Bron: Rijckheyt.nl | Luchtopname van het station, hoofdbureau staatsmijnen en de Royal, 1962

Oog voor detail: de Royal Bioscoop

Over Heerlens mooiste bioscoop is al veel verteld. De familie van Bergen speelde vanuit het kermisbedrijf in op het nieuwe vermaak dat aan het einde van de 19e eeuw in de vorm van een reizende bioscoop zijn intrede had gedaan. Voor de tweede wereldoorlog vond er een concurrentiestrijd plaats die van Bergen, met een behoorlijke reputatie in de filmwereld en een goed lopend theater in Roermond uiteindelijk won.

Bron: Rijckheyt.nl | Royal Theater. Rechts de toren van het stationsgebouw.
Bron: Rijckheyt.nl | Royal Theater. Rechts de toren van het stationsgebouw.

“Mijn eerste herinneringen aan de Royal gaan terug naar de jaren vijftig. Ik kwam terug met de trein van mijn oma en opa in Maastricht. Ik zag de mijn waar mijn vader werkte en er tegenover een opvallend gebouw met grote letters ROYAL. Ook zag ik in de Royal voor de eerste keer een sprekende speelfilm: The Bridge on the River Kwai (1957) met Alec Guinness als trotse bruggenbouwer in de hoofdrol. In de jaren zestig is de Royal mij bijgebleven als theaterzaal voor Sinterklaas- en Kerstmiddagen voor de studenten van de Hogere Technische School in Heerlen.”

Precies 75 jaar na de bouw van dit theater kijken wij samen met Ton van Mastrigt naar het Royal Theater.

Algemene feiten en cijfers

Start bouw: 1937
Opening: 29 januari 1938
Locatie: Stationsplein 5, Heerlen
Aantal zitplaatsen: 900, 3 zalen
Architect: F.P.J. Peutz en J. Bongaerts

Bij een restauratie in 2011 wordt de schitterende gevel als een geschenk uit het zwarte mijnstof gehaald. De Heerlenaren kijken, zoals bij de “inpakkunst” van de Bulgaarse kunstenaar Christo, met andere ogen naar de architectuur.

Beleving & Kennis

Gebruikers van een gebouw zijn niet alleen de bezoekers maar ook de wandelaars op straat. Het Royal theater leert ons dat moderne gebouwen,die zich onderscheiden van de traditionele bouwstijlen, de attractiviteit van de stad bevorderen. De bioscoop ontleent zijn vorm aan de context, een door oude landwegen getekend wigvormig stuk grond. Typisch is het ronde front met reeksen gekoppelde vensters, vlakke afwerking zonder schoon metselwerk, het ontbreken van ornamenten en een krachtige dakreclame.

De plattegrond is in principe driehoekig met daarbinnen een ovale figuratie met veel sierlijke lijnen waarbij rechte hoeken zoveel mogelijk ontbreken. Kenmerkend voor het werk van Peutz is enerzijds een monumentale klassieke opzet met een centrale as en anderzijds een onorthodoxe aanpassing aan de ruimtelijke mogelijkheden van de plek. Zo zijn de zaal en het portaal sterk symmetrisch en is de hal een ongelijkmatige ruimtevorm die als het ware met de wijzers van de klok mee wegstroomt naar de bovenfoyer. In de hal staan kolommen met “paddenstoelen” die we in andere moderne gebouwen van Peutz ook tegen komen.

De grote zaal had ooit 1018 zitplaatsen. De verlichting van de zaal is mysterieus verborgen in een sculpturale plafondconstructie. De architectuur van het bouwvolume heeft een aansprekende plasticiteit door het torentje met projectiecabine, de uitkragingen op de eerste verdieping, de omrandingen van de nooduitgangen en de terug liggende entree.

Stedenbouw
De gebouwen van Peutz hebben grote invloed op de kwaliteit van de openbare ruimte. Zijn bijdragen geven plekken een herkenbare uitstraling op de binnenstadsbeleving. Graag noem ik in dit verband drie 1000-zitplaatsen gebouwen van Peutz. Neem nou de Sint Annakerk. Door de bouw van deze kerk werd het Bekkerveld met een klap volledig veranderd. De eigenwijze verdraaiing van de kerk ten opzichte van de richtingen van het oorspronkelijke groene veld, maken dat dit stadsgezicht niet meer uit de herinnering is weg te branden.

