Bron: http://blogimages.bloggen.be/tweedewereldoorlog | Door de Duitsers gevangengenomen Russen.

Over strafkampen voor ‘foute Nederlanders’

‘Door de situatie van onvrijheid, de beperkte keuze van werkzaamheden, het ontbreken van een behoorlijke beloning mist de gedetineerde het besef, dat zijn arbeid zinvol is en vruchtdragend voor de gemeenschap. Hoe anders was dit bij de mijnarbeid […]’, schrijft C.A. Arnoldus, gewezen hoofddirecteur van Rijkswerkinrichting ‘De Mijnstreek’.1 O ver Nederlandse interneringskampen voor ‘politieke delinquenten’ is betrekkelijk weinig bekend. Zo ook over de mijnkampen in Zuid-Limburg, bijvoorbeeld kamp Julia te Eygelshoven, ook wel kamp Nievelsteen genoemd.

Op 10 mei 1940 vielen Duitse troepen Nederland binnen. Slecht uitgeruste Nederlandse militairen boden dapper weerstand. Op 15 mei capituleerde het Nederlandse leger. De Duitse bezetting was een feit. Voor vele Nederlanders brak een tijd van angst en lijden aan. Vanuit Londen hield koningin Wilhelmina regelmatig toespraken.

Via Radio Oranje probeerde ze haar volk te bemoedigen. Tijdens het herdenken van het eerste bezettingsjaar sprak ze haar dank uit voor ieders aandeel in de strijd tegen landverraders. Voor deze verraders zou in bevrijd Nederland geen plaats meer zijn, liet ze duidelijk weten. Tot deze groep van ‘foute Nederlanders’ behoorden vooral aanhangers van de Nationaal Socialistische Beweging [NSB], maar ook mensen die lid waren geweest van de Germaanse SS, Sicherheitsdienst [SD] of een andere naziorganisatie.

Bron: Rijckhet.nl | Bij de bevrijding van Heerlen op 17 september door de Amerikanen werden ‘foute Nederlanders’ meteen in de kraag gegrepen en in de schuilkelder van het raadhuis tijdelijk in bewaring gesteld.
Bron: Rijckhet.nl | Bij de bevrijding van Heerlen op 17 september door de Amerikanen werden ‘foute Nederlanders’ meteen in de kraag gegrepen en in de schuilkelder van het raadhuis tijdelijk in bewaring gesteld.

Bevrijding en ‘zuivering’
Meteen na de bevrijding – in onze regio vanaf september 1944 – ontstond waar de Duitsers waren verslagen een klopjacht op iedereen die met de vijand had geheuld of daarvan werd verdacht. ‘Foute Nederlanders’ werden door gewezen verzetsmensen en politie in hechtenis genomen en aan justitie overgedragen. Op 5 mei 1945 was het eindelijk zover dat heel Nederland was bevrijd. In Wageningen tekende de Duitse generaal Blaskowitz het capitulatieverdrag. Overal in het land heerste grote feestvreugde. Maar dat niet alleen. Wraakgevoelens namen hand over hand toe. Grote volkswoede ontstond. Met de oorlog moest genadeloos afgerekend worden. NSB’ers en andere landverraders moesten zo snel mogelijk berecht worden.

Op 6 mei ging de Bijzondere Rechtspleging van start. Deze rechtspleging had tot doel mensen te berechten die zich gedurende de oorlog schuldig hadden gemaakt aan overtreding van de wetgeving inzake hulpverlening aan de vijand. Wetsbesluiten en strafbepalingen waren reeds gedurende de oorlog voorbereid door leden van de Nederlandse regering in Londen. Zowel mensen die ‘zware misdrijven’, alsook mensen die ‘lichte vergrijpen’ hadden begaan, moesten berecht worden. Bijzondere gerechtshoven en volkstribunalen werden ingesteld. Voor ernstige misdrijven werd de doodstraf ingevoerd.

In eerste instantie was het Militair Gezag [MG] belast met de uitvoering van de bijzondere rechtspleging. Vanaf 1946 werd deze uitvoering overgenomen door het speciaal daartoe opgerichte Directoraat-Generaal voor de Bijzondere Rechtspleging [DGBR], een orgaan van het ministerie van Justitie.

De Binnenlandse Strijdkrachten [BS] arresteerden tal van – al dan niet vermeende – landverraders. Daarbij vonden allerlei misstanden plaats. Denk bijvoorbeeld aan het lot van ‘moffenmeiden’; vaak geen nazi’s of prostituees, maar vrouwen die toevallig een Duitse soldaat leuk vonden. Onderzoeken werden dikwijls niet verricht, processenverbaal niet opgemaakt en dossiers niet gevormd. Chaos en willekeur heersten.In korte tijd werden tussen de 120.000 en 150.000 verdachte personen geïnterneerd in veelal provisorische kampen. Tot deze kampen behoorden onder meer kazernes, forten, fabrieken en scholen. Al ras waren er over heel Nederland verspreid meer dan honderd strafkampen. Ook in deze kampen werden gearresteerden blootgesteld an het wangedrag van sadistische bewakers. Gevangenen werden niet alleen geestelijk en lichamelijk mishandeld, maar ook uitgehongerd, seksueel misbruikt en zelfs vermoord: naar schatting kwamen circa 300 mensen door geweld om het leven en stierven meer dan duizend andere mensen door ondervoeding; een inktzwarte bladzijde uit onze vaderlandse geschiedenis.

Bron: http://blogimages.bloggen.be/tweedewereldoorlog | Door de Duitsers gevangengenomen Russen.
Bron: http://blogimages.bloggen.be/tweedewereldoorlog | Door de Duitsers gevangengenomen Russen.

‘De mishandelingen (hadden) een uniform patroon. Mensen werden naakt uitgekleed en geslagen of moesten rollen prikkeldraad om hun lichaam dragen, werden met blote voeten over prikkeldraad gejaagd, van trappen af geduwd, met ploertendoders of met stokken op lichaam en hoofd geslagen. Opsluiten in donkere, vochtige cellen, vaak naakt en zonder bed of meubels, kwam herhaaldelijk voor. Gevangenen werden met het gezicht tegen de muur gestompt. Veelvuldig werd de geweerkolf gebruikt om gedetineerden op te jagen’,
bericht Belinfante in zijn geschiedenis over de Bijzondere Rechtspleging.

Op een gegeven moment werd duidelijk dat de in allerijl tot stand gekomen interneringskampen geenszins berekend waren op grote aantallen gevangenen. Ook ontstond de stellige indruk dat veel commandanten en bewakers totaal ongeschikt waren voor hun functie. Op de ‘kamptoestanden’ werd steeds vaker en meer kritiek geuit. Uiteindelijk voelde de regering zich verplicht om krachtdadig in te grijpen. Onderzoeken werden verricht, bijvoorbeeld door de rijksrecherche. Reglementering volgde. Het aantal te berechten gevallen werd sterk verminderd. ‘Lichte gevallen’, zoals bijvoorbeeld de vrouw die niet meer had gedaan dan aardappels schillen voor de Wehrmacht, werden buiten vervolging gesteld c.q. onmiddellijk vrijgelaten, mits ze zich voortaan als ‘goede Nederlander’ zouden gedragen. Het aantal kampen nam drastisch af. De behandeling van gevangenen verbeterde.

Ook in Limburg waren interneringskampen gevestigd, bijvoorbeeld in Maastricht, Weert en Steyl. In de Grote Looier in Maastricht, het grootste Limburgse kamp, zaten in november 1944 zeker 1400 mensen opgesloten. Dit terwijl de maximumcapaciteit was berekend op 700 personen. Ook in Maastricht vonden misstanden plaats. In de Oostelijke Mijnstreek bevonden zich eveneens kampen, onder meer in de mijnsteden Heerlen, Brunssum en Kerkrade, aldus een lijst van bewarings- en interneringskampen op de website van het Nationaal Archief.

Wilt u het volledige artikel lezen?

Ingezonden verhaal

Ingezonden verhaal

Als lezer van HeerlenVertelt.nl zal het vaak voorkomen dat u gebeurtenissen, locaties of gebouwen herkent. Wanneer u graag zelf een verhaal hierover wilt schrijven en insturen kan dit natuurlijk!

65 thoughts to “Over strafkampen voor ‘foute Nederlanders’”

  1. Na 1954 heb ik een tijdje in Eygelshoven gewoond en ik kan me het mijnkamp Julia nog goed herinneren.
    Er zaten toen nog enkele gevangenen , maar ik had toen de indruk dat ze redelijk vrij waren. Ze deden hun werk in de mijn, werden hier ook voor betaald en konden het kamp in en uit. Ik weet niet met welke vrijheidsbeperkingen zij nog in hun kampleven
    te maken hadden.Voor zover ik weet heb ik in die tijd nooit iets van bewaking of kampleiding gezien. Omdat een groot gedeelte van de barakken toen al leegstond werden deze ook door plaatselijke verenigingen gebruikt en ik weet nog dat ik er regelmatig tafeltennis speelde met leden van de
    KAJ.

    1. Inderdaad hebben op kasteel Hoensbroek SS-ers gevangen gezeten waaronder ik zelf persoonlijk. Van daaruit heb ik gewerkt in de Staatsmijn ,,Hendrik ”in Brunssum,Hoofdzakelijk in afd: P op de 636 meter. waar in 1946 toen een brand gewoed heeft waar ook doden bij te betreuren waren. Na ontsnapt te zijn uit Russische gevangenschap en omzwervingen door een deel van Europa als krijgsgevangene ben ik uiteindelijk ongeveer oktober 1945 in Nederland teruggekeerd via Eindhoven,en toen vastgezet in een oude peperkoek fabriek in Geldrop met een kampcommandant die men ,,De TURK” noemde,met een soort Engels uniform aan ,op klompen, een smerige baard vol met etensresten en een uur voor de wind stinkend naar alcohol ,wat we goed konden ruiken als hij bij ons kwam staan om ons te verwensen en uit te vloeken. Zijn grootste genot was om zijn machinepistool tussen ons leeg te schieten (Meer van dat leuke ,bijv.met de gedetineerde vrouwen van NSB-ers en vermeende NSB-ers houd ik maar voor me) Juist voor kerst ,45 ben ik naar kamp Standdaarbuiten overgebracht,onderdeel van kamp Hoogerheide. Veel van de bewakers kende ik persoonlijk,kortom een stelletje ,,ongeregeld”. Na een maand
      of vijf hoorden wij van de mogelijkheid om in de mijnen te werken,waar wij ons dan ook voor opgegeven hebben en zodoende in Kasteel Hoensbroek beland zijn.Later in het jaar zijn wij ondergebracht in een speciaal mijnkamp ,,Verblijfskamp HENDRIK” dicht bij de mijn. De kamp commandant was P. Meijs ,door wie ik op 31 december 1945 in vrijheid gesteld ben.Enkel foto’s bezit ik nog uit die tijd.
      PS; wel een wat late reactie ,ook wel beknopt ,maar ik heb de perikelen met een computer op deze leeftijd nu een beetje onder de knie.

        1. ik heb een schilderij van h.j. van de berg uit heerlen die in de oorlog werd benoemd tot burgemeester van belfeld en na de oorlog in hoensbroek geinterneerd was. er was in hoensbroek ook nog een andere kunstenaar die blijkbaar les gaf. wie weet er iets van ? bvd !

    2. Een zaak die mij ook nog steeds bezighoudt als voormalig gedetineerde in kamp Hoensbroek is de vraag of er iets bekend is over de twee personen die daar op een bepaalde nacht bij hun aankomst in kasteel Hoensbroek om ook in de mijnen te gaan werken ,vanuit een wachttoren door zwaar bezopen bewakers werden dood geschoten. Zij kwamen daar midden in de nacht aan vanuit andere kampen. Wij kwamen uit onze bedden om te zien of er misschien bekenden bij waren ..Zij liepen over het goed verlichte terrein te praten in afwachting waar zij ondergebracht zouden worden . Persoonlijk keek ik ook of er misschien bekenden van mij bij waren. Plotseling klonken een aantal schoten en twee personen vielen neer. Direct kwam de gehele bewaking naar buiten gestormd en wij werden naar binnen gedreven. de volgende dag kregen wij te horen dat er twee personen bij een vluchtpoging doodgeschoten waren. Dit was uiteraard een pertinente leugen ,want het was geen vijf meter bij mij vandaan, en zij liepen met hun handen in hun zakken met elkaar te praten.Dit heeft mij al die jaren wel bezig gehouden want wij mochten niet weten wie de betreffende personen waren en ook niet waar ze vandaan kwamen en wij hebben ons dan ook altijd afgevraagd hoe deze zaak destijds afgehandeld is.

        1. Graag zou ik personen die mijn vader hebben meegemaakt in Kamp Treebeek willen vragen om contact met mij op te nemen.

          Mijn vader is overleden in 1987 en was gedurende enkele jaren’
          ( 1942-1945 ) lid van de ss in het 48e regiment Pantzer Grenadiers Niederlande. Na de oorlog is hij geinterneerd in Treebeek en heeft enkele jaren in de mijnen gewerkt.

          Wellicht is er nog iemand die hem heeft gekend en samen met hem in Narva heeft gevochten. Ik zou heel graag iets meer over hem te weten komen dan hetgeen ik jaren geleden bij het Nationaal Archief heb kunnen vinden. Vr groet, M.Wolffgramm. m.wolffgramm@upcmail.nl

  2. het overgrote deel van de zgn ‘foute’ limburgers waren arme drommels met grote gezinnen die het moeilijk hadden om gewoon eten op tafel te krijgen. als ze lid werden van de nsb dan kregen ze extra bonkaarten voor eten en kolen…die arme drommels hadden geen enkel politiek besef en als de maag rommelt en die van je kinderen dan is een keuze zo gemaakt. voor die mensen kwam het besef na het verlies van duitsland en ze werden nog jarenlang met de nek aangekeken, zelfs nog tot in de 2e generatie. meestal door de mensen die in de oorlog zelf niks durfden te doen tegen de bezetter, en na de oorlog ineens ‘moed’ kregen. ik ben zelf van lang na de oorlog (1968). hoe ik dit weet? mijn opa zat wel in het verzet en de bovenstaande woorden zijn letterlijke woorden uit zijn mond en die ik hier nu opteken. gek genoeg had mijn opa, die zelfs nog een tijdje in een kamp heeft gezeten, geen last van haatgevoelens na de oorlog, in tegenstelling tot de ‘helden’ die na de oorlog de meisjes hebben kaalgeschoren. daar sprak hij schande van.

  3. Mijn opa en oma zijn in kamp Steyl verliefd geworden op elkaar. Mijn opa was de grappenmaker van de barakken; mijn oma werd begluurd door de plaatselijke boer op de akkergrond waar ze te werk werd gesteld. Dankzij een opzettelijke werkpartnerruil begonnen ze samen aan een periode asperges steken in het veld, waar ze tot zonsondergang praatten, huilden, lachten, vergaten, vreesden en langzaam aan hun toekomst begonnen.

    Oma kwam uit een arm, emotioneel verscheurd gezin. Ze ging aan de slag als zuster voorbij de Duitse grens. Opa’s Duitsgezinde vader was geen lieve man, en ‘stuurde’ mijn opa en zijn broer als transporteurs naar het Duitse leger. Opa en zijn broer liepen in de val bij de Slag om Stalingrad, waar hij de aanval overleefde en 5.000 km terugliep -door de ijzige sneeuw-, naar Duitsland. Hij was 21.

    Oma is al lang dood. Opa werd 92.

