Bron: Rijckheyt.nl | Luchtfoto van winkelcentrum 't Loon. In het midden de Stadsschouwburg.

Oog voor detail: de Stadschouwburg

Op 18 november 1961 was het zover. Na het instorten van het dak van de schouwburg aan de klompstraat zou in korte tijd een nieuwe schouwburg gebouwd moeten worden. Aan de toenmalige rand van het centrum werd plaats gemaakt voor de huidige schouwburg.

Als de drie voornaamste topstukken uit de collectie Heerlen van Frits Peutz (1896 -1974) worden vaak het Retraitehuis Mgr.Schrijnen 1932 -1934, het Glaspaleis 1934-1935 en het Raadhuis 1938-1948 genoemd. Graag voeg ik daaraan toe de drie belangrijkste Peutz- gebouwen met ongeveer 1000 zitplaatsen: de Sint Anna – kerk 1940 -1951, het Royal Theater 1937-1938 en de Stadsschouwburg 1959 – 1962.

Bron: Rijckheyt.nl | Luchtfoto van de Stadsschouwburg
Bron: Rijckheyt.nl | Luchtfoto van de Stadsschouwburg

In dit artikel bekijken we dit laatste gebouw en gaan we in op de architectuur van deze karakteristieke cultuurtempel.

Algemene feiten en cijfers

Start bouw: 1959
Opening: 1961
Locatie: Burgemeester van Grunsvenplein
Architect: Frits Peutz

Beleving & Kennis

Al in 1949 maakte Peutz schetsen voor een nieuwe schouwburg. Deze werd toen geprojecteerd aan het Raadhuisplein ongeveer op de plaats waar in 1988 de Openbare Leeszaal en Bibliotheek van Jo Coenen en Piet Mertens verrees. Met het zelfde idee als nu het grote venster uitkijkt op het Burg. van Grunsvenplein, ontwierp Peutz een uitkragende foyer met uitzicht op het Raadhuisplein in de richting van de voormalige HEMA. Langs de Uilenstraat en Coriovallumstraat tekende hij toen romantische gebogen rooilijnen.

Samenvloeiing tussen de oude en nieuwe kern
In de jaren vijftig wilde Heerlen de kern van de stad uitbreiden in de richting van ‘t Loon en ruimte maken voor grote openbare gebouwen. De stedenbouwkundige van Heerlen, Prof. G.H.M. Holt (1904 -1988) ontwierp als tegenhanger van de Bongerd een groot nieuw plein tussen de Geerstraat en de Geleenbeek. Volgens Holt was dit een uitzonderlijke kans om op planologisch verantwoorde wijze de oude kern zonder wezenlijke aantasting te laten samenvloeien met het nieuwe gedeelte, zodat hier bijna geen sprake meer kon zijn van grens tussen oud en nieuw. Dit zou moeten gebeuren door een slagader, die de oude middeleeuwse kern zou verbinden met een moderne Corbusiaanse stadsuitbreiding. Daarvoor was een forse doorbraak in het oude stratenpatroon van Heerlen noodzakelijk op de plaats van de huidige Promenade.

Bron: Rijckheyt.nl | Luchtfoto van winkelcentrum 't Loon. In het midden de Stadsschouwburg.
Bron: Rijckheyt.nl | Luchtfoto van winkelcentrum ’t Loon. In het midden de Stadsschouwburg.

Deze ideeën hebben tijdens de raadsbehandeling in december 1956 wel enige stof doen opwaaien. De grootste opzet, die later Heerlen het imago van een moderne stad zou geven en waarbij weinig gebruik werd gemaakt van de bestaande hoogte- verschillen en natuurschoon, vond niet bij iedereen bijval. Er ontstond een discussie of dit plan wel paste in de periferie aan de rand van het centrum. Een voorstel uit de gemeenteraad om het plan terug te nemen werd echter met 17 tegen 14 stemmen verworpen.

Lang lopende discussie
Minstens vijftig jaar lang zouden in de gemeenteraad discussies blijven bestaan over de vraag of de loopafstanden in het centrum niet te groot zijn geworden door deze ingreep. Ook is de vraag nog steeds actueel of uitbreidingen buiten de contouren van het vooroorlogse centrum niet ten kosten gaan van het gezellige druktebeeld, de overzichtelijkheid, de veiligheid en de economische potentie van het stadshart.

Sommige mensen vergelijken het Schouwburgplein met de grote pleinen in Communistische landen. In de Binnenstadsnota van 1977 wordt de herbergzaamheid in omgeving van de Schouwburg omschreven als: ongezellig, uiteen gelegd en eentonig. Er zijn veel plannen gemaakt om daar iets aan te doen.

Eind jaren zeventig werden de randen van het plein aangekleed met zeshoekige bouwsels, overkappingen en straatmeubilair. In de jaren tachtig worden gedachten ontwikkeld om nieuwe formules met grootschalige detailhandel in te zetten om de stedelijke leegte rond de schouwburg te vullen. Deze zijn niet uitgevoerd. In de jaren negentig ontwierp (eerst de gemeentelijke afdeling Stedenbouw en later) Prof. O.M. Ungers als bijdrage aan het herinrichtingsplan, een toren aan de rand van het van Grunsvenplein. Er zouden nog vele ontwerpen voor nieuwe woontorens volgen. De carnavaleske dansende lange Jan en lange Lies van Francine Houben als metgezel van het Parkstad Limburg Theater zijn mij daarvan het meest bij gebleven.

Peutz heeft voor de bouw van de schouwburg samengewerkt met Ir. Bernard Bijvoet (1889 – 1974) die gespecialiseerd was in de akoestiek van theaterzalen en als partner van Holt tekende hij voor de schouwburgen van Tilburg en Nijmegen. De architectuurstijl van Bijvoet kan tot de stroming van het Nieuwe Bouwen en de Nieuwe Zakelijkheid wordt gerekend. Bijvoet werd in Frankrijk als een belangrijk architect gezien. In de omgeving van de schouwburg zien we invloeden van Le Corusier. Bijvoorbeeld het als het ware optillen boven de aarde van de gebouwen.

De oude en nieuwe Schouwburg
Om het vernieuwende karakter van de huidige schouwburg te begrijpen gaan we terug naar 1962 en vergelijken de architectuur en stedenbouw van de oude en nieuwe schouwburg met elkaar. De oude schouwburg was een beetje verstopt in de oude binnenstad.

Bron: Rijckheyt.nl | Doorgang naar stadschouwburg aan de Klompstraat
Bron: Rijckheyt.nl | Doorgang naar stadschouwburg aan de Klompstraat

Het kleinschalige gebouw was te bereiken via een onderdoorgang in de Klompstraat en een slecht verlicht achtererf. Het front had een ambachtelijke gevel bestaande uit metselwerk en een boogvormige entree, te vergelijken met de ingang van het Oude Grand Hotel aan het Wilhelminaplein. Beide gebouwen waren ontworpen door de architecten Pauw en Hardeveld in de sfeer van de Amsterdamse school zoals die in Heerlen terug te vinden is op bijvoorbeeld het Tempsplein.

Bron: Rijckheyt.nl | Bouw van de nieuwe stadsschouwburg, ontworpen door architect F.Peutz.
Bron: Rijckheyt.nl | Bouw van de nieuwe stadsschouwburg, ontworpen door architect F.Peutz.

De nieuwe schouwburg in ‘t Loon staat solitair en “heel aanwezig” op een nieuw ontworpen plein en is van alle kanten goed zichtbaar. Daar is alle ruimte met veel lucht en licht. De bronzen sculptuur de “Zonneruiter”van Arthur Spronken naast de Schouwburg lijkt daar op in te spelen. De bestaande lintbebouwing langs de Geerstraat werd afgebroken om het grote nieuwe plein te realiseren. De schouwburg is een groots en bonkig industrieel gebouw met nieuwe materialen en een moderne vliesgevel. Het strakke blok met uitkragingen op de eerste verdieping lijkt los te komen van de bodem. Alle gebogen lijnen uit eerdere ontwerpen van Peutz zijn hier verdwenen.

