Heerlense Heroïne III: Stille Helden

Op 6 januari 1997 opende in een stuk niemandsland aan de Heideveldweg, gelegen tussen de Heerlense wijken Palemig en Heksenberg een tippelzone. Midden in een natuurterrein had de gemeente een stuk weg geasfalteerd en ingericht met afwerkplekken en prullenbakken. Kosten: zo’n 6 ton. Een aantal coalitiepartijen, waaronder het CDA, zagen in de tippelzone de oplossing voor jarenlange prostitutie-overlast. De discussie over de locatie had lang geduurd en verdeelde de lokale politiek.

Met de keuze voor de Heideveldweg sloeg de coalitie het advies van bewoners om de tippelzone op een buiten de stad gelegen industrieterrein te vestigen in de wind. Gesteund door de SP en de Stadspartij hield een groep van zo’n 300 bewoners, afkomstig uit de nabij gelegen wijken Palemig en Heksenberg, de zone daarom vanaf de opening bezet. Ze waren het zat en accepteerden niet dat de overlast uit het centrum over zou waaien naar hun wijken. Later sloot woningcorporatie de Voorzorg zich bij de bewoners aan. Zij dreigde de gemeente met schadeclaims uit angst voor leegstand.

Een tumultueus verlopen raadsvergadering vier weken later toonde de verdeeldheid in de stad. Toen een raadslid van Groen Links uitriep “Als er binnenkort een aan de heroïne verslaafde mishandeld, verkracht en vermoord in een beekje wordt gevonden, dan is de oppositie daarvoor verantwoordelijk”, sloeg de vlam in de pan. Enkele weken eerder verloor een raadslid van de Stadspartij zijn aan heroïne verslaafde dochter. Ze werd gevonden in een greppel van de plaatselijke beek.

Tippelzone | Bron: W.J.M. Beijers, Rijckheyt

Het protest rond de tippelzone was misschien het meest spraakmakend en in omvang het grootst, maar het stond niet op zich zelf. Vanaf de jaren tachtig groeide de tegenbeweging, vooral vanuit de wijken die het meest met de overlast te kampen hadden. Het verzet was in eerste instantie kleinschalig en bescheiden. Maar na de eerste successen nam het zelfvertrouwen toe. Bewoners accepteerden niet langer dat hun stad keer op keer slachtoffer werd van door bestuurders en projectontwikkelaars genomen besluiten. Het verzet groeide. Voor het makke Zuid-Limburg, waar bewoners decennialang waren geconditioneerd te gehoorzamen aan het gezag, was dat al een overwinning op zich.

Bovendien was de maat nu vol. De sloopwoede die door de streek was geraasd, de overlast in woonwijken van junks en prostituee’s, de laconieke houding van bestuurders, de disruptieve projectontwikkelingen die Heerlen tot de lelijkste stad van Nederland maakten, de ‘achtergebleven’ bewoners kozen voor verzet. En hoe. Het protest tegen de opening van pretpark Six Flags in groengebied Terworm, de strijd tegen de sloop van cultuurcafé de Nor en de redding van het Glaspaleis staan in het geheugen van de stad gegrift. Maar wat vooral in het oog sprong was het gevecht voor het behoud van wijken en buurten, waarvan er veel geteisterd werden door kleine criminaliteit als gevolg van prostitutie en drugoverlast. Dankzij bewonerscomité’s werden veel voormalige mijnkolonies behouden en opgeknapt. De wijze van protest paste bij de volksaard van de Limburgers: schoorvoetend, ludiek en conflictmijdend. Maar ook dit veranderde. Het verzet tegen de tippelzone aan de Heideveldweg was van begin af aan compromisloos. Meer dan 150 dagen lang hielden bewoners de tippelzone avond aan avond bezet. Totdat tijdens de raadsvergadering van 27 mei 1997 het CDA besloot haar steun voor de gedoogzone in te trekken omdat “we met een tippelzone die niet functioneert niet akkoord kunnen gaan”. Zonder ooit door één prostituee te zijn gebruikt werd de tippelzone gesloten. De bewoners waren blij en opgelucht. Het protest was een succes en dwong de politiek te luisteren.

Twee jaar later – in 1999 – werd op industrieterrein de Beitel een nieuwe tippelzone in gebruik genomen. In een onderzoek van adviesbureau Intraval onder ruim 500 bewoners in wijken rondom het centrum, gaf 65% aan dat de overlast ten gevolge van prostitutie significant was afgenomen. De handel en wandel van prostituees en dealers verplaatste zich naar de rand van de stad, de leefbaarheid in de binnenstad en de wijken daaromheen nam zienderogen toe. Het verzet van de bewoners had vruchten afgeworpen, er was eindelijk een oplossing gevonden voor de jarenlange overlast van prostitutie en de daarbijbehorende drugshandel. Op 1 januari 2013 werd ook deze tippelzone definitief gesloten. Er waren nog maar 8 heroïne prostituees over.

——

Dit is het derde en laatste deel dat Maurice Hermans op Heerlen Vertelt publiceert uit zijn boek ‘De Antistad’. © 2016 auteurs, nai010 uitgevers, Rotterdam.

De verhalen zijn afkomstig uit het hoofdstuk ‘Het Donkere Zuiden’, dat verhaalt over de donkerste episode uit de jonge geschiedenis van Heerlen. Alle onderzoeksbronnen zijn beschikbaar in betreffende publicatie.

Ingezonden verhaal

Ingezonden verhaal

Als lezer van HeerlenVertelt.nl zal het vaak voorkomen dat u gebeurtenissen, locaties of gebouwen herkent. Wanneer u graag zelf een verhaal hierover wilt schrijven en insturen kan dit natuurlijk!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *