OVS-ers, jongens van eer (2)

Intussen begon het leven als OVS-er me steeds meer tegen te staan. Het speelse van de eerste jaren was er nu wel zo’n beetje vanaf en het opleidingsniveau werd steeds harder. Vrolijke zomerkampen of avontuurlijk pionierswerk waren allang verleden tijd en de harde lessen in de smerige leermijn, waar een altijd schreeuwende instructeur de dienst uit maakte, waren een ware kwelling voor mij.

Dit is deel twee van “OVS-ers, jongens van eer”.

Alles was nu gericht op een winstgevende loopbaan ondergronds en aan mijn eerst zo beschermende functie van PL had ik nu meer nadeel dan voordeel. Nu viel niet meer te rommelen. Nadat ik bij een eerste excursie ondergronds kennis had gemaakt met het werkelijke leven van een mijnwerker en gezien had hoe zwaar en vuil dat werk was, besloot ik mijn toekomst in eigen hand te nemen, hield ik het voor gezien en vroeg ontslag aan. Dat viel bij de schoolleiding, die tot hunschrik hun dure investering zag verdwijnen, niet in goede aarde. Met alle middelen werd getracht mij voor het mijnbedrijf te behouden. Eerst probeerden ze het nog met zachte hand en voorspelden mij een dikbetaalde carrière als opzichter! Misschien zelfs hoofdopzichter. Daar had ik volgens hen zeker de capaciteiten voor, een Mijnschool zat er zeker in, vleiden ze me. Hoe aardiger ze tegen me deden, hoe argwanender ik werd. Maar toen het met dat gevlei niet lukte en ik halsstarrig vasthield aan mijn eerder genomen besluit, gooiden ze het over een heel andere boeg. Ze brachten als laatste troef, pater Lambrik in stelling. Die probeerde het via mijn ouders, maar ook daar ving men bot. Ik heb de indruk dat mijn ouders mij daarna niet meer hebben opgevoed en ze wel gedacht moeten hebben – laat die maar lopen, die komt er wel, laat die maar doen wat hij zelf wil. Vroegrijp. Zeker is dat ik toen eigenhandig de wissel van de levensrails in de hand heb genomen en mijn richting voortaan zelf heb bepaald. Etaleur worden, dat leek me wel iets. Dan sloeg je twee vliegen in een klap. Je verdiende geld en was toch enigermate kunstzinnig bezig. Maar hoe in hemelsnaam werd je dat?

Bron: Nico Jesse | Het OVS gebouw ON 1 - Huskensweg, Heerlen
Bron: Nico Jesse | Het OVS gebouw ON 1 – Huskensweg, Heerlen

Toen de OVS leiding zag dat hun dure investering hen voorgoed ontglipt was, werd ik bot afgeschreven en voor de laatste veertien dagen opzegtermijn rancuneus verbannen naar de zeverij. Dat was de losplaats waar de volgeladen kolenwagens via de schacht bovengronds kwamen en volautomatisch uitgekiept werden op enorme, altijd piepende transportbanden.

Vlijtige, harde werkhanden moesten dan, staand aan een van deze banden, de voorbijkomende steenkoolmassa ontdoen van het meegekomen waardeloze gesteente. Ik was er zelfs nog een beetje trots op dat ik mee hielp de steenberg, waar het onbruikbare gesteente terechtkwam, met de dag te zien groeien. Nog hoger te maken. Vaak waren deze brokken steen zo groot en zwaar dat een man – laat staan een jongen – ze maar moeilijk kon hanteren. Maar de transportband met het zwarte goud liep onverbiddelijk door. Op weg naar nog meer winst. Het was er stoffig en heet en boven een oorverdovend lawaai uit, klonk het eeuwige gevloek en getier van voorman Smeets, die voortdurend bang was dat een van zijn kolenbrekers door overgebleven gesteente vast zou lopen. Een kort oponthoud van slechts enkele minuten betekende al een verlies van vele duizenden guldens voor het mijnbedrijf en een flinke berisping van de bedrijfsingenieur voor hem zelf. Acht lange uren per dienst op, en acht lange uren per dienst af, alleen onderbroken door tweemaal dertig minuten pauze, draaide dit grauwe kolenmonster door. Hier verbracht ik veertien lange verschrikkelijke dagen, tussen vreemdsoortige figuren die zwijgend, dag in dag uit, met een lege blik in hun ogen dit zware en geestdodend werk deden. Als rancuneuze straf wegens een andere beroepskeuze moest ik dat werk ook gaan doen. In dag- en middagdienst; nachtdienst durfde ze me toch niet te geven. Aan de wet op kinderarbeid werd met het grootste gemak de hand gelicht en van een Arbo-wet had men nog nooit gehoord. Als ik om elf uur ’s avonds doodmoe naar huis ging, was ik te moe om te eten. Ik moest er niet aan denken dit vuile stoffige slavenwerk een heel leven lang te moeten doen. Alles was er vuil, grauw en zwart. Zelfs het daglicht dat door de kleine ramen spaarzaam de zeverij binnendrong, was vuil, grijs en stoffig. En dan dat oorverdovende lawaai. Maar ook aan deze kwelling kwam een eind. Ik werd etaleur bij V&D. Het mooiste beroep ter wereld. Eerst leerling natuurlijk. Mijn leermeester de chef-etaleur Bijsmans vond dat ik het vak in de vingers had, maar eerst nog veel te leren had. In beide gevallen heeft de goede man gelijk gekregen. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

Als ik nu wel eens langs het met beton afgesloten schachtgat van de O.N. III mijn loop – dat midden op de speelplaats van een basisschool ligt – denk ik nog wel eens aan vroeger, aan toen hier dagelijks duizenden koempels naar beneden gingen. Toen mijn vader hier nog werkte. Toen hier het harde maar eerlijke mijnwerkersleven nog dagelijks zijn gang ging. Toen de schoorstenen volop rookten en de schachtwielen nog continue draaiden.

Bron: Nico Jesse | In de leermijn van 'Baas' Hollander
Bron: Nico Jesse | In de leermijn van ‘Baas’ Hollander

De sluiting van de mijnen
Het is nu ruim een halve eeuw geleden dat ik het besluit nam om geen mijnwerker te worden en ik heb er geen moment spijt van gehad. Overigens dat beroep bestaat hier niet eens meer. Het is nu ruim veertig jaar geleden dat hoge heren uit Den Haag comfortabel gezeten ‘in het pluche van de schouwburg’ besloten dat de Limburgse mijnen dicht moesten. Niet meer renderend waren, niets meer opbrachten. De burgemeester, de bisschop, de gouverneur, allemaal hoorden ze Joop den Uyl zeggen dat de mijnen dicht moesten. Niet van de ene op de andere dag natuurlijk, maar in het verloop van slechts enkele jaren. Binnen een tijdsbestek van slechts een aantal jaren sloten de ‘koelen’ allemaal hun poorten en ging geen koempel de schacht meer af. Zonder noemenswaardig protest, dat toch niets zou hebben uitgehaald. Zelfs de voorzitter van de mijnwerkersbond vond het maar gevaarlijk en ongezond werk, dat zo snel mogelijk uit Zuid-Limburg moest verdwijnen. Naar de mening van de eenvoudige koelpiet werd niet eens gevraagd, die ging volgens zijn zeggen liever nog vandaag dan morgen de schacht weer af. De pijler weer in.

De jaren die volgden waren nare jaren. Het verleden van de mijnwerker en de herinnering aan het mijnleven werden diep onder het cement van het putdeksel weggestopt. Als fossielen verborgen onder metersdik beton. Als schaamde men zich ervoor. Weg met ons koolzwarte mijnverleden. Weg met de koempel. Weg met zijn sentimentele verhalen.

‘Slechts diegene mag slopen, die iets beters kan bouwen,’ waarschuwde de grote Indiër, Mahatma Gandhi jaren eerder en in een ander verband, maar dat gebeurde hier niet. Er gebeurde vrijwel niets, terwijl er zoveel had kunnen gebeuren. Er werd veel beloofd en maar weinig gegeven. Ja, de DAF kwam en wat andere onduidelijke fabriekjes, die allemaal vette investeringssubsidies opstreken en weer vlug weg waren of bewust failliet gingen. Het werd een nare tijd vol van onrust en werkloosheid. Mijnwerkers stonden ergens zielloos aan de lopende band, werden daar ziek van en belandden uiteindelijk in de uitzichtloze WAO. Met gebogen hoofden en zwaar afhangende schouders verdeden ze thuis nutteloos hun tijd. ‘Lucht kost niets,’ zegt men wel eens, maar ik ken er die er met hun gezondheid zwaar voor hebben moeten betalen. Zuurstof uit een stalen vat! Lucht uit een masker.

Je moest ‘sollicitere, en de perspectieve veur de toekoms, die zin nul komma nul’, zong de Janse Bagge Bend pessimistisch en menigeen rookte daarbij gelaten een stevige joint. De koempels waren ontgoocheld toen de mijnen voorgoed dicht gingen en de mijnstreek opgezadeld werd met een gigantisch werklozenprobleem. Sommige mijnwerkerskinderen zagen hun vader of opa daarna nooit meer werken. Was het daarom – uit protest – dat de Lange Jan bij zijn afbraak de verkeerde kant opviel en dagenlang hinderlijk de Kloosterweg blokkeerde? Wat wel overbleef was een wondermooie CD over het kleurrijke mijnwerkersleven, maar ook ‘d’r letste koempel’ van ‘Carboon’ werd al snel vergeten.

En nu. Tegenwoordig. Het lijkt de mijnwerker is in de adelstand verheven. Al die tijd hebben ze de ‘koelpieten’ en hun families geringschat en zijn werk minderwaardig gevonden; maar nu bouwen ze plots monumenten voor hem op. Hetzelfde soort mensen die de ondergrondse mijnwerker zijn hele leven hebben geminacht, vinden het ineens een eer om mijnwerker te zijn geweest. Ze zamelen geld in of vragen subsidie aan om het mijnverleden voor Limburg te bewaren. Vinden ‘koelpiet’ plotseling een loffelijk en eervol beroep. Zelfs de zoon van een ‘ondergronder’ – zoals ik – stijgt nu gestaag in de volkse eer. Vreemd, omdat die nu juist die zware ondergrondse arbeid tijdig is ontvlucht. Raar maar waar!

 

Ingezonden verhaal

Ingezonden verhaal

Als lezer van HeerlenVertelt.nl zal het vaak voorkomen dat u gebeurtenissen, locaties of gebouwen herkent. Wanneer u graag zelf een verhaal hierover wilt schrijven en insturen kan dit natuurlijk!

2 thoughts to “OVS-ers, jongens van eer (2)”

  1. Hallo ook ik ben mijnwerker geweest houwer werkzaam op de on 2.

    Bij deze heb je de werkelijkheid zeer goed weergegeven en een compliment daarvoor.

    Ik denk er nog wel eens aan terug,het was kerstavond , toen ik van de middagdienst kwam met de pungel achter op de fiets. Ik was toen 19 jaar oud en kwam mijn fam tegemoet met de beste kleren aan richting kerk voor de nachtmis.Ik had op dat moment het gevoel alsof het vreemde mensen waren,omdat ik er niet bij hoorde.

    Elk jaar met de kerst denk ik daar weer aan terug en dan lijkt het wel alsof het gisteren was gebeurd

    Groeten. Huub..

  2. ik herman koenen was in groep 16 by baas sikora , het was een spannende tyd ik was daar van 1955 tot 1957 daarna voor vast ondergronds , ben dan als bankwerker op verdieping 545 werksaam geweest by opzichter severins

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.