Acht keer over het spoor: Stadspark Oranje Nassau

In de Vierde nota over de ruimtelijke ordening (1988-1989) werd Maastricht samen met Heerlen aangewezen als stedelijk knooppunt. In deze Rijksnota kreeg het versterken van de centrumfunctie van een aantal stedelijke knooppunten in Nederland prioriteit en werd het openbaar vervoer als criterium bij de keuze van woningbouwlocaties benadrukt.1 Optimisten noteerden deze nieuwe dubbelstad op de vijfde plaats in de volgorde van Nederlandse steden. Zowel Heerlen als Maastricht zetten in op hun stationsomgeving. Het ging daarbij niet alleen over het stationsgebouw zelf, maar over de hele vastgoedpositie rond het station.

Het herstructureringsplan Heerlen van 1989 gaf voorrang aan het op orde brengen van de binnenstad. De bestaande winkelcircuits werden versterkt door herinrichting van de Promenade. In het centrum werden gaten gevuld en nieuwe woningen gebouwd. Op het DSM-terrein opende het Corio Center. Dit project is met 15000 m2 winkeloppervlak een belangrijke stapsteen tussen het oude centrum en het station. Het gemeentebestuur wilde volgens dit herstructureringsplan de stationsomgeving aan de noordzijde pas aanpakken nadat de invullingen voor het centrumgebied gereed waren. In deze visie paste het beeld van een station aan het einde van de Saroleastraat en een doorlopend groengebied aan de noordzijde. Studenten van de Technische Universiteit Eindhoven zouden deze opvattingen enkele jaren later vertalen in stationsplannen met veel groen aan de noordzijde van het spoor.2

 

Station als deel van Stadspark Oranje Nassau, 1999

 

Hoe zag de “architectuurkalender” er rond de eeuwwisseling uit? In 1999 ging het Politiebureau van Wiel Arets gekenmerkt door een minimalistische, mondiale en sobere architectuur de stationsomgeving bepalen. Het was een toonaangevend project. Maar ook de historiserende vormentaal steekt her en der de kop op. Romantische details zijn populair in deze periode. Kennelijk werd veel moderne bouwkunst als koud, hard en afstandelijk ervaren en bleven de designers zoeken naar herkenbare bouwvormen uit het verleden.

Architecten trokken met sterk uiteenlopende hedendaagse vormen de aandacht. Het woonblok de “walvis” in het oostelijke havendistrict van Amsterdam, ontworpen door Frits van Dongen werd een van de belangrijkste Nederlandse gebouwen van het jaar 2000. Het Designer Outlet Roermond werd geopend in november 2000. Spraakmakend was de nieuwe Nederlands Ambassade in Berlijn van Rem Koolhaas in 2002.

Het stationsplan van Heerlen kwam tot stand als deel van een veel grotere opgave. Er waren toen drie hoofdrolspelers: Multi Vastgoed BV, de Gemeente Heerlen en NS Vastgoed. Peter Trimp was de directeur van T+T Design uit Gouda, het architectenbureau van Multi Vastgoed BV, dat tekende voor de vele impressies voor het station als deel van Stadspark Oranje Nassau. Hij legde de nadruk op de culturele potentie van de hele spoorzone.


Planologische kapstok

Het was vaker gebeurd in de geschiedenis van Heerlen. Aan één project, dat in de belangstelling stond, probeerde men van alles op te hangen. Nog niet volledig uitgekristalliseerde initiatieven liftten maar al te graag mee met het succes van een toplocatie. Men was bereid ideeën op te tuigen zodat ze in de formule van het te ontwikkelen project pasten. Het stationsgebied was een kansrijke vastgoedlocatie.

Primaire doelstelling was het veranderen van de sfeer in en om het station. In den beginne wilde men af van het negatieve imago door overlast van drugshandel en kleine criminaliteit. Later werd het station gezien als de dynamo voor een economisch, ruimtelijk en sociaal herstructureringsproces. De goede bereikbaarheid zou een stimulans zijn voor nieuwe werkgelegenheid. De verwachting was dat het succes van het station spin-off voor andere bedrijven in de omgeving met zich mee zou brengen. Uitgaande van een parkachtige

omgeving groeiden gelijktijdig de ideeën met betrekking tot milieuzorg, afvalinzameling, waterbeheer en nieuwe energie uit mijnwater. Het station zou de natuurlijke en uitnodigende overgang worden tussen het nieuwe stadspark met eindeloos groen en het aloude centrum.

In juni 2000 stelde de gemeenteraad voor stadspark Oranje Nassau een functioneel programma vast van maximaal 175.000 vierkante meter met 3000 parkeerplaatsen. In de omschrijvingen staat: park en parking.

In april 2001 werd een groots plan gepresenteerd gericht op de verbetering van Centrum-Noord en tegelijk Heerlen-Centrum. Het Masterplan van Jo Coenen werd al of niet met zijn goedvinden als onderlegger gebruikt. Het plan met veel wonen en kantoren had pretpark-achtige componenten, zoals een megabioscoop met een multi-screen en 4000 zitplaatsen. Je kon er kiezen uit 14 films. Geen horizon beheersende architectuur, maar een samenvloeiend ontwerp in een omringende park. Het concept zocht naar cultuur en ontspanning tussen de bomen. Muziektheater en of andere culturele voorzieningen werden in petto gehouden. Verder gingen de plannenmakers uit van het feit dat Heerlen als een van de acht Nederlandse steden was aangewezen als nieuwe vestigingsplaats voor een World Trade Centrum. Tenslotte was er 10.000 m2 gereserveerd voor Grootschalige Detailhandels Vestigingen.3 Aanvankelijk werd gedacht aan een Factory Outlet Centre maar dat ging naar Roermond. Daar hadden ze betere papieren of een invloedrijkere wethouder.


Brede onderdoorgang

Het plan van T+T Design ging uit van een 40 meter brede stationsingang. De Saroleastraat ging licht glooiend over in een enorme passage die overzichtelijk onder de vernieuwde perrons doorloopt. Van alle kanten stroomt het daglicht binnen. Meer licht meer toezicht meer veiligheid. Links en rechts een grote verscheidenheid aan winkels. De passage komt uit op het noordelijke verlaagde Stationsplein dat voorzien is van terrassen met zon. Een grote uitnodigende entree naar Stadspark Oranje Nassau.

 

Artist’s impression van het verlaagde Stationsplein.

 

In februari 2002 werden, na een inspraakronde, een aantal belangrijke verbeteringen aangebracht in het ontwikkelingsplan Stadspark Oranje Nassau. De ondernemers hadden grote bezwaren hadden tegen het grote winkelvolume in de plannen. Alles wat tot levendigheid bijdraagt werd opgeschoven in de richting van het station. De architectuur van het station, de toegangen, onderdoorgang en pleinen moesten zorgen voor een extra uitnodiging om het stadspark te bezoeken. Functies werden beter aan elkaar gekoppeld. Het WTC kon bijvoorbeeld gebruik maken van de zalen in de bioscoop. De beschikbare ruimte voor detailhandel werd vergroot naar 20.000 m2. Er komt meer grondoppervlakte ter beschikking om een praktijkschool in te passen. De herinnering aan de Lange Jan en de Lange Lies kreeg gestalte in de vorm van twee woontorens (maar het zouden ook folies4 kunnen zijn) die op de oorspronkelijke locatie van het mijngebied worden geprojecteerd.

Nog meer onderdelen, zoals het CBS-gebied, de omgeving van het belastingkantoor en het scholenterrein maakten integraal deel uit van de landschapsarchitectuur van het stadspark.

Het busstation werd parallel aan de noordzijde van het spoor gesitueerd, zodat er geen hinder ontstond voor het winkelend publiek. Het verdiepte stationsplein onder het busstation schiep ruimte voor detailhandel. De grote trekker in het conceptplan bleef de megabioscoop. Die werd echter uiteindelijk in 2013 gerealiseerd bij het Parkstad Limburg Stadion in Kerkrade.

 

‘Lange Jan en Lange Lies’ in Stadspark Oranje Nassau.

 

Bijzondere beeldkwaliteit

In veel documenten werd opgeroepen er architectonisch een bijzonder plan van te maken.

Het ging daarbij steeds minder over het stationsgebouw en steeds meer over alles wat er bij kwam: “Waar glorieus verleden en veelbelovende toekomst elkaar rondom de mijnzetel ontmoeten”.5 De architectuur van de mijn, de schoorstenen Lange Jan en Lange Lies het schachtbok, het ophaalgebouw, de letters ON en de koeltoren, vormden het referentiekader voor de beeldkwaliteit van de nieuw te realiseren gebouwen. De mijnindustrie had niet alleen statische bouwkundige constructies maar ook veel zichtbare werktuigbouwkundige dynamiek. Het beeldkwaliteitsplan voor Stadspark Oranje Nassau gaf de volgende aanknopingspunten: kleinschalig bouwmaterialen gestapeld tot herkenbare elementen zijn zichtbaar op ooghoogte van voorbijgangers; oplossingen met baksteen of natuursteen worden gebruikt in een hedendaagse stijl; de staalskeletten op het mijnterrein zijn een uitdaging voor een bouwstijl die zich losmaakt van de klassieke voorbeelden; opengewerkte constructies, zichtbare installaties en glas kunnen als inspiratie dienen.

De torens van de mijn vormden de hoogste oriëntatiepunten in Zuid-Limburg. Ze stonden onuitwisbaar gegrift op het netvlies van veel Limburgers. Ze herinnerden aan een periode waarin de hoge schoorstenen een soort haat/liefde verhouding symboliseerden. Het industriële erfgoed van de ON I was de drager van de economie, maar ook de milieuvervuiler van de dagelijkse leefomgeving.

Van het “Stadspark Oranje Nassau” is weinig terecht gekomen. Alleen de nieuwbouw van het CBS paste min of meer in dit concept maar had veel beter gebouwd kunnen worden in de binnenstad van Heerlen. Het gebouw werd ontworpen door Meyer en van Schooten en werd in 2009 door Koningin Beatrix geopend. De gevelbekleding symboliseert de geologische aardlagen uit het Carboon.

 

Nieuwbouw hoofdkantoor CBS, Meyer en van Schooten, 2006

 

Ton van Mastrigt

Ton van Mastrigt

Ing. A.E.F. van Mastrigt, (Valkenburg-Houthem,1944) studeerde architectuur aan de Limburgse Academie van Bouwkunst te Maastricht. Hij is stedenbouwkundige en was werkzaam als hoofd ruimtelijke ordening en stadsbouwmeester te Heerlen. Momenteel is hij verbonden aan SCHUNCK* een multidisciplinaire culturele instelling, gespecialiseerd in Moderniteit en Urban-Culture in de internationale hedendaagse kunst en cultuur. Ton van Mastrigt is lid van welstandscommissie in het district Midden-Limburg en woont in Heerlen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *