Naar schatting maakte 94 tot 96% van de drugsgebruikers de overstap van marihuana naar heroïne, alhoewel het bijna uitsluitend het roken van heroïne betrof.

Dat had de vijand ook door. Heroïne werd al snel gezien als een effectief middel om de tegenstander te verzwakken, iets dat de Russen jaren later ook begrepen. Bij de poorten van de Amerikaanse legerbases stonden de koeriers klaar om het spul aan de man te brengen. Het gebruik ervan vormde steeds meer een structureel probleem. Toen de oorlog ten einde liep en de Amerikaanse troepen zich terugtrokken “zochten de triades naar nieuwe afzetgebieden”.

Op 17 juni 1971 verklaart Nixon in een historische speech druggebruik tot ‘public enemy number one’ en geeft het startschot voor de War on Drugs, een oorlog die nog steeds gaande is. President Nixon stond vlak voor de Vietnamization – hij wilde alle troepen in één ruk uit Vietnam terughalen – en was doodsbang de heroïne epidemie de VS binnen te halen. Tegen het einde van de oorlog werden per dag ongeveer duizend soldaten uit Vietnam gerepatrieerd, Amerikaanse steden zouden besmet raken met de epidemie. Omdat de beschikbare heroïne in Amerikaanse steden veel duurder en van slechtere kwaliteit was dan in Vietnam vreesde Nixon dat de criminaliteit door het heroïnegebruik een vlucht zou nemen.

De Special Action Office for Drug Abuse Prevention (SAODAP) werd opgericht en kreeg de opdracht met spoed een urinetestprogramma op te zetten voor alle terugkerende Vietnam-veteranen, genaamd Operation Golden Flow. De urinetest was verplicht, alleen met een positieve uitslag werden GI’s toegelaten tot de Verenigde Staten. Een officieel onderzoek van de Washington University in St. Louis toonde na de invoering van Operation Golden Flow aan dat 45% van de teruggekeerde GI’s in Vietnam opium of heroïne had gebruikt en 20% verslaafd was geweest tijdens het verblijf in Vietnam. Er was echter ook kritiek, bijvoorbeeld over de vele manieren om de urine test te omzeilen. Zo werden duizenden GI’s vlak voor de invoering van de test ontslagen. Anderen ontgiftten zichzelf en voorkwamen zo dat ze positief werden getest. En tenslotte was er nóg een manier om de urine-test te omzeilen: door te kiezen voor stationering aan een Europese legerbasis.

——

Dit is het eerste deel dat Maurice Hermans op Heerlen Vertelt publiceert uit zijn boek ‘De Antistad‘. De verhalen zijn afkomstig uit het hoofdstuk ‘Het Donkere Zuiden’, dat verhaalt over de donkerste episode uit de jonge geschiedenis van Heerlen. Alle onderzoeksbronnen zijn beschikbaar in betreffende publicatie. Komende weken nog twee delen!

Ingezonden verhaal

Ingezonden verhaal

Als lezer van HeerlenVertelt.nl zal het vaak voorkomen dat u gebeurtenissen, locaties of gebouwen herkent. Wanneer u graag zelf een verhaal hierover wilt schrijven en insturen kan dit natuurlijk!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *