Jeugdvereniging Don Bosco op de Heerlerbaan

Baden Powell, een Engels officier, die leefde van 1871 tot 1941, volvoerde verschillende verkennis- en spionage-opdrachten. Hierdoor geïnspireerd, publiceerde hij in 1908 scouting for boys, een verkennings- trainingsprogramma voor jongelui. Hij kon nauwelijks bevroeden, dat nu, 116 jaar later, ”zijn” boy scouting verspreid is over de gehele aardbol. Ook in Nederland is de padvinderij een niet meer weg te denken organisatie. Het volgende verhaal gaat over zo’n groep, maar dan opgericht op de Heerlerbaan.

In 1945 werd op Heerlerbaan een groep opgericht onder de naam Don Bosco. Deze groep werd genoemd naar Don Giovanni Melchiorre Bosco, een Italiaanse heilige, die leefde van 1815 tot 1888. Hij werd in 1841 tot priester gewijd en wijdde zich, door oprichting van internaten en vakscholen, aan de opvoeding van de, toentertijd, verwaarloosde jeugd. Hij stichtte tot verduurzaming van zijn werk in 1862 de Salesiaanse Congregatie. Welnu, in 1945 zag de R.K. jeugdorganisatie Don Bosco te Heerlerbaan haar levenslicht. De eerste gift ad fl. 25.- kwam van kapelaan Leclerque, waarna de financiële basis versterkt werd door een gift van fl. 100.- door het kerkbestuur. De contributie kon bepaald worden op 10 cent per week, aangezien er van verschillende instanties subsidie werd verkregen. De eerste aalmoezenier die verbonden was aan Don Bosco was aalmoezenier F. Wiertz, terwijl tot eerste groepsleider benoemd werd de heer F. Schütt.

Don Bosco in augustus 1945. Praalwagen Koningsmen-optocht.
Don Bosco in augustus 1945. Praalwagen Koningsmen-optocht | Bron: ‘Tussen Heerlerbaan en Vrusschemig’

In 1948 bestond Don Bonco reeds uit twee groepen, de eerste groep telde 18 welpen en 15 verkenners, terwijl de tweede groep 24 welpen, 13 verkenners en 11 senior verkenners telde.

Op 10 mei 1952 werd door de N.V. Maatschappij tot Exploitatie van Limburgsche Steenkolenmijnen, genaamd Oranje Nassau Mijnen te Heerlen, toestemming gegeven tot gebruik van de schuur en bijgebouwen van hoeve ”De Puth”— aan de Zandweg. Deze hoeve was eigendom van de Oranje Nassau Mijnen. Op 26 augustus 1953 (de toestemmrng. op 9 mei 1953 geëindigd) werd door de Mijn bericht, dat een eventuele verlenging mogelijk was, indien gewenst, tot 1 januari 1954, aangezien het gebouw gedeeltelijk werd afgebroken en ten dele een andere bestemming kreeg. De brief was ondertekend door Ing. Raedts en gericht aan de aalmoezenier der Verkenners, de Eerwaarde Heer F.F.M. Wiertz, Caumerweg 8 te Heerlerbaan.

Vanaf 1953 werd de groep ook uitgebreid met voortrekkers, de huidige Rowans. Tevens werd besloten vanaf 1954 de contributie te verhogen met 3 gulden per jaar ten behoeve van de landelijke vereniging, waarvoor wel een abonnement werd verstrekt op het blad ”Alle Hens” en tot 15 cent per week ten behoeve van de clubkas voor spel— en andere activiteiten. In 1954 kwam men zonder gebouw te zitten en er werd aan de Oranje Nassau mijnen een verzoek gedaan, een nieuw gebouw te realiseren, maar dit verzoek werd niet gehonoreerd. Wel ontving men een subsidie van f1. 150.-. Midden 1955 werd er gestart met de voorbereidingen voor een nieuw gebouw op het terrein van de voormalige speeltuin. De opdracht hiertoe werd gegund aan aannemersbedrijf Schroeders van de Heerlerbaan.

Op 27 juli 1955 werd een verzoek gericht aan het Gemeentebestuur van Heerlen, hiervoor een vergunning af te geven. Het is gebleven bij het plaatsen van een directiekeet, ofschoon in september 1955 een vergunning tot bouw werd afgegeven. Door een enorme terugval van leiders en leden werden er in 1958 geen, of nauwelijks nog, activiteiten ontplooid. Er waren toen twee groepen, waarvan een groep stopte en de andere groep nog zeer summier werkte. Het ledental was teruggelopen van 100 naar 17. In 1959 waren er toch weer verkenners.

Er was een nieuwe groepsleider, de heer A. Smits, wonende aan de Zandweg, aangetrokken en tot aalmoezenier werd benoemd de Zeer Eerwaarde Heer X. Bogman. Nogmaals probeerde men subsidie te krijgen voor de bouw van een nieuw clublokaal getuige een brief uit 1960 die verhaalde, dat het hoofdkvVartier bestond uit een oude houten aannemerskeet, geplaatst op het terrein van het kerkbestuur, zonder afrastering, licht, sanitair en water. De keet had onvoldoende ramen en en er was slechts een noodstook gelegenheid. Beide groepen hadden zeker levensvatbaarheid. Ook deze noodkeet heeft niet geholpen. In 1962 werden de activiteiten gestopt. Men gaf de moed echter niet op. Enkele jaren later zette kapelaan Widdershoven zijn schouders onder de scouting en werd de groep her-opgericht. De jaren, na de heroprichting, bestond de groep uitsluitend uit jongens. Pas in 1980 werd de groep uitgebreid met kabouters en gidsen, waarna enkele jaren later een sherpa groep volgde. In het jaar 1986 werd de noodschool “Dobo Heem” in gebruik genomen.

Eind jaren ’90 bood Don Bosco, in de houten noodschool aan de Dr. Cl. Meulemanstraat, met uitzondering van ‘De Bevers’, het complete spelprogramma van Scouting Nederland. De groep bestond thans weer, inclusief leiding, uit een 120 tal leden en wordt gevormd uit welpen, kabouters, verkenners, gidsen, rowans, sherpa’s en pivo’s.

Het is verheugend te constateren dat jongens en meisjes, zich nog steeds anagetrokken voelen tot het spel, dat scouting heet. Is het ’t avontuur, de kamaraadschap, de gezelligheid, de zucht naar zelfstandigheid? Het zal ongetwijfeld een combinatie zijn van al deze factoren. Hoe het ook zij, Lord Baden Powell gaf de boodschap mee, om te proberen, de wereld beter achter te laten dan men ze vond en daar is men op de Heerlernbaan nog steeds volop mee bezig!

Meer van het werk van Jo Nelissen over het leven en de gebruiken van de bewoners van de Heerlerbaan lees je in ‘Tussen Heerlerbaan en Vrusschemig’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.