Bron: Rijckheyt.nl | Luchtopname van het station, hoofdbureau staatsmijnen en de Royal, 1962
Bron: Rijckheyt.nl | Luchtopname van het station, hoofdbureau staatsmijnen en de Royal, 1962

Kijk naar de plaatsing van de Schouwburg op het van Grunsvenplein. Evenals bij imposante stadhuizen op historische pleinen wordt hier het stadsbeeld onuitwisbaar in het geheugen gegrift. Bij deze twee voorbeelden is de gehele stedenbouwkundige context veranderd. Bij de situering van het Royal theater is echter iets anders aan de hand. Hier wordt nauwkeurig het patroon van het oude Heerlen gevolgd. Evenwijdig aan het tracé van de spoorrails liep een weg naar een knooppunt van zes wegen, met de Huskensweg en de Kempkensweg.

Op de Franse kaart uit 1822 zien we in de structuur van de landwegen een tweesprong. Later worden dat de aansluiting van de Parallelweg op de Stationsstraat. Dit is precies de plaats waar het Royal Theater is gebouwd. De wigvorm van het Royal Theater is dus niet een mode gril maar het gevolg van looplijnen die mensen eeuwenlang in het landschap hebben uitgesleten en door de bouwers van de bioscoop met respect voor de geschiedenis werden opgepakt.

Bron: Rijckheyt.nl | Stationsplein. Links op de hoek Stationstraat/Stationsplein/Parallelweg het Royal theater, ontworpen door architect F.Peutz (ca. 1950)
Bron: Rijckheyt.nl | Stationsplein. Links op de hoek Stationstraat/Stationsplein/Parallelweg het Royal theater, ontworpen door architect F.Peutz (ca. 1950)

Architectenkeuze
De architectenkeuze is bij veel grote bouwprojecten vaak een heikel onderwerp. Kiest de bouwheer een bevriende relatie of gaat het om een architect die voor de laagste prijs wil tekenen wat de opdrachtgever wil? Bij het zoeken naar een architect voor bouw van het Heerlense Royal theater in 1937 is de betekenis van de architectuur voor de ontwikkeling van Heerlen een belangrijk selectiecriterium geweest. De architectenkeuze toont wellicht enige gelijkenis met het proces dat zich enkele jaren eerder had voltrokken bij het modehuis van Schunck. Daarbij stonden twee stromingen in de architectuur tegenover elkaar: het traditionalisme en het functionalisme.

Van Bergen kende in Roermond (de stad van Pierre Cuypers), Jan Bongaerts (1893-1968) die bouwde in Amsterdamse school-stijl met veel baksteen in aardse tinten, dakpannen en schuine daken. Hij was een warm voorstander van de decoratieve kunsten en kon gebouwen een harmonische verschijningsvorm geven. De dubbelzinnigheid van glas-in-lood was een van de instrumenten die een kleurrijke bijdrage leverde aan amusementsgebouwen in de stijl van de grote stad.

Burgemeester Marcel van Grunsven kende Frits Peutz (1896-1974). Wellicht had hij de gesprekken met Peter Schunck nog vers in zijn geheugen. Van Grunsven zou van Heerlen een stad maken met moderne architectuur in de stijl van het “Het Nieuwe Bouwen”. Deze stroming wilde nieuwe zuivere vormen met eenvoudige stereometrische volumes, helder glas, gegoten beton en onversierde lichte vlakken. Uiteindelijk raakte Van Bergen overtuigd van de keuze voor Peutz. Hij kon vernieuwende architectuur aan het moderne Heerlen toevoegen en daar mee de aantrekkingskracht van zijn nieuwe “bezienswaardigheid” vergroten.

Ronde lijn
Een kenmerk van de architectuur van de Royal zijn de ronde lijnen die in de voorgevel maar ook op veel andere plaatsen binnen en buiten het gebouw voorkomen. Waarom deze ronde lijnen? Je zou even kunnen denken aan een voorliefde van van Bergen veroorzaakt door de Aeroplanecarrousel van het kermisbedrijf. Aan de voorbeeldwerking van de koeltorens van de mijnen? Jo Coenen verwees in 1981, in navolging van Peutz, naar aanleiding van ronde voorgevel van de OLB op het Raadhuisplein naar de Romeinse geschiedenis. Aannemelijker is de invloed van het tijdsbeeld van de jaren dertig.

De Einsteinturm van Erich Mendelsohn in Berlijn uit 1924 met ronde lijnen heeft invloed op het bouwen voor de oorlog. Sybold van Ravesteyn, bekende stationsbouwer, ontwierp in 1938 met barokke zwierige lijnen de dierentuin Blijdorp in Rotterdam. In die tijd bepalen aerodynamische details van vliegtuigen en auto’s de trend. Gestroomlijnde vormen van aanstekers en stofzuigers symboliseren snelheid en technische vooruitgang. Het is vooral de internationale vrijetijdsarchitectuur die uitgroeide tot een nieuwe stijl met gladde oppervlakken en gebogen lijnen. Bekend zijn de betonnen gebouwen van architect Charles Lee, een van de belangrijkste filmtheaterbouwers in America tussen 1930-1940. In het functionalisme zou de ronde lijn ook het gevolg kunnen zijn van het meest gewenste gebruik. De ronde lijnen in het interieur van de Royal hebben ook te maken met de akoestiek, waarbij een spreker zich zonder elektrische versterking voor de hele zaal verstaanbaar kon maken.

Lichtreclame
Op een aantal plaatsen in Heerlen zijn oude lichtreclames in ere hersteld. Op het glaspaleis zijn de letters SCHUNCK terug gekomen. Op de oude stalen mijnschacht staan de letters ON. Een woordspeling en welkomstboodschap in de stationsomgeving. Heerlen niet off maar ON. Ook het oude Royal theater staat aan. Bij de restauratie zijn de later toegevoegde letters Royal theater van de voorgevel verwijderd. De overgebleven tekst ROYAL op het dak is de oorspronkelijke reclame-uiting. Deze rode letters zijn al 75 jaar het zelfde. De neonbuizen zijn vervangen door led-verlichting De vergelijking met de letters ON kan ook gemaakt worden als je let op de hoge positie en de industriële constructie.

Bron: Heerlen Vertelt | De letters ROYAL op het dag van het theater
Bron: Heerlen Vertelt | De letters ROYAL op het dag van het theater

Om geen afbreuk te doen aan de architectuur werd een vrijstaand ijzeren staketsel op het dak geplaatst dat als het ware loskomt van het gebouw. Eigenlijk een oplossing van wereldklasse. Immers veel beroemde reclame-uitingen op grote pleinen in bijvoorbeeld Londen en Madrid hadden destijds soortgelijke constructies. De restauratie van de gevel van de Royal laat zien dat met één bewust ontworpen reclame-uiting het doel kan worden bereikt en het helemaal niet nodig is op alle gevels boodschappen aan te brengen. We zouden in Nederland op die manier veel geld kunnen besparen. De banken kunnen hier wat van leren.

 Het boek `Royal 1938*2008– Het boek `Royal 1938*2008, De fascinerende geschiedenis van Heerlens mooiste bioscoop’ is nog in een beperkte, éénmalige oplage verkrijgbaar bij o.a. Boekhandel De Plantage in het Corio Center en aan de kassa van het Royal Theater. Het boek is tevens te leen bij de Openbare Bibliotheken in de Parkstad gemeentes. De auteur is voor meer informatie ook bereikbaar: ivosenden@home.nl

Ton van Mastrigt

Ton van Mastrigt

Ing. A.E.F. van Mastrigt, (Valkenburg-Houthem,1944) studeerde architectuur aan de Limburgse Academie van Bouwkunst te Maastricht. Hij is stedenbouwkundige en was werkzaam als hoofd ruimtelijke ordening en stadsbouwmeester te Heerlen. Momenteel is hij verbonden aan SCHUNCK* een multidisciplinaire culturele instelling, gespecialiseerd in Moderniteit en Urban-Culture in de internationale hedendaagse kunst en cultuur. Ton van Mastrigt is lid van welstandscommissie in het district Midden-Limburg en woont in Heerlen.

3 thoughts to “Oog voor detail: de Royal Bioscoop”

  1. In deze bioscoop naar de film gaan is echt nog een ouderwets uitje. Alles is bijzonder aan het gebouw; de ligging, de architectuur, het interieur. De eerste foto doet mij denken aan films van Fritz Lang; een guur muurtje.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.