In de rationele opbouw van de verschillende volumes van het theater overheerst het verticale, als tegenwicht voor het horizontale van de omliggende flats. Deze flats zijn, net als evenals het winkelcentrum ’t Loon, ontworpen door Peter Sigmond. Deze flats zijn (interessante) voorbeelden van zogenaamde wederopbouw-architectuur.

De rekwisieten- en decortoren vormt een samenhangend onderdeel van de gehele compositie. (Dit is de vrucht van een massastudie met hulp van een maquette.) Uitnodigend is het grote venster dat beeldbepalend is voor de pleingevel en een mooi uitzicht geeft vanuit de foyer op het plein. Buiten wordt daarmee de nieuwsgierigheid geprikkeld naar wat er binnen staat te gebeuren.

Minister Joop den Uyl (1965) in de toenmalige Schouwburg Heerlen
Minister Joop den Uyl (1965) in de toenmalige Schouwburg Heerlen

Slijtage en nieuwe regelgeving maakten in 2004 een grondige restauratie en renovatie noodzakelijk. Weer opnieuw gingen er stemmen op om de Schouwburg te slopen. Gelukkig is dat niet gebeurd. Voor veel Heerlenaren blijft de Schouwburg een icoon van het mijnverleden. De toenmalige minister van economische zaken Joop den Uyl heeft er in 1965 de mijnsluiting aangekondigd.

Velen hebben er carnaval gevierd. Vaak is de schouwburg gebruikt voor belangrijke evenementen waaronder ontvangsten, congressen en diploma-uitreikingen. En door de verbouwing in 2004 hebben de Heerlenaren ook de komende 10-tallen jaren een locatie waar met evenementen geschiedenis geschreven zal worden.

Ton van Mastrigt

Ton van Mastrigt

Ing. A.E.F. van Mastrigt, (Valkenburg-Houthem,1944) studeerde architectuur aan de Limburgse Academie van Bouwkunst te Maastricht. Hij is stedenbouwkundige en was werkzaam als hoofd ruimtelijke ordening en stadsbouwmeester te Heerlen. Momenteel is hij verbonden aan SCHUNCK* een multidisciplinaire culturele instelling, gespecialiseerd in Moderniteit en Urban-Culture in de internationale hedendaagse kunst en cultuur. Ton van Mastrigt is lid van welstandscommissie in het district Midden-Limburg en woont in Heerlen.

3 thoughts to “Oog voor detail: de Stadschouwburg”

  1. Ook ik heb er menig jaar de carnaval gevierd, en concerten bij gewoond van de Klumkes Blumkes, geweldig. Na de laatste verbouwing heb ik er maar een woord voor over “Schitterend”.

  2. De oude Schouwburg werd de laatste jaren gebruikt als dansschool door Ad Kok (ongeveer van 1962- 1968). Heel wat Heerlenaren hebben hier hun wederhelft gevonden. In de week waren de danslessen en s’zondagsavond kon je het geleerde in de praktijk brengen.

  3. Op deze carnavalsavond ben ik zo brutaal om vanuit ‘Holland’ er op te wijzen, dat het onjuist is, Peutz als enige architect van de Stadsschouwburg op te voeren. Want het was in feite Bernard Bijvoet, die begin 1945 het eerste plan bij het stadhuis maakte op uitnodiging van de bedrijfsleider van Restaurant Ruto in de Saroleastraat, de heer Theo Euijen. Euijen en Bijvoet kenden elkaar al vanaf 1936 bij de bouw van Grand Hotel en Theater Gooiland in Hilversum en Euijen wilde iets dergelijks in Heerlen. Hoewel de burgemeester er wel voor was, kreeg Euijen het niet rond. Het tweede plan op de zelfs plek maakte Bijvoet in opdracht van de gemeente. Nogal plotseling ging men naar de plek war het theater nu staat en werd ook Peutz bij de plannen betrokken. Er ontstond fikse ruzie, maar uiteindelijk – om kort te gaan- mocht Peutz de (lelijke!) buitenkant en Bijvoet de binnenkant doen. Gegroet
    Jan Molema

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.