  4. Ik ben een kind van ouders, die lid waren van de NSB. Ik weiger het woord “foute ouders”voor mijn ouders te gebruiken omdat ze goed voor mij waren. Alleen hebben zij vaak door onwetendheid verkeerde keuzes gemaakt. Ik ben mijn biografie aan het schrijven voor mijn kinderen. Ik heb samen met mijn moeder enige maanden in een kamp, een school, in Ter Apel of Stadskanaal gezeten. Later moeste de kinderen allemaal weg en werden in weeshuizen geplaatst. weet iemand of mijn herinnering juist is. Is het kap ter Apel of kamp Stadskanaal?

    1. zou dit ook kamp de Beetse in Sellingen geweest kunnen zijn? Dat is in de buurt van Ter Apel, Vlagtwedde en Stadskanaal. Mijn oma (inmiddels overleden) heeft hier ook een poosje moeten overleven na de oorlog toen haar man verplicht in de mijnen moest gaan werken. Zij heeft er nooit veel over willen vertellen maar er zijn verschrikkelijke dingen gebeurd.

      1. Jacqueline: U Stelt:,De man van mijn oma ( Dus uw opa) die verplicht in de mijnen zou hebben gewerkt.Ik zelf heb ook in de mijn gewerkt (Zie artikel hierboven) Maar bij mijn weten was er niemand ,,verplicht” in de mijnen te werk gesteld. Men wenste alleen personen die op eigen besluit daar kwamen werken ,dus gemotiveerd.Het is wel zo dat velen naar de mijnen zijn gegaan om de dikwijls onmenselijke verschrikkingen in hun kamp te ontlopen.Bovendien was de verzorging in het kamp waar ik verbleef zeer goed en we verdienden redelijk in de mijn.Ik heb dan ook altijd de indruk gehad,dat men tevreden was met de prestaties van de werknemers uit het kamp. De discipline in het kamp was behoorlijk streng maar rechtvaardig in de tijd dat ik daar verbleef. Om deze reden heb ik dan ook altijd veel respect gehad voor deze kampcommandant.

  5. Hallo!

    Dank voor dit stukje geschiedenis waar ik zelf uit voortgekomen ben.
    Niet letterlijk natuurlijk maar het feit dat ik in Eygelshoven geboren ben
    uit Amsterdamse ouders…
    Mijn vader heeft namelijk in strafkamp Julia mogen verblijven tot 1955
    Dit vanwege zijn langdurige aanwezigheid bij het 5e SS PzDiv. Wiking.
    Uiteraard was het na zijn straf niet meteen mogelijk om terug te gaan
    naar ASD maar moest hij nog even doorwerken.
    Dien ten gevolge mocht ik het licht aanschouwen in Eygelshoven.
    Is het misschien mogelijk om meer over dit onderwerp te weten te komen??
    Of hier te plaatsen>?
    Verschrikkelijke dingen heeft mijn vader niet beleeft waarschijnlijk omdat
    hij zich niet liet tarten en het door zijn uitstekende fysieke toestand niet
    verstandig voor anderen was dit toch te proberen.
    In kamp Vught heeft men dit wel geprobeerd maar zoals hij altijd lachend vertelde waren de “”helden””daar gauw van genezen.
    Daarna mocht hij met de blote hand mijnen ruimen in Zwolle maar ook dat
    heeft hij overleefd door ervaring aan het oostfront opgedaan.
    Eygelshoven vond mijn vader een prettig plaatsje ondanks het zware en ongezonde werk wat hij mocht verrichten en zodra hij meer bewegings vrijheid kreeg is mijn moeder met eerdere kinderen ernaar toe verhuist.
    Mijn jonge jeugd[9 jaar]heb ik hier ook heerlijk genoten en denk daar nog met plezier aan terug.

  6. Er was ook een kamp aan de Esschenderweg in Heerlen. Ik geloof dat het de Nationale Werkplaats heette.We konden, tesamen met de buurtbewoners, over de schutting kijken, achter de Hertogstraat.
    De bewakers lieten de (NSB) gevangenen in een circel rennen totdat ze er bij neervielen.

    1. Geachte heer Caubo,

      Er was inderdaad een strafkamp voor NSB’ers aan de Esschenderweg. Dit kamp was ingericht in de Centrale Werkplaats voor jeugdige werklozen. De Duitser Reckert, voormalig hoofdopzichter van ON III, lid van de NSDAP, tijdens WO II bedrijfsleider op de ‘Maurits’, was in dit kamp gedetineerd, wist echter te ontsnappen. Daarop werd zijn bewaker op staande voet ontslagen. Een grondig onderzoek werd ingesteld.

      1. Mijn grootvader blijkt op dit kamp gewerkt te hebben. Hij was politieman. Ik heb ook nog wat documentatie uit die tijd. Ik ben benieuwd of u nog wat meer weet te vertellen.

  7. Ik wil graag weten of op de ON 2 ook gevangen nsb,ers werkten. Mijn zussen willen niks vertellen, omdat mijn familie ook nsb,ers waren. Mijn vader werkte in de on2 en mijn moeder heeft een tijd in een kamp gezeten . Mijn oudste zus was geboren in 1945 en heeft jaren lang bij onze oma in den haag gewoond.Jaren lang zijn mijn zussen gepest op school en meer weet ik niet

  8. Beste,
    Mijn vader is na de oorlog een aantal jaren in de Rijks Werk Inrichting “De Passart” in Treebeek tewerkgesteld. Hij is in 1999 overleden. Graag zou ik meer te weten willen komen over de leefomstandigheden, of er foto’s zijn en of ik in contact zou kunnen komen met mensen die in de periode 1947 tot 1952 ook in “De Passart” in Treebeek waren tewerkgesteld. Het laatste puur uit interesse over het toen was. Ik ben in 1954 geboren.
    Bij voorbaat dank en hartelijke groet!

    1. Beste Paul , interessant ! Ik had nog nooit van dit kamp gehoord . Ik heb een website die de historie van Heerlen noord in beeld brengt en ben zelf opgegroeid in de Weggebekker . Noordelijk van de Passart lag toendertijd Tuindorp , enkele smalle weggetjes tussen Treebeek en de Passartweg . Het waren lage woningen , goedkoop gebouwd en na wat ik tot nu toe weet waren er vroeger ook ” foute” mensen gehuisvest die toendertijd op de staatsmijn Emma tewerkgesteld waren . Ik weet het alleen niet zeker . Ik ben van 1957 en ken de wijk wel , naderhand is alles afgebroken en heeft plaatsgemaakt voor het ” nieuwe” Tuindorp , nieuwbouw ( wat inmiddels ook deels gesloopt is ) . Mocht je nog info hebben , of nog mooier foto’s , dan zou ik het zeker op prijs stellen hierover meer informatie te krijgen ! http://baswaanders.com

      1. Beste Bas en Paul,

        Helaas kan ik nog niet heel veel nieuws over kamp Passart bijdragen, maar wel ligging, namelijk aan de Demstraat in Treebeek, nu Brunssum.
        Althans, dat is heeft mijn onderzoek tot nu toe opgeleverd. Belangrijkste aanwijzing is afkomstig van een topografische kaart uit 1954 waarop het kamp goed te herkennen is. Die kaart kun je vinden op Watwaswaar.nl
        Ik heb de link naar die kaart aan mijn reactie toegevoegd, maar weet niet zeker of hij wel goed wordt getoond. Ik hoor het dan wel.
        Overigens ben ik net als jullie zeer geinteresseerd in meer informatie over dit kamp. Met name feitelijke informatie zoals: oprichtings- en sluitingsdatum van het kamp; soort en hoeveelheid gevangenen; aantal barakken, etc.
        Het onderzoek naar onder meer dit kamp heb ik nog niet afgerond. Ik heb nog diverse bronnen die ik moet controleren. Er is vast nog wel het een en ander boven water te krijgen. Hebben jullie misschien al meer informatie gevonden of ontvangen?

      2. Hoi Bas ben ook aan het zoeken naar foto`s maar dan van tuindorp bij de Kakert Schaesberg.het schijnt ook een dorp te zijn geweest voor foute burgers,Het schijnt nog altijd een taboe te zijn.

        Groetjes Marianne Schoen Smeets

    2. Hallo Paul, ik kan je helpen aan een foto van het kamp Passart.
      Laat me even weten of je geïnteresseerd bent en vermeld je tel.nr of e-mailadres.
      Groetjes, Ton

  9. Hallo,

    wat leuk hier een herkenbare reaktie te lezen, die van Andre van der Voort. Wij, Andre en ik hebben veel gemaanschappelijks. Bijde geboren uit niet Limburgse ouders. Onze vaders waren kameraden uit de zelfde Divisie. Vrijwel zeker kenden zij elkaar, of zij vrienden waren is een vraag.
    Wij beiden werden in Limburg geboren (ik in Ubach over Worms) en alleen vanwege die detinering vanwege “vreemde krijgsdienst”.

    Er zijn ook verschillen. Over verschrikkelijke dingen heb ik nooit iets gehoord. Niet als kind, toen ik met mijn ouders mee herhaaldelijk op kameraadschapsavonden was, en ook niet later. Geen van mijn ouders heeft ooit iets gezegd over de behandeling na de oorlog, anders dan dat die niet bepaald vriendelijk was. Wij, de kinderen zijn pas vrij laat, in de 90er jaren begonnen het WO-II gebeuren van mijn vader op te helderen. Hij was daarin heel behulpzaam, gaf zijn toestemming de archieven door te spitten en vertelde honderd-uit. Ook bij die gelegenheid is zijn detentie in Nederland niet werkelijk naar voren gekomen. Dat mijnen ruimen vertelde hij anders. “Ik had ze zelf gelegd, wist dus waar ze waren en heb mij vrijwillig daarvoor opgegeven”. Uit zijn militaire historie blijkt dat hij inderdaad in 1943 tijdens een genezingsverlof in Scheveningen mijnenvelden (meewerkend) aangelegd had.
    De eksessen van vlak na de bevrijding en de eerste tijd in internereing werd door hem afgedaan met “Ik had niet anders verwacht van dat schorum” Waarmee hij meteen een oordeel over het kamppersoneel velde.

    Het kamp Julia was in zijn funktie al nagenoeg ontbonden na de gratieverlening van 1949. Ik heb begrepen dat de meeste gedetineerden er toen nog bleven omdat zij thuis niet welkom waren en geen werk zouden hebben. In het kamp verbleven ook velen omdat vrijgezellen geen woning konden krijgen, en in de kost gaan duur was. Het kamp was zo te zeggen gratis.

    Ik bezit nog een foto uit 1948 of 49 met een groep gedetineerden, genomen in het Gezellenhuis in Eygelshoven. Mijn toekomstige ouders staan erop een een reeks van (mij) onbekende anderen. Mijn moeder had die foto nog. Zij kende niemand meer, maar was er zeker van dat het ex SSers zijn.

    Formeel bestond het kamp verder. in het Limburgs Dagblad van 17/05/1951 lezen wij dat een plaatselijk fanfarekorps van Eygelshoven in het kamp een deuntje speelde. En ik in de kranten wel de opening, maar niet de sluiting van dit kamp kunnen vinden.

    Mijn ouders zijn in 1949 getrouwd, en vrijwel onmiddelijk in Lauradorp gaan wonen. Pa werkte tenslotte op de Laura. Tot 1960 is hij daar gebleven. Een poging in 1954 om te emigreren mislukte. De mijnwerkers verrichtten strategisch belangrijk werk en hij kreeg geen uitreisvisum. Als dat anders geweest was, dan waren mijn broers in Nieuw Zeeland geboren. Nu dus in Lauradorp. Het “doorwerken” van Andre’s vader was dus vrijwel zeker niet omdat hij niet naar Amsterdam kon, maar veeleer omdat er in de mijnen goed betaald werk was en hem dat aangeboden werd. Hij zal zo betere tijden of gelegenheid afgewacht hebben.

    Ach ja, voor ik het vergeet, de bekende Amsterdammer Vikingsoldaat Kistenmaker heeft ook zijn detentie in het Kamp Julia verbracht. Hij is echter meteen na zijn vrijlating terug naar Amsterdam gegaan. Ik meende hem in een van de personen op mijn foto te herkennen, maar zijn zoon en zijn weduwe waren van mening dat dat niet zo was. Hun woord geldt natuurlijk hoewel wat twijfel blijft.

    En pesten? ik ben waarschijnlijk meer gepest als dat mijn vader is.
    In 1971 soliciteerde ik bij de Rijkspolitie. Na een zware meerdaagse selektie hing het hele sukses nog af van een interview. Toen die man ervoer van mijn vader’s verleden was mijn solicitatie over.

    In 1973 werk ik als dienstplichtig soldaat uitgezocht en gevraagd om officier te willen worden. Ik heb die Overste toen point-blank gezegd dat als hij het klaatspeelde mij op de KMA te krijegn ik meeteen voor 5 of meer jaren zou tekenen. Het duurde 2 dagen, toen vertelde hij mij dat het niet mogelijk was mij op de KMA te plaatsen. Ik mocht zelfs niet onder-officier worden. Ik heb zelfs niet de rang gekregen die bij mijn funktie hoorde en afgezwaaid als soldaat-I.

    Over pesten gesproken….

  10. Wie kan wat meer vertellen over het kamp Grote Looier te Maastricht? Mijn moeder heeft in aug. 1945 daar een tijdje gezeten, nadat ze was verhoord over haar paar maanden werkzaamheden als verpleegster bij het Deutsche Rote Kreuz (v.a. jan. 1945 Hahnenklee t/m juni 1945). Daar zij gewoon Nederlandse was (zo ook de rest van de familie, waren Hagenezen) maar vanwege haar Duitse achternaam is zij waarschijnlijk op deze manier moeten “vluchten” naar Duitsland. Ze zal het niet makkelijk hebben gehad daar in Maastricht. Ze heeft er nooit mij over dit gesproken, maar wilde nooit met mij naar Maastricht toe. Nu weet ik de reden!

  11. In een van de strafkampen in de Oostelijke mijn streek (Hendrik, Julia, Kerkrade?) heeft in 1946 een professioneel beeldhouwer gezeten. Hij heeft een Mariabeeld gehouwen met lelies in de ene arm en kindje Jezus met bijbel en kruis op de andere arm. Het beeld 1,10 m is uit Franse zandsteen gemaakt. Dat beeld is in mijn bezit. (Helaas kan ik de foto niet uploaden, wellicht kan de redactie daar iets aan doen?)
    Heeft iemand kennis van de naam van de beeldhouwer? Ik ben benieuwd naar een reactie.

  12. Ik heb nooit geweten dat er strafkampen waren voor ,,foute Nederlanders”. Wat ik wel heb gehoord is dat de ,,foute Nederlanders” die opgepakt werden naar het politiebureau aan de Akerstraat werden gebracht voor verhoor en vervolgens naast mijn huis in de Pancratius ulo in de Laan van Hovell tot Westerflier vast werden gezet, waar ze wachten op overplaatsing.

  13. Ik ben de webmaster van De Tweede Wereldoorlog in Zuid-Limburg en ben uiteraard ook zeer geïnteresseerd in de verhalen van kinderen van NSB ouders, gedetineerden, oud SSers e.d. Ik hoop dat men contact met mij wil opnemen via: warcembrsm@live.nl Uiteraard wordt alle informatie vertrouwelijk behandeld. Dank U

  14. Mijn naam is dus Danny Verheijden. Ik ben oo 23 Januari geboren op de Christiaan de Wetstraat in Tuindorp toen nog een wijk van Hoensbroek en kom uit een gezin van 10 kinderen. Ik heb wel hier en daar gehoord dat met name die lage witte huizen die o.a. de Pretoriastraat lagen,waar wij later zijn gaan wonen, vroeger ook een soort concentratiekamp geweest te zijn maar tot nu nog weet ik niet precies hoe de vork in de steel zit en ik zou het op prijs stellen als iemand dat mij kon vertellen. Maar wat ik nu allemaal lees over hoe de meeste “landverraders”behandeld werden….Ok,ze zullen zeker hun straf verdiend hebben,maar die bewakers die die mensen behandeld hebven zoals uit de geschiedenis blijkt,waren dan niets beter dan de Duitse kampbewakers.

  15. Ik hen lang in de Passart gewoond. De wijk Tuindorp ken ik nog goed. Vanuit de Passartweg kon men de wijk inrijden om vervolgens op een plein uit te komen. Dit plein was omrasterd door een half hoge heg. De woningen stonden aan de buitenrand van dit plein. Er waren twee wegen, die richting Treebeek leidden. De weg naar links was de meest doorlopende weg en er was nog een kleine speeltuin langs deze weg. Ook was er een kleine kerk en een klein winkeltje. Linksen rechts van deze doorgaande weg waren kleine doodlopende staatjes. ( Deze eindigden aan de muur langs de spoorlijn die naar de Carisborg liep). De doorgaande weg kwam uit bij de spoorwegovergang bij de spoorstraat in Treebeek.
    De weg, die vanuit het plein naar rechts liep, kwam uiteindelijk ook uit op de eerder genoemde doorgande weg. Op internet circuleren twee foto’s van deze wijk. Als er iemend is die nog een foto bezit van de speeltuin, kerk of de winkel zou ik deze gaarne willen hebben.

  16. ik ben Sophie en ben in 1947 geboren in Brunssum op het werkkamp aan de venweg waar mijn vader kampbeheerder was
    Graag zou ik wat meer informatie hebben over het kamp en de mensen
    die er verbleven.
    Ik kan me nog wel wat herinneren maar heb nooit geweten wat het nu precies was.

    Vriendelijke groeten Sophie

    1. Ik ben op 31 december 1947 ontslagen in dat mijn-kamp aan de Venweg . Toen was de kampcommandant ene P. Meijs. Die heeft de ontslagpapieren getekend welke ik nog in mij bezit heb.Ik kan hem mij nog goed herinneren ,omdat het de eerste commandant was die zonder een drietal zwaar bewapende bewakers in het kamp kwam en een praatje met ons maakte.Deze persoon was zeer correct en dan ook erg gerespecteerd onder de ge-interneerden.Ik meen nog een foto te hebben van hem met het bewakingspersoneel.

  17. Ik ben bezig met het verzamelen van informatie over het verleden van mijn familie. Mijn opa en stief-oma waren voor en tijdens WO2 “foute Nederlanders”. Volgens mijn informatie heeft mijn opa, na de oorlog in een interneringskamp gezeten. Volgens mijn vader was dat in Eygelshoven. Mijn stief-oma zou in een kamp in Schaesberg gezeten hebben. Zou ook dat kunnen kloppen? Zijn er interneringskampen geweest in Eygelshoven en Schaesberg?

  18. Ik ben nazaat van zowel “goede” als “slechte” mensen. Ook mijn grootvader had op het verkeerde paard gewed, iets wat hem als voormalig BB (Binnenlands Bestuur) ambtenaar in Indië zeker niet echt kwalijk kon worden genomen; er heerste daar een sterk nationalistische sfeer. Er is veel onduidelijkheid over zijn verleden omdat mijn ooms na zijn dood bijna alle documenten hebben vernietigd, maar hij heeft mij tijdens zijn leven wel veel verteld, o.a. dat hij in Limburg in de mijnen heeft gezeten. Zijn daar nog gegevens over te verkrijgen?

    1. Hallo Ton,

      Excuses voor het uitblijven van een reactie, ik ben de afgelopen weken ziek geweest. Ik neem z.s.m. contact met je op, stel je aanbod ten zeerste op prijs!

      Mvgr, Saskia

  19. Mijn moeder is onlangs overleden. Pas toen kreeg ik te horen dat zij na de 2e wereldoorlog een tijd, samen met haar moeder en broer en zussen, geïnterneerd is geweest omdat haar vader Duitser was en hij (opgeroepen) werd dienst te nemen in het Duitse leger. Hij was krijgsgevangene. Mijn moeder woonde in Roermond, van haar familie leeft nu niemand meer. Hoe kan ik achterhalen waar het gezin heeft verbleven en hoe lang?

    1. Beste Petra,
      Van (vermeende) ‘foute’ Nederlanders bestaan juridische dossiers. De inhoud daarvan kan een goudmijn zijn, maar soms ook tegenvallen. De inhoud is soms ook confronterend, want er kan met naam en toenaam duidelijk worden wat iemands gedrag tijdens de oorlog was. Dat het mogelijk meer was dan alleen het lidmaatschap van de NSB.
      Voor het raadplegen van die dossiers zul je naar Den Haag moeten, in het Nationaal Archief. Meer informatie de mogelijkheid voor aanvraag van inzage vind je hier: http://www.gahetna.nl/vraagbaak/onderzoeksgids/ik-zoek-veroordeelden-centraal-archief-bijzondere-rechtspleging

  20. Politieke delinquent welke op vrijwillige basis (tijdelijk) mijnwerker werden,
    kwamen “binnen” via doorgangskamp Kasteel Hoensbroek om vervolgens verdeeld te worden over de zes mijnkampen t.w. Spekholzerheide, Treebeek-Amstenrade, Nulland Kerkrade, kamp Julia te Eygelshoven, ook wel kamp Nievelsteen genoemd, Lindenheuvel-Geleen en Sint Ignatiuscollege Broekhem-Valkenburg. In het mijnkamp Treebeek was tevens een noodziekenhuis voor gedetineerden. In 1958 werd als laatste ‘Mijnkamp Julia’ te Eygelshoven gesloten.

  21. ls,
    In het boek “In plaats van Bijltjesdag. De geschiedenis van de bijzondere rechtspleging na de Tweede Wereldoorlog”, door A.D. Belinfante.
    staan genoemd de kampen kasteel Hoensbroek, Spekholzerheide, Treebeek, St. Ignatiuscollege te Valkenburg, Nulland te Kerkrade, Julia te Eygelshoven en Lindenheuvel te Geleen. Nu is bekend dat het kasteel Hoensbroek voor de gedetineerde mijnwerkers een doorgangskamp was en mijnkamp Julia ook wel kamp Nievelsteen werd genoemd.
    Gisteren verscheen er een artikel over kamp Passart te Treebeek op de site Demijnen. Op 03-04-1947 kreeg een gedetineerde mijnwerker een ongeluk bij de staatsmijn Emma en overleed enkele dagen later. Deze verbleef in het Treebeek Nutschool.
    Mijn vraag had Treebeek nu twee kampen?

  22. Beste allemaal
    Mijn oom Wilhelm was Rijksduitser en werkte bij de ON-mijn in Heerlen. Tijdens de oorlog is hij lid geweest van de Schutzgruppe die moest zorgen voor de ‘veiligheid’ op de Oranje-Nassau 1 mijn in Heerlen. Hij is na de oorlog in Duitsland gaan wonen en al meer dan 30 jaar geleden overleden. Hoe kan ik achterhalen of hij daadwerkelijk bij die Schutzgruppe heeft gezeten en wat hij in die oorlogsjaren allemaal heeft gedaan? Hij is na de bevrijding van Heerlen nog elders in Nederland of zelfs daarbuiten als militair ingezet.

    1. Wat ik weet:
      Op 9 oktober 1944, één maand na bevrijding van de mijnstreek, maken de mijnen bekend dat per 18 september ontslagen waren, de:
      – Rijksduitsers,
      – NSB’ers,
      – Leden van de Landwacht,
      – SS’ers,
      – Nationalsozialistische Kraftfahrkorps (NSKK).
      Maar waar je kunt vinden waar over je vraagt heb ik geen idee. Het zal waarschijnlijk ook onder de privacy(wetgeving) vallen.

  23. Mijn vader heeft na de oorlog een tijd in het gezellenhuis van Geleen gewoond, samen met mijn oudste broer. Vader was als houwer op de staatsmijn Maurits te werk gesteld en mijn oudste broer volgde een opleiding op de OVS.
    Mijn vader, in de oorlog NSB / SS er, heeft dientengevolge in meerdere straf kampen gezeten, o.a. in het straf kamp Vught.
    in 1949 heeft hij met zijn gezin een woning gekregen in Sanderbout en van daar uit is hij met zijn geheel gezin in mei 1954 naar Frankrijk vertrokken. Hij heeft daar een boerderij gehuurd. na vele jaren van bittere armoede is het later beter geworden.
    Mijn vraag is of er nog gegevens zijn over mijn vader van de periode 1945 – 1950 in relatie met het gezellenhuis Lindenheuvel Geleen.
    Bij voorbaat mijn dank

  24. L.S.

    een en ander is een van de zwarte bladzijden in het volgens mij heel dunne geschiedenisboekje van Nederland tijdens WOII (een andere, naoorlogse schandebladzijde betreft de z.g. ‘kleine Shoa’, feitelijk het verhaal van de roof van de bezittingen van weggevoerde joden door Nederlanders).

    Mijn moeder (1915-2011), een Roomsch-katholieke vrouw, die tijdens de oorlog werkzaam was bij de Staatsmijnen en direct na de oorlog in 1945 onderscheiden werd vanwege getoonde persoonlijke moed, had weinig goede woorden over voor de inzet van de nederlandsche bevolking tijdens de oorlog (en natuurlijk helemaal geen goede woorden over voor ‘verraaiers’, zoals ze NSB luiden en aanverwanten noemde). Maar ‘des duivels’ kon ze worden over de misdaden begaan na de oorlog t.a.v. de z.g. ‘Moffenmeiden’, wanneer ik haar als jongetje (maar ook nog later als man) over de oorlog ‘ondervroeg’; de Nederlandsche bevolking onwaardig, had ze deze schandpaalbehandeling (en waarschijnlijk meer?) destijds ondervonden.

  25. Hallo.
    Ik heb op de Emma gewerkt van eind 1949 tot begin 1952 en veel verdiend dank zij de gedetineerden in
    pijler akkoord. Die werkten om zo veel mogelijk te kunnen sparen . Er was een man die kon zo mooi zingen en als ik het goed spel heette hij Andre Ehrhardt . Van de pijler ben ik toen naar de koopvaardij gegaan en tros in Amsterdam een zekere van Boksem of Boksum waar ik boven gezeten had aan de kool. Kreeg een reisje door de grachten naast hem in de stuurhut . Later heb ik hem nooit meer gezien. Als foute Nederlander een prima koepel. Puur toeval dat ik op deze pagina terechtkwam.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *