Rob Krier

Oog voor detail: Het Tempsplein

Veel Heerlenaren vertellen dat het Tempsplein het mooiste plein van Heerlen is. In dit hoofdstuk wordt beschreven waarom dit plein zo’n bijzonder karakter heeft. Een aantal verhalen is uiteraard ook van toepassing op het De Hesselleplein.

Bron: Ton van Mastrigt | Boog voordeur nr.12
Bron: Ton van Mastrigt | Boog voordeur nr.12

De stedenbouwkundige opzet van het Tempsplein is ontworpen, door Jan Stuyt in 1912. De bouwstijl heeft expressionistische invloeden van de Amsterdamse school (1910-1940). Bijvoorbeeld door toepassing van stevige witgeschilderde houten kozijnen in de zijlichten naast voordeuren. De waardering voor het Tempsplein heeft wellicht te maken met een verborgen verlangen naar een samenbindend stadsbeeld. Of naar de onuitgesproken wens van bewoners te leven in harmonie met de omgeving. Het kan ook zijn dat de beschouwers van nu, de pittoreske vormen uit oude steden herkennen. De romantische straten en de rechthoekige pleinen uit de compacte middeleeuwse stad zijn namelijk als voorbeeld gebruikt bij de stedenbouwkundige opzet van deze pleinen. Daaraan ondergeschikt is de architectuur van de afzonderlijke bouwwerken.

In het begin van de twintigste eeuw zorgde de overheid voor het ontwerp van de openbare ruimte; straten en pleinen. Tegenwoordig is het traditionele begrip van een openbare ruimte verloren gegaan. In Nederland zien we steeds meer vrijheid om zelf te bepalen wat er gebouwd wordt en steeds minder gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor het straatbeeld, het stads- of dorpsgezicht. Het accent is komen liggen op de beeldbepalende kracht van het individuele bouwwerk. De betekenis van de openbare ruimte die tussen de gebouwen overblijft is daardoor uit de gratie geraakt. Tegenwoordige stedenbouw vertoont meer verbrokkeling. Het Tempsplein heeft een helder en duidelijk stedenbouwkundig concept. De straatwanden en dakvormen omlijsten het parkje en het standbeeld in het midden. De architectonische vormentaal vertoont samenhang; alle gebouwen horen als het ware bij elkaar. Misschien is het daarom wel, dat het Tempsplein zoveel bijval geniet.

De naam “Tempsplein” verwijst naar een diepe gracht die eerst de Romeinse thermen en daarna het Middeleeuwse fort van water heeft voorzien. De weien ter plaatse van het huidige Tempsplein waren daar naar vernoemd.

Beschermd stadsgezicht
Het Tempsplein is een van rijkswege beschermd stadsgezicht (1) . De gebiedsbescherming richt zich op de stedenbouwkundige en cultuurhistorische waardering van het plein en wil het toekomstig functioneren daarvan veilig stellen. Op het eerste gezicht is het een vierkant plein met vier straatmondingen. Wie de plattegrond nauwkeurig bestudeert ziet echter dat de rooilijnen lopen in een trapeziumvorm. Rob geeft een mooi overzicht van de vele varianten die er zijn uitgaande van het zelfde ontwerpprincipe als dat van het Tempsplein. (zie afbeelding) (2).

Rob Krier
Rob Krier

Stuyt kiest vaker in eerste aanzet voor een streng ordeningsprincipe maar komt dan uiteindelijk uit bij oplossingen die beter aansluiten bij de historische context. Twee richtingen lopen evenwijdig aan het vermoedelijke Romeinse wegenbeloop. Het Tempsplein maakt deel uit van een stelsel van zichtlijnen die de verschillende brandpunten met elkaar verbindt. Hiermee is een basis gelegd voor een klantvriendelijke stedenbouw, die het de bezoekers makkelijk maakt de weg te vinden. Bovendien wordt de aandacht gefocust op belangrijke architectonische oriëntatiepunten.
De Ambachtsschool, de Kerk, de Bibliotheek en het Raadhuis zijn visueel verbonden met het Heilig Hart. Dit perspectief in de stedenbouw sluiten aan bij de Heilig Hartverering als symbool van de katholieke strijd tegen sociale onrechtvaardigheid (en opkomend socialisme). Dit stelsel kan vergeleken worden met de stadsplanning tijdens het pontificaat van Sixtus V (1521-1590). De hoofdgedachte van deze “stedenbouwpaus” bestond erin de zeven hoofdkerken van Rome te verbinden door middel van assen. Hij wilde wegen aanleggen die de pelgrims van de ene naar de andere kerk zouden leiden. Het wordt beschouwd als één van de effectiefste uitbreidingsplannen van Rome en als het begin van de moderne stadsplanning.

Bron: Ton van Mastrigt | Kaart Tempsplein
Bron: Ton van Mastrigt | Kaart Tempsplein

Inrichting van het plein
Markant is het centrale plantsoen waarin magnoliabomen werden geplant. Deze bomen worden in de volksmond ook wel tulpenbomen genoemd. In de tijd van de jugendstil (1900 – 1918) was deze boom een geliefd motief voor het decoreren van allerlei gebruiksvoorwerpen en sieraden. In de architectuurgeschiedenis zijn verschillende gebouwen genoemd naar de Magnolia.

Bron: Ton van Mastrigt | Heilig Hartbeeld
Bron: Ton van Mastrigt | Heilig Hartbeeld

Het Heilig Hart-beeld met een grijsgroen patina staat ( 2,5 m.) hoog op een gebogen voetstuk van Kunrader steen. (1922, Toon Dupuis). Het is een imposant traditionalistisch voorbeeld van het “Rijke Roomse Leven”. Het beeld werd op 19 oktober 1924 onthuld door burgemeester Waszink van Heerlen. Mgr. Schrijnen de bisschop van Roermond verrichte de plechtige inzegening en deken Nicolaye deed de plechtige toewijding van de gemeente Heerlen aan Christus Koning. Pater dr. Cassianus O.F.M. vatte tijdens de plechtigheid de betekenis van de dag als volgt samen: “In het hart van Nederlands mijnstreek, in het hart van de meest Katho¬lieke mijnstreek ter wereld, staat van nu af het Koningsbeeld van den Christus op een onwrikbaar voetstuk en geen macht ter wereld zal het neerhalen”(3).
Vanaf 18 augustus 2013 staat er op het Tempsplein op initiatief van de “Stichting vrouwen laten Heerlen glimlachen” een zitbank als eerbetoon aan Jan Stuyt ontworpen door Buro Marcel van der Heyden.

Bron: Ton van Mastrigt | Oude bibliotheek (A)
Bron: Ton van Mastrigt | Oude bibliotheek (A)


Openbare gebouwen

Het plein wordt gekenmerkt door een multifunctioneel karakter dat in de loop der tijd veranderingen heeft ondergaan maar waarin een sterke woonfunctie is blijven bestaan. De voormalige Openbare Bibliotheek ( Architect J. Pauw en J.M. van Hardeveld, 1917 (4)) heeft invloeden van de Amsterdamse school(zie A). Het expressieve van de Amsterdamse school ligt vooral in de plasticiteit van de voorgevel waardoor het gebouw een bijzondere spanning krijgt.

Bron: Ton van Mastrigt | Lezende figuur in bibliotheek
Bron: Ton van Mastrigt | Lezende figuur in bibliotheek

De bibliotheek is bovendien geen in zichzelf gekeerd object maar refereert aan de omgeving. In het midden was de directiewoning voorzien, die als een apart bouwblok naar voren springt, zonder overigens de samenhang met de rest van het gebouw te verliezen. Op een gevelsteen is een lezende Christusfiguur te zien. In het gebouw zitten dubbelvensters ingedeeld in de vorm van een combinatie van ruit en vierkant. Dit symbool staat voor de moederschoot en de mannelijke bescherming (zie afbeelding). Tot 1970 was de bibliotheek in dit gebouw gehuisvest. Nu is het een woongebouw van Woningstichting De Voorzorg.

Bron: Ton van Mastrigt | Vensters oude bibliotheek
Bron: Ton van Mastrigt | Vensters oude bibliotheek

De Reformatorische Kerk met pastorie/kosterswoning van architect Jan en Theo Stuivinga uit Zeist (1931-1932) vormt een ander beeldbepalend openbaar gebouw op het plein (zie B).

Bron: Ton van Mastrigt | Reformatorische-Kerk-(B)
Bron: Ton van Mastrigt | Reformatorische-Kerk-(B)

De kerk heeft een kruisvormige plattegrond met vier gelijke armen onder vier hoge zadeldaken. De vierkante toren heeft ook een zadeldak. De ingang wordt gevormd door drie spitsbogen met het jaartal 1931. Het interieur heeft een T-vormige plattegrond. De pastorie of kosterswoning, met spitsboogvormige houten zijdeur en rechthoekige houten glas in lood vensters is gelijk met de kerk in dezelfde traditionalistische stijl als de kerk gebouwd. In het middendeel van de frontgevel zit een gevelsteen met de jaaraanduiding.

In deel 2 kijken we o.a. naar de nieuwbouw aan het Tempsplein.

 

Ton van Mastrigt

Ton van Mastrigt

Ing. A.E.F. van Mastrigt, (Valkenburg-Houthem,1944) studeerde architectuur aan de Limburgse Academie van Bouwkunst te Maastricht. Hij is stedenbouwkundige en was werkzaam als hoofd ruimtelijke ordening en stadsbouwmeester te Heerlen. Momenteel is hij verbonden aan SCHUNCK* een multidisciplinaire culturele instelling, gespecialiseerd in Moderniteit en Urban-Culture in de internationale hedendaagse kunst en cultuur. Ton van Mastrigt is lid van welstandscommissie in het district Midden-Limburg en woont in Heerlen.

17 thoughts to “Oog voor detail: Het Tempsplein”

  1. Beste Ton,

    In maart 1919 berichtten het Algemeen Handelsblad (26-3-1919) en De Telegraaf (25-3-1919) over “plannen van een “Amsterdamse combinatie” om in Heerlen een “1e klas hotel met een intiem schouwburgje” te bouwen, onder architectuur van J.A. Pauw en J.M. van Hardeveld. Een “complex van terreinen” was al aangekocht. Zij waren in 1920 ook de architecten van enkele middenstandswoningen aan het Tempsplein in Heerlen (Bouwkundig Weekblad 1921, nr.43, blz. 287-289).
    Mijn serieuze vermoeden is dat zij de architecten waren van “Neerlandia-Limburgia” naast H. Hollenkamp en Co aan de Bongerd en de Saroleastraat.

    Bronnen m.b.t. de architecten Johannes Martinus van Hardeveld, geb. Amsterdam 2-2-1891, ovl. Amsterdam 11-3-1953, en Jan Adrianus Pauw, geb. Amsterdam 14-4-1891, ovl. Vancouver BC in Canada, door een noodlottig auto-ongeval op 29-8-1931:

    https://rkd.nl/nl/explore/artists/87567;

    http://www.bonas.nl/archiwijzer/archiwijzer.htm.

    https://rkd.nl/nl/explore/artists/62174

    http://zoeken.nai.nl/CIS/persoon/2721

    http://zoeken.nai.nl/CIS/persoon/11502

  2. Dit Heilig Hartbeeld is niet zomaar een beeld.
    De totstandkoming van het Heilig Hartbeeld werd voorbereid door een bestuur met de heren Seelen, Tummers, Pommé, Schweitzer, Ubachs, Maenen en van Wersch (“Standbeeld voor het H. Hart” in het Limburgsch Dagblad van 20-12-1918. De heer Pommé was voorzitter van de RK Werkliedenvereeniging (RKWB). Hij en Dr. Poels maakten zich grote zorgen over het Bolsjewisme: “de wereldbrand van anarchie en revolutie” (Limburgsch Dagblad van 10-2-1920), “Het dreigend gevaar” en “het Bolsjewisme is op de eerste plaats een strijd tegen geloof en godsdienst” (Limburger Koerier van 10-2-1920).
    De RK Werkliedenvereeniging kreeg een eigen onderkomen. In januari 1920 werd “Ons Volkshuis” (het voormalige Hôtel de Kroon) ingezegend (Limburger Koerier 27-1-1920).

    Enfin, we zijn nu honderd jaar verder. Het Socialisme/Communisme is failliet; zij likken hun wonden.
    Van het Rooms paternalisme is ook niets meer over.
    Uiteindelijk hebben de gematigde economische en sociale krachten het beste gepresteerd, onlosmakelijk verbonden met vrijheid en verantwoordelijkheid.
    Maar spelverruwing is van alle tijden. Het extremisme, van welke soort dan ook, is van alle tijden.
    Maar we zijn gewaarschuwd. De gevolgen van hun zgn. oplossingen zijn vele malen erger dan de kwaal die zij menen te bestrijden.

    1. Op 12-9-1919 kreeg het Technisch Bureau “Ons Limburg” vergunning voor de verbouwing van Hotel “De Kroon” in de Emmastraat.

      Op 10-8-1916 werd door architect Anton J. Bartels (1879-1966) de bouw van een hotel voor de heer Pomme aanbesteed (De Telegraaf van 11-8-1916. Straat en huisnummer worden niet genoemd. In de Stationstraat 17 zat al het hotel “du Nord” van J. Pommé. Mogelijk was Bartels de architect van het pand Stationstraat 19, later Hotel “Victoria”.
      Architect Anthonius Johannes (Anton) Bartels (1879-1966) hield vanaf 1-6-1920 kantoor aan het Tempsplein. Hij begon zijn loopbaan op het kantoor van architect Jan Stuyt (1868-1934) in Heerlen. Sedert 1912 was hij architect-directeur van het technisch bureau van de op 3-7-1911 opgerichte Woningbouwvereniging “Ons Limburg” (bron: advertentie in het Limburgsch Dagblad van 2-6-1920).

      1. Vermoedelijk is hij Herman Jozef Pommé, mijnwerker (1905), geb. Heerlen 24-2-1878, ovl. Heerlen 23-11-1947, zoon van Pieter Hubert Pommé, geb. Wijnandsrade, ovl. Heerlen 16-9-1911, oud 73 jaar, en van Maria Agnes Odilia Jacquemin, kleinzoon van Joannes Martinus (Martin) Pommé, geb. Wijnandsrade, ovl. Klimmen 14-4-1899, oud 83 jaar, en van Anna Catharina Moenen/Moonen, achterkleinzoon van Jan/Jean Joseph Pommé en Maria Helena Budé.

        Jean Joseph Pommé, geb. Montzen (België) 27-4-1779, ovl. Wijnandsrade 5-12-1831, zoon van Joseph Pomme en Margaretha Burgers, trouwt Wijnandsrade 20-10-1815 Marie Helene Budé, geb. Wijnandsrade 28-11-1791, dochter van Martin Budé en Marie Elisabeth Bokmans.

        Herman Pieter Pommé trouwt Heerlen 4-5-1905 Maria Elisabeth Josephina Dohmen, dienstmeid (1905), geb. Merkelbeek ca. 1877, dochter van Jan Gerard Dohmen en Maria Anna Schijven.

        1. Waarschijnlijker is, dat hij Hendrik Pommé was, een voorman van de Limburgsche RK Arbeidersbeweging. Hij overleed in Heerlen op 6-1-1927 aan zijn verwondingen toen hij op het station in Heerlen tijdens zijn werk als ploegbaas, door de trein uit Maastricht werd gegrepen. Op zijn graf werd een monument geplaatst (Tilburgsche Courant van 7-1-1927 en het Limburgsch Dagblad van 30-7-1927 en 21-9-1927).

          Hendrik Pommé, spoorwegbeambte, ploegbaas, geb. Voerendaal 3-3-1871, zoon van Jozef Pommé en Maria Catharina Switzer/Smitser, trouwt Heerlen 13-4-1899 Maria Theresia Hubertina Kusters, geb. Heerlen ca. 1874, dochter van Jan Theodoor Kusters en Maria Theresia Jacquemin.
          De namen Jozef Pommé en Maria Catharina Switzer/Smitser worden ook geschreven als Hubertus Joseph Pommé en Anna Catharina Schweitzer.

          Hubertus Joseph Pommé, dienstknecht (1865), geb. Wijnandsrade 8-5-1839, zoon van Martin Pommé en Anna Catharina Moenen, trouwt Heerlen 3-11-1865 Anna Catharina Schweitzer, dienstmeid (1865), geb. Wijlre 20-8-1832, dochter van Leonard Schweitzer en Anna Barbara van Weersch.

  3. En Jezus staat er nog steeds. Hij doorstaat alle stormen.
    Oneerbiedig gezegd werkt het net zo als met afslankmiddelen: ze werken niet, maar de mensen blijven het proberen en zijn wel gedwongen om zich steeds weer opnieuw uit te vinden.
    Weer moet ik denken aan de metafoor van de Hollandse Dakpan, de Verbeterde Hollandse Dakpan en de Opnieuw Verbeterde Hollandse Dakpan. Het zijn echte namen.

    Denk ook aan het centrum voor debat, bezinning en poëzie “De Nieuwe Liefde”, voorheen “De Liefde”, aan de Da Costakade 102 in Amsterdam, van Huub Oosterhuis. Dit oude gebouw is grondig gemoderniseerd door de uit Heerlen afkomstige architect Wiel Arets (www.panoramio.com/photo/ 67431084). Hij is internationaal doorgebroken, net als zijn Heerlense collega Jo Coenen en Francine Houben uit Sittard.

  4. “Alles van waarde is weerloos” heeft Lucebert eens gezegd. Ik was het er altijd graag mee eens, maar ik ben niet denklui.
    Als iets genoeg waarde heeft en als mensen weerbaar zijn, dan heeft Lucebert geen gelijk.
    Misschien is de tragiek van Heerlen wel, dat de historische waarden net niet genoeg waarden vertegenwoordigden, en dat de mensen zich er daarom niet of nauwelijks sterk voor wilden maakten, gecombineerd met het feit dat die mensen ook niet een echt weerbare houding hadden, gegroeid uit paternalisme.
    Heerlen maakt een zgn. moderniseringsslag door, al vele decennia lang, en waar geen einde aan lijkt te komen. En de drijvende kracht is “infrastructuur”.
    In die zin heeft de Amerikaan David Jokinen gewonnen met zijn plan “geef de stad een kans”. Hij had in 1968 voorbeeldplannen gemaakt voor Amsterdam, Deventer en Maastricht.
    Alleen in Amsterdam is de oorlog (Nieuwmarktbuurt) echt gevoerd en heeft hij die verloren. In Brussel is precies het omgekeerde gebeurd.
    Om misverstanden te voorkomen, het was geen oorlog om een buurt te sparen.
    In Amsterdam is gebleken dat “alles van waarde wel degelijk weerbaar is”.
    Spreek je liefde uit en sta daar dan ook voor.
    Het is nooit te laat.

    P.S.: Ik ben het van harte eens met de sloop van het winkelcentrum ‘t Loon. Met het potentieel dat dan vrij komt is veel goeds te doen in de bestaande stad.
    Het plan met de doorbraak in de Saroleastraat, de aanleg van de Promenade en ‘t Loon was een sterk staaltje van eindbeeldplanning, waarbij de tussenliggende fasen werden verwaarloosd vanuit de diepe wens om het eind te halen. ‘t Loon was te hoog en te ver vooruit gegrepen. Grote stappen snel thuis